Showing posts with label Curacao. Show all posts
Showing posts with label Curacao. Show all posts

June 20, 2023

EEN NIEUWE BUURMAN

EEN NIEUWE BUURMAN

Normaal gebruik ik deze blog om in het kort te verhalen over fiscaal recht of over voorvallen in onze belastingadviespraktijk.

Deze keer een meer persoonlijk verhaal. Wij wonen op een drietal maanden na met veel plezier al 25 jaar in hetzelfde huis. Wij delen de oprit met de buren. Dat heeft in de afgelopen 25 jaar niet of nauwelijks problemen opgeleverd. Uiteraard is de oprit wel een keer versperd geweest maar daar was over het algemeen een goede reden voor.

Wel, het huis van de buren is verkocht aan een echtpaar waarvan de man werkzaam is bij het RST (Recherche Samenwerkings Team). U kunt hier lezen wat de taak is van het RST: 

https://www.rstpolitie.com

Onze buurman valt derhalve aan te merken als een wetshandhaver. Dat zal hij ongetwijfeld naar beste kunnen doen maar het lijkt er op dat hij zich van wettelijke-en ook- fatsoensnormen weinig lijkt aan te trekken. Het huis van de buren moet worden verbouwd klaarblijkelijk. Dat gaat gepaard met uiteraard een hoop herrie van technische apparaten maar ook met een hoop geschreeuw van personen werkzaam voor de diverse aannemers. Het eerste dat opviel was dat alle vuilnis; etensresten en dergelijke maar het beste onze tuin in kon worden gesodemieterd danwel bij mijn schoonmoeder voor de deur. Vervolgens gaan de in de tuin nog resterende 70-jaar oude bomen tegen de vlakte en wordt er een muur gebouwd. Die muur was nodig omdat de eveneens 70-jaar oude haag ook plat moest uiteraard. De muur is deels meer dan 3 meter hoog. Een bouwvergunning is er niet. Een van de oude bomen moest klaarblijkelijk wijken voor een aan te leggen zwembad waarvoor ook geen bouwvergunning is afgegeven en dat geldt ook de voor een tweede ontsluiting naar de openbare weg. Deze wetshandhaver kortom, doet maar wat en regels en wetten gelden enkel voor burgers maar niet voor handhavers zo lijkt de opvatting althans. Gelet op wat ik zo zie en hoor heb ik ook zo mijn vermoedens over de verblijfstatus van een aantal mensen betrokken bij de verbouwing van het huis van de buurman.


Typerend is ook dat tijdens een korte vakantie onze nieuwe buurman aan de achterkant ook nog weer een muur bouwde. Hij heeft zich daarbij zonder onze toestemming toegang tot ons erf verschaft en ons hek vernield. Wij mogen daar nu aankijken tegen een half hek en een ongepleisterde muur. Terwijl ik dit schrijf zit ik dus tegen een enorme hoge muur aan te kijken waar eerst een natuurlijke afscheiding was. De muur is van een hoogte dat het de gedachte oproept dat Colditz een gezellig vakantiepark zal zijn geweest.

Een aantal weken terug werden wij verblijd met een brief van de advocaat van onze nieuwe buurman met daarin het voorstel om de gezamenlijke oprit op te splitsen. Jammer voor ons dat wij dan geen toegang meer hebben tot onze woning maar dan moesten we onze muur maar verplaatsen of net als hij een tweede toegang tot ons huis gaan aanleggen. Dat zou dan overigens weer een 70-jarig oude boom het leven kosten. Daarom alleen al is dat het laatste wat wij willen. Wij hebben de advocaat geschreven dat wij recht van overpad hebben omdat we daar al langer dan 20 jaar wonen en vervolgens verneem je dan weer niet. We zitten nu 6 maanden in de troep en in de herrie en gezien de voortgang van het project zal dat nog wel even zo blijven. Wij hebben ons bij de leiding van het RST beklaagd maar die vindt dit klaarblijkelijk allemaal prima. Ook Ruimtelijke Ordening en Planning neemt geen actie. Curacao lijkt daarmee een free for all of wellicht een free voor sommigen.

Ik heb dit blog tot en met de zin hierboven via whatsapp doorgezonden aan de leidinggevende van onze buurman.

Opeens wordt er heel snel gereageerd:

"Beste Peter, ik heb nagelaten om jou te contacten over de situatie, waarvoor mijn oprechte excuses. Ik heb een aantal weken geleden [naam] gesproken en heb geen aanwijzing/indicatie dat [naam] als werknemer onjuist handelt. Ik hoop van harte en vertrouw erop dat jullie als buren  er samen uit komen, al dan niet met behulp van een civiel rechterlijke procedure. Met vriendelijke groet "

Ik heb als volgt geantwoord:

"Uw [naam] is geen vakkenvuller in de supermarkt maar een wetshandhaver. In die hoedanigheid kan het met name niet zo zijn dat hij zich boven de wet plaatst hetgeen hij nu doet door zonder bouwvergunningen zijn pand te modificeren. U zult dan ook begrijpen dat ik uw reactie als ondermaats aanmerk."

Nadat we een half jaar verder waren stokte opeens de verbouwing. Althans aannemers waren en niet meer te bespeuren. Iedereen die commercieel onroerend goed bezit weet waarom -indien gefinancierd- je er zorg voor moet dragen dat het pand binnen een half jaar na aankoop grotendeels gereed is.

Het is nu enkel de buurman die in het weekend met slijptollen en ander gereedschap onze weekendrust loopt te verzieken.

Heel bijzonder allemaal.




January 23, 2023

NOU JA ZEG; HET GRONDSLAGVOORBEHOUD (in samenwerking met mr. L.F. Delfgaauw)

Curacao maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat toewijzingsregels tussen Nederland en Curacao met betrekking tot de vraag welk land mag heffen over welk inkomen niet te vinden zijn in een verdrag maar in een rijkswet. De betreffende rijkswet is relatief jong en heet Belastingregeling Nederland Curacao. In die rijkswet staat dat Nederland over bijvoorbeeld lijfrente inkomen maximaal 15 procent mag heffen. Wij hebben de nodige clienten die in Nederland een lijfrente hebben opgebouwd. Als die verder geen inkomen uit Nederland hebben kan Nederland tussen de 8 a 9 procent belasting inhouden. Hoe komt dat? De Nederlandse inkomstenbelasting kent een schijventarief. De eerste schijf bestaat voor die ongeveer 8 a 9 procent uit belasting; de rest -oplopend tot zo een 22 procent- is premieheffing en daar gaat de Belastingregeling niet over.

Maar wat nu als je ook ander inkomen uit Nederland geniet waar Nederland volledig over mag inhouden?

In je onschuld denk je dan dat het inkomen wordt opgesplitst in een deel waarover tot maximaal 15 procent mag worden ingehouden en het restant wordt dan vanaf de voet progressief belasting.

Driewerf neen dus. Nederland mag dat inkomen op een (1) hoop gooien en kijken hoe de belasting uitpakt. Vervolgens wordt naar rato bepaald of het "15-procent-inkomen" zwaarder wordt belast dan tegen 15 procent. Is dat het geval dan wordt dat verminderd tot die 15 procent.

Met andere woorden indien men ook ander inkomen uit Nederland geniet kan dit maken dat 8 a 9 procent bij de een, 15 procent bij de ander is. Enkel omdat je ander inkomen geniet uit Nederland.



Technisch komt dit doordat Nederland in het Belastingregeling een zogenaamd grondslagvoorbehoud heeft opgenomen en dat heeft uitgewerkt in lokale heffingswetgeving.

Wij vinden dat niet eerlijk maar ja lex dura, sed lex.

Hieronder een uitgewerkt voorbeeld opgesteld door mr. L.F. Delfgaauw, belastingadviseur te Delft:

Stel je hebt in totaal € 90.000 inkomen waarvan € 25.000 als lijfrente maximaal met 15% mag worden belast.

Nederland mag dus over € 65.000 progressief belasting heffen want die is helemaal aan Nederland toegewezen en zou over die € 25.000 niet meer dan 15% mogen heffen, want de lijfrente mag in Curacao worden belast..

Nederland berekent echter wat de progressieve heffing is over € 90.000 (dus inclusief de lijfrente) namelijk € 26.600; vervolgens wordt berekend 15% van de lijfrente van € 25.000 is € 3.750.

Gemiddeld wordt aan de lijfrente toegerekend aan Nederlandse belasting een evenredig deel namelijk 25/90 * 26.600 = € 7.390. De vermindering is dan € 7.390 - € 3.750= € 3.640.

De Nederlandse belasting over het inkomen van € 65.000 dat alleen in Nederland mag worden belast is dus per saldo € 26.600 – € 7.390 = € 19.210

 

Als de lijfrente echter niet in de progressieve heffing door Nederland wordt meegenomen, maar helemaal apart zou worden gehouden, is de belasting over € 65.000 slechts € 14.450! De lijfrente trekt het hele inkomen namelijk in de derde belastingschijf met het hoogste tarief.

Het progressievoorbehoud leidt dus ertoe dat Nederland € 4.760 meer belasting heft dan zij zegt te doen. Formeel wordt er over de lijfrente van € 25.000 maar € 3.750 belasting geheven en dat is 15%. Maar het overige inkomen wordt dus dankzij die lijfrente € 4.760 zwaarder belast dan zonder dat lijfrenteinkomen. Het tarief over het Nederlandse inkomen dat uitsluitend in Nederland mag worden belast stijgt daardoor van € 14.450 naar € 19.210. Dat is een verhoging met bijna 33%! Of anders gezegd: er wordt dankzij die lijfrene 3.750 + 4.760 = € 8.510 aan belasting geheven en dat is 34% van die lijfrente, geen 15%!


July 26, 2021

BITCOIN AND YOUR TAX LAWYER

 So we have this client who lives in Europe. He is totally okay with our invoice but he was dead set on paying us in bitcoins. For a tax lawyer that can be a bit of an issue as the control on bitcoins is of course less than with regular money. On the other hand; I had been reading up on accountants addressing the issue on how to report an amount of bitcoins in your financials. So it seems that bitcoins are becoming more mainstream and we want to remain up to date with everything we do, so why not. We have this family friend who is like the apostle of bitcoin and he was eager to explain to us how to proceed. I was so fascinated by all he had to say that at the end of the meeting he pointed out that he have had like a cup of coffee which I had forgotten to offer. Together we created a bitcoin wallet and he even paid in USD 10 to get me started. That was last Friday July 23rd. Saturday our client paid the amount due and now with amazement I am looking at a staggering (unrealized) yield.


Being a tax lawyer you are supposed to know something about law, about accounting but also about economics. Public Finance was a subject taught on university.

Now sitting on this modest amount of bitcoins one starts to think. One of my best friends in the Netherlands told me to go and cash immediately. Apart from the fact that in Curacao that may be not so easy to achieve I feel I should watch what will happen.

Contrary to the picture above bitcoins are not real coins. They are zeros and ones and lead a pure digital existence. There is no backup from any central bank or government or like in the old days from a gold reserve. That gold reserve for most countries is still there but under President Nixon it was decided to let go of the direct link between the gold reserve and the amount of money a country could print. And boy have they been printing. If you can say the interest is the price of money it becomes clear that money is readily available for those who need a loan. For bitcoins there is an end to how much there can be created and that may have a positive influence on the value. Same of course goes for other cryptocurrency like Ethereum and such.

There is a rumor that shortly Amazon may be accepting bitcoin as payment and one country (El Salvador) even decided to accept bitcoin as legal tender. These are without a doubt positive occurrences for bitcoin. So far bitcoin has been to much an investment and not enough a means of payment.

I do hope we are not facing yet an other worldwide financial crisis whilst still amid the pandemic but I do have the feeling the the bottom of the US Dollar and the Euro both rest on quicksand.

Anyway, if our esteemed clients wishes to pay our invoice in bitcoin he/she now can.


February 03, 2021

Obligation to file Curaçao property has been lifted

 A spot of good news. The Curaçao tax authorities have not imposed property tax assessments for the year 2019 stating that they are in waiting on a change in relevant tax legislation that will alter their position.

The legal consequence of not imposing mentioned tax assessments is however that then home owners and such need to file a property tax return.

Our professional organization has warned the tax authorities with respect to the amount of tax returns to be expected and that made that obligation to file is now set until October of this year.



Have you however acquired a property in the mean time or the value of your property has undergone substantial change in value the obligation to file is still in place.

Questions? Do not hesitate to contact us on:


(*) 599 9 7374916

or

tanushka.djaoen@mullertax.com

or

peter.muller@mullertax.com

January 20, 2021

Anzeigepflicht für die Immobiliensteuer (Grundsteuer)

 

Mit diesem Schreiben möchten wir Sie auf die für Besitzer von Immobilien auf Curacao  bestehende Verpflichtung Abgabe einer Erklärung betreffend der im Jahre 2019 eingeführten Immobiliensteuer hinweisen.

 


Die Verpflichtung zur Abgabe einer entsprechenden Erklärung gegenüber dem Finanzamt besteht in folgenden Fällen:

(aus redaktionellen Gründen ist hier nur die Darstellung in Kurzfassung möglich, so dass dringend bei Fragen eine steuerliche Beratung empfohlen wird):

 

1.) Wenn Sie Immobilieneigentumn erwerben sind Sie verpflichtet binnen zwei Monaten nach Eigentumserwerb die Eigentümerstellung dem Finanzamt von Curacao anzuzeigen.

Die Anzeigepflicht gilt ebenso für Personen, die schon vor Einführung der Anzeigepflicht Immobilieneigentum besessen haben und noch besitzen, soweit noch keine Anzeige erfolgte.

 

2.) Eine erneute Erklärung ist ebenso erforderlich, wenn Sie Investitionen vornehmen oder sonstige Änderungen eintreten, die eine Änderung des Wertes um mehr als 5 Prozent und jedenfalls 25.000 ANG zur Folge hat.

 

3.)  Die Grundsteuerperioden gelten jeweils für Zeiträume von fünf Jahren.

Da die Grundsteuer im Jahre 2014 eingeführt wurde, dauerte der erste Fünfjahreszeitraum von 2014 bis 2018. Ab dem 01.01.2019 begann der neue ( zweite) Fünfjahreszeitraum.

 

4.) Sollten Sie nach Einführung der Meldepflicht in der ersten Periode bis 2018 bereits eine Grundsteuererklärung eingereicht haben, sind Sie auch weiterhin zur Abgabe einer neuen Erklärung verpflichtet, soweit Sie für 2019 keinen Grundsteuerbescheid des Finanzamtes erhalten haben.

 

Frist

Diese Erklärung muss bis zum 28. Februar 2021 eingereicht werden.

Wenn Sie keine Erklärung abgeben, ist eine Ahndung durch Festsetzung und Verhängung einer Geldbuße von bis zu 100 Prozent des Betrags der Bewertung als Aufschlag möglich.

Es empfiehlt sich daher dringend die rechtzeitige Abgabe der Erklärung.

 

Unser Büro steht Ihnen selbstverständlich bei Bedarf auch in dieser Angelegenheit jederzeit zur Verfügung.

Sie erreichen uns telefonisch unter (*) 599 9 7374916 oder per E-Mail:

Mail:       tanushka.djaoen@mullertax.com oder

               peter.muller@mullertax.com

 

January 18, 2021

AANGIFTEPLICHT VOOR DE ONROERENDEZAAKSBELASTING


Door middel van dit schrijven willen wij u graag attenderen op de in 2019 ingevoerde aangifteplicht voor de onroerendezaaksbelasting.

Dat speelt in de volgende gevallen (waarbij wij om redactionele redenen een en ander wat inkorten):

1                 Indien u het genot verkrijgt van een onroerende zaak dient u binnen twee maanden na die verkrijging aangifte te doen bij inspecteur der belastingen;

2                 Als zich een wijziging voordoet bij de onroerende zaak die maakt dat de waarde meer dan 5 procent wijzigt met een minimum van ANG 25.000,--;

3                 De onroerendezaaksbelasting werkt met tijdvakken van telkens vijf jaar. De onroerendezaaksbelasting is ingevoerd met ingang van het jaar 2014. Het eerste vijfjarige tijdvak beliep derhalve van 2014 tot en met 2018. Het volgende tijdvak is ingegaan op 1 januari 2019. Zelfs indien u aangifte voor de onroerendezaaksbelasting heeft gedaan na invoering van de aangifteplicht dient wederom aangifte te worden gedaan indien u geen aangifte onroerendezaaksbelasting over 2019 heeft ontvangen. Deze aangifte dient gedaan te worden voor 28 februari 2021.


Indien u dat niet doet kan de inspecteur u een boete opleggen van 100 procent van het bedrag van de aanslag dus het is de moeite waard om hier aandacht aan te besteden.

Ons kantoor is u daarbij graag van dienst uiteraard.

U kunt ons telefonisch bereiken op (*)599 9 7374916 of per email:

tanushka.djaoen@mullertax.com of

peter.muller@mullertax.com


October 02, 2020

De wet excessief lenen en mogelijke consequenties in ons deel van de wereld

 Op Curacao heeft Nederland bij sommigen in papiamento de bijnaam "Tera Friu" wat staat voor Koude Grond.

Op de Koude Grond is de laatste jaren gewerkt aan een wetsvoorstel dat ook ons op de "Warme Grond" kan raken. 

Dat is de wet excessief lenen.

Hieronder gaan wij daar kort op in.

De wet excessief lenen tracht te ontmoedigen -zo leert mij de memorie van toelichting- dat zogenaamde directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) teveel van hun vennootschappen lenen. En dat zelfde geldt voor de partner van de DGA alsmede gelieerde vennootschappen. Voor de eigen woning wordt daar dan iets anders tegen aan gekeken.

Waarom is dit van belang voor belastingplichtigen op Curacao? Heel eenvoudig, er zijn de nodige DGA's die in Tera Friu wonen maar een tweede woning hebben op Curacao. 

Indien zij die aankoop hebben gefinancierd vanuit de "eigen" vennootschap en de lening overtreft Euro 500.000,-- wordt het meerdere in box 2 (aanmerkelijk belang) in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting getroffen.

Gepland was om deze wetgeving in te voeren per 1 januari 2022 maar het schuift een jaartje op. 

Mocht u derhalve als DGA in een situatie verkeren waarbij u meer van "uw" vennnootschap heeft geleend dat Euro 500.000,-- dan is het raadzaam om hierover in gesprek te gaan met uw belastingadviseur te Tera Friu. Indien u die niet heeft dan kunnen wij uit ons netwerk putten om er een voor u te vinden.

January 28, 2020

Changes in Curacao profit tax law

Curacao has once again introduced robust and fundamental changes in its profit tax law. This under influence of "Europe" that could not agree upon previous amendments.

The fundamental change is that Curacao has chosen to tax on the basis of territoriality. Meaning that only income generated in Curacao will be taxed with Curacao profit tax. There needs to be a link -a nexus- between the income and Curacao. Activities on Curacao soil or e.g. the lease of Curacao real estate will fall under the scope of the Curacao profit tax. Same goes for so-called passive income. So in case a Curacao based company has a Swiss bank account yielding (passive) income it will be deemed local income.
Income generated abroad will as a rule of thumb not fall under the scope of the Curacao profit tax.

There will be companies that shall generate local as well as foreign income. It goes without saying that evidence of the place or origin of that income shall be of the utmost importance.

When as a sole proprietor you generate foreign income you should convert to a company structure.

Some qualifying activities will be taxed against a profit tax rate of 3%

A new profit tax rate of 3% has been introduced for income from local enterprise for designated qualifying activities that take place in or from Curacao.

Mentioned activities are:
1      building and improving airplanes and ships, as well as repairing and maintaining airplanes and            ships with a length of at least 10 meters and machines, installations and material located in and            for use on board of these airplanes and ships;

2      services provided by call-, service-, or datacenters in so far as they provide support activities to          enterprises with an annual turnover of at least ANG 50 million  (USD 28 million);

3      services provided by warehousing companies; and,

4      services provided in or from Curaçao to non-related investment companies and managers of                investment companies.


Muller's tax take:
With the newest changes our tax legislation has been further modernized en will offer -specifically for entrepreneurs with a focus on outbound services and trade- quite interesting fiscal possibilities. Once again -as with any change in tax legislation- things have become more complicated. This makes that -if one has plans on starting or converting a business in Curacao- it seems wise to consult a qualified tax lawyer/consultant in an early stage.



Muller & Associates
Curacao
Schouwburgweg 3
Curacao, Dutch Caribbean
Tel:     +599 9 737 49 16
                                


January 18, 2020

Het Girobank-debacle

Normaliter is de bedoeling van dit blog om u te informeren over fiscale wetenswaardigheden die met name Curacao betreffen.
Toen ik echter vanochtend de voorpagina van onze enige Nederlands-talige ochtendkrant, Het Antilliaans Dagblad, las begon het bij mij een beetje te kriebelen.
Zoals u weet verkeert de Girobank in zwaar weer. Mensen die daar ooit in goed vertrouwen hun centjes in bewaring hebben gegeven kunnen deze opnemen tot maximaal ANG 10 mille. Het overige lijkt vooreerst verdwenen of bevroren. Hoe dank ook, men kan het niet opnemen. Kwade tongen beweren overigens dat dat niet voor alle clienten van Girobank het geval is.
De Girobank-debacle is onder meer ontstaan door het verstrekken van "slechte leningen" aan diverse partijen op het eiland. Dat gebeurde onder het bewind van een toentertijd driekoppige directie. Klaarblijkelijk heeft daarnaast het toezicht van de Centrale Bank gefaald.

De oplossing zo meldde de krant vanochtend is wellicht een drietrapsraket waarbij (1) clienten toch gefaseerd hun centjes kunnen opnemen; (2) Ambtenarenpensioenfonds Curacao (APC) het goede deel van Girobank tegen betaling overneemt en (3) om het allemaal te kunnen financieren de license fee van de Centrale Bank wordt verhoogd van 1 naar 1,5 procent.

Ik ben geen econoom maar ik plaats bij deze aanpak de volgende kanttekeningen. Als eerste zou ik als ik een ambtenaar in dienst van het land Curacao was niet enthousiast worden van een plan waarbij mijn toekomstige pensioen wordt ingezet om een falende bank uit het slop te trekken. Ten tweede geldt dat het verhogen van de license fee maakt dat alles dat geimporteerd wordt duurder wordt. Het is daarmee een inflatoire maatregel. En dit terwijl de omzetbelasting en de invoerrechten en accijnzen al tot stevige prijsstijgingen aanleiding hebben gegeven. Ik vind het daarmee vooreerst geen goed plan en ik denk ook dat de volgorde verkeerd is.


Zowel Girobank heeft gefaald in haar beleid als ook de Centrale Bank in haar toezicht. In een eerder blog schreef ik al over de aloude vraag "Wie bewaakt de bewakers?"

De Girobank is de primaire dader in dit verhaal; de Centrale Bank de secundaire-.

In mijn beleving zou eerst harder achter het bestuur van primaire dader Girobank moeten worden aangegaan. Benadeelde partijen zouden moeten opstaan -of zich moeten verenigen- om een actie uit onrechtmatige daad op te starten. Hetzelfde geldt voor de Centrale Bank. Toezicht is niet een vrijblijvende hobby waarbij de toezichthouder over immuniteit beschikt.

Mocht dat allemaal tot niets leiden kan alsnog een plan worden gemaakt hoe wij als land Curacao het Girobank-debacle zo goed mogelijk tot een einde brengen.

Waarbij ik nogmaals opmerk dat inflatoire maatregelen mij momenteel geen goed plan lijken. De kosten van levensonderhoud en de cost-of-doing-business zijn al veel te hoog op Curacao.

Onze regering heeft van het IMF de opdracht gekregen om te bezuinigen. Ik heb toen onmiddellijk contact gezocht met een van onze ministers en heb haar gezegd dat bezuinigen wat anders in dan belastingen verhogen. Men is echter onmiddellijk belastingen gaan verhogen en die gaan nu wellicht opgevolgd worden door andere inflatie opwekkende maatregelen. Op Curacao wonen is op deze manier binnenkort alleen nog betaalbaar voor de zeer vermogenden.

p.s. Er zijn ook nog andere kwade tongen op Curacao die beweren dat na Girobank er nog twee banken een vergelijkbaar lot beschoren is.




November 16, 2019

Introduction to our offices


Muller & Associates has been active in Curacao and On Bonaire since 2001.

We are a tax advisory firm that wants to assist you in all aspects of tax law in Curacao and the BES islands.

We handle your income tax returns. Help you and your bookkeeper or accountant prepare the financial statements and take care of the profit tax returns. In the event of death or donations, we will take care of your inheritance tax returns.

In addition, we can advise you on decreasing your tax burden in a totally legal way.

Furthermore, a specialization of our office to engage with the tax authorities in conflict situations. We supervise book investigations, write objections and conduct legal proceedings in the courts in first and second instance.

The founder of our office is Peter Muller (1964). Peter holds a masters in tax law from the University of Groningen and has been living on Curacao since 1995.

In addition to his work as a tax adviser/tax lawyer, Peter has been a teacher, editor of the Caribisch Juristenblad since 1997 and a member of the Curacao Lions since 2004.

Peter regularly publishes articles on tax law and related topics

Muller & Associates is located in a beautiful building at Schouwburgweg number 3 where we would be happy to receive you.

Muller & Associates endeavors to carry out its work at fixed rates as much as possible. This prevents misunderstandings, which means that you know in advance  what our services will cost you.

An intake interview with a maximum of half an hour is free of charge

Interested: Call Peter on 7374916 or email to info@mullertax.com

October 03, 2019

De introductie van transfer pricing in de Curaçaose belastingwetgeving.



Bij PB 2016, no. 37 werd met de Landsverordening pensioensparen, reparatie en modernisering belastingverordeningen wederom een omvangrijke herziening van ons belastingstelsel beoogd. In deze bijdrage richt ik mij op één onderwerp uit deze landsverordening, te weten de introductie van transfer pricing in de Curaçaose fiscale wetgeving.

In het fiscale recht geldt dat het van belang is dat gelieerde partijen telkens in een zakelijke verhouding tot elkaar staan. Dit wordt het “at arm’s length” beginsel genoemd. Toepassing van dit beginsel is van belang in zowel lokale als ook internationale verhoudingen. In lokale verhoudingen kan dit van belang zijn omdat, hoewel gelieerde ondernemingen onder het zelfde belastingtarief vallen, de ene onderneming beschikt over compensabele verliezen en de andere niet. In een dergelijke situatie is het uiteraard voordeliger om winsten zoveel mogelijk te laten vallen bij de onderneming die vanwege die compensabele verliezen daarover geen belasting naar de winst verschuldigd is totdat de te verrekenen verliezen zijn opgesoupeerd.

In fiscalibus wordt ervan uitgegaan dat tussen niet-gelieerde partijen transacties immer een zakelijk karakter zullen hebben. Immers, zelfs als een op het eerste gezicht niet zakelijke prijsvorming is ontstaan tussen niet gelieerde partijen, zal dat een zakelijke grondslag hebben. Gedacht kan worden aan compensatie voor een te hoge prijs bij een eerdere transactie of vanwege het in stand houden van de relatie om andere redenen.


In internationale verhoudingen kan men trachten de totale belastingdruk te mitigeren door winsten te laten vallen in landen waar de belasting naar de winst lager is dan in een ander land. Met andere woorden: men tracht transacties zo in te vullen dat belastingdruk plaatsvindt in het land dat laag belast en kosten in het land dat hoog belast.

Het bepalen van de te hanteren prijzen voor het verlenen van diensten en leveren van goederen tussen gelieerde ondernemingen wordt aangeduid met “transfer pricing” en in het Nederlands met interne verrekenprijzen, hoewel ook in Nederland over het algemeen enkel de term “transfer pricing” wordt gehanteerd.

Dit schuiven met winsten is al langere tijd een doorn in het oog van de OESO, die in 1979 een eerste rapport publiceerde over dit onderwerp getiteld, ”Transfer pricing and multinational enterprises”. In onder meer het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is transfer pricing al onderwerp van wetgeving sedert respectievelijk 1910 en 1917.

Het is derhalve een belangrijk onderwerp dat onder meer moge blijken uit het feit dat het een specialisme is in grote belastingadviespraktijken.

De OESO heeft haar strijd tegen in haar beleving foute toepassing van transfer pricing verder voortgezet door een project op te zetten met de veelzeggende naam “Base Erosion en Profit Shifting” (BEPS).

Voor de Curaçaose wetgever heeft dit aanleiding gevormd om in de Algemene Landsverordening Landsbelastingen artikel 43 aan te vullen met leden 11 en 12. Deze leden bepalen dat gelieerde lichamen voor wat betreft hun onderlinge rechtsverhoudingen dienen vast te leggen hoe de voorwaarden met betrekking tot deze rechtsverhoudingen tot stand zijn gekomen en tevens dient daarbij aannemelijk te worden gemaakt dat deze voorwaarden in het economisch verkeer ook tussen onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen. Inwerkingtreding heeft plaatsgevonden met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 bij PB 2016 no. 56.

Dit betekent, vergeleken met de situatie van voor totstandkoming van deze wetgeving, een verschuiving van de bewijslast van de zakelijke juistheid van transacties tussen gelieerde partijen van fiscus naar belastingplichtige. Immers, voorheen diende de fiscus haar stellingen met betrekking tot onzakelijkheid van onderlingen transacties te onderbouwen. Nu ligt de bewijsplicht daarvoor aan de andere kant.

Overigens is dit niet de eerste fiscale wetgeving die zich richt op zakelijke verhoudingen tussen gelieerde partijen. Bij PB 2009, no. 77 werd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2000 artikel 6B in de Landsverordening op de winstbelasting 1940 ingevoerd. Dat artikel tracht de verhoudingen tussen gelieerde partijen te regelen waar het betreft geldleningen en het verkrijgen en verlenen van gebruiksrechten van bedrijfsmiddelen.

Met de introductie van regels omtrent transfer pricing heeft de Curaçaose fiscus een machtig wapen gekregen om onzakelijke transactie tussen gelieerde partijen te bestrijden. De toekomst moet nu leren of en in welke mate van dit wapen gebruik zal worden gemaakt.

October 02, 2019

Buyer beware; or rather: miracles take time

Just a word of advice for those who want to take up residence in Curacao, or may want buy a second home here or otherwise want to invest. This is not your country of origin so things may be different here.
Let me give you some examples. A few years ago a german speaking client stated that his tax lawyer also did his bookkeeping and made his yearly financials. He was quite upset when I explained to him that I can assist his accountant by looking at the figures from a tax perspective or may be confront the accountant with obvious mistakes (everybody makes mistakes). Recently a client put forward that his issues should be addressed more swiftly. He had not taken his tax position into account for years and now we were hired to clean up the mess. We consider it our job and we are happy to do so of course.


But cleaning up needs the cooperation of the tax authorities and they on average need three quarters of a year to react to correspondence. So logically it will take over a year to settle problems.

I realize that we need to communicate this more to our non-Caribbean clients therefore I thought it wise to put this to writing.

Curacao is not the Netherlands with a nicer climate.
It is more South-America where Dutch happens to be one of the official languages and the legal language for that.

With reference to the cartoon: we are totally happy to extinguish your fiscal fires but allow for some time. We are dependent on the tax authorities. That goes for us and even so for our trusted colleagues in the field. And even better. As a fireman would probably say: prevention is better than extinguishing. So, if are are investing in Curacao please contact a competent tax lawyer before you are buried in a pile of tax assessments. Cleaning up afterwards is always more costly and is time consuming.

September 24, 2019

A word of warning

Monday September 23rd in Antilliaans Dagblad an article on policy on substance from our Minister of Finance.

What is this all about?

In international tax planning one aims to move income from high taxed jurisdictions to low tax jurisdictions. From tax infernos to tax havens so to say.

Curacao has since the early 50's of the former century been a tax haven or offshore jurisdiction.

From 1993 on a plan was devised to shed of this offshore reputation which found its conclusion in the coming of force of the so-called New Fiscal Framework per January 1st, 2002.

Before that we had an interesting system for taxation of offshore companies. Via so-called Guarantee Ordinances it was deemed that -generally speaking- offshore income would be taxed at 10 percent of the normal rate.

At the time of  introduction of this legislation the profit tax rate was 24 percent for the first ANG 100,000.-- profit and 30 percent on the balance.

So for offshore this basically became 2,4 percent and 3 percent on the balance.

The New Fiscal Framework made an end to all that. The last Guarantee Ordinance was not to be renewed.

And that is one of the reasons why Curacao is in a perfect storm right now as the Guarantee Ordinance and the lease of the refinery to PdVSA both end this year. This of course apart from the current US restrictions on Venezuela which already make that no crude oil is being delivered to the refinery.

Curacao has created new interesting possibilities to attract other fiscal driven tax planning such as the private foundation and the tax exempt corporation, the latter now called the Curacao Investment Company ("CIC"). Private foundations are bit like a trust and CIC's are exempt from profit tax as long as they adhere to a very limited set of goals and actual activities.

Alas, Europe frowns upon this so now our Minister of Finance has published a policy on substance so that certain kind of legal entities are to benefit.


However, remember where we started. We go from high tax jurisdictions to low tax jurisdictions. The high tax jurisdiction see possible taxable income slip away to the low tax countries.

They will judge for themselves if they deem the substance on Curacao sufficient to allow taxable income to be taxed elsewhere. In other words; the policy as published by our Minister can only be relied upon for Curacao purposes. It will not reflect on the stance to be taken by any foreign tax authority in the world.

So, adhering to this policy is beneficial from a Curacao perspective but may be not so much from the perspective of that other high tax jurisdiction which taxation one tries to avoid.

Just a word of warning!


September 15, 2019

Vorbeugung von Doppelbesteuerung auf Curacao


In steuerlicher Hinsicht mangelt es auf Curacao erheblich an Doppelbesteuerungsabkommen mit anderen Staaten.
Aufgrund dessen versuchen wir schon seit vielen Jahren unserer Regierung davon zu überzeugen, einseitig seitens Curacao eine Steuerpolitik einzuschlagen, die in Fällen von Doppelbesteuerung eine Steuererleichterung oder Steuerbefreiung auf Curacao zur Folge hat.
Vorschläge zur Umsetzung lagen vor, wurden aber nie ins Parlament eingebracht.

Diesen Problem hat sich nun die Judikative angenommen und eine spektakuläre Entscheidung verkündet, die bei Erlangung der Rechtskraft beste Voraussetzungen dafür schaffen könnte, dass weitere Investoren nach Curacao kommen und neue Investitionen zu erwarten sind.




Der Sachverhalt:

Ein Einwohner von Curacao erbrachte Leistungen in den Vereinigten Staaten und erzielte daraus ein dortiges Einkommen. Dementsprechend war dieser zur Abgabe einer Steuererklärung in den USA und zur dortigen Steuerzahlung verpflichtet.
In seiner nachfolgenden Steuererklärung auf Curacao bat der Steuerpflichtige um Steuererleichterung für das bereits in den USA versteuerte Einkommen. Eine derartige Erleichterung wurde abgelehnt und das Einkommen ungeachtet der darauf bereits in den USA gezahlten Steuer nochmals voll steuerlich veranlagt. Hiergegen wandte sich der Steuerpflichtige, welches zur Entscheidung des Finanzgerichtes führte.

Die Entscheidung:

Der Klägervertreter bezog sich in dessen Begründung auf eine von unserer Kanzlei in 2015 ebenfalls vor dem Finanzgericht aufgestellte Behauptung, wonach eine nicht öffentlich gemachte (interne) Richtlinie der Steuerbehörden von Curacao besteht, die derartige Erleichterungen vorsieht. Damals wurde dies durch die Steuerbehörden nicht bestritten, so dass das Gericht bereits in 2015 zugunsten des Steuerpflichtigen entschied.

Auch im nunmehrigen Verfahren entschied dem folgend das Finanzgericht, dass aufgrund dieser internen und nicht veröffentlichten Vorgaben und Politik der Steuerbehörden auf Curacao  auch die Steuerpflichtigen sich hierauf berufen und hiervon Gebrauch machen können.
Das Gericht wies darauf hin, dass das OECD Mustersteuerabkommen zu beachten und maßgeblich wäre.


Résumé:

Dieses Urteil ist sehr interessant und zugleich auch gewagt, da es sich auf nicht veröffentlichte interne Auffassungen der Steuerbehörden abstellt.

Allerdings bleibt abzuwarten, ob dieses Bestand hat und in Rechtskraft erwächst, da die Steuerbehörden bis zum 16. Oktober 2019 gegen dieses Urteil Berufung einlegen kann.

Bei Bestand des Urteiles wäre es naheliegend, in Fällen, in denen es zu Doppelbesteuerung kommt, unter Berufung auf das OECD – Musterabkommen eine Steuererleichterung auf Curacao zu beantragen.

Ich hege also die dringende Hoffnung, dass zur Klärung dieser Problematik und zur Herbeiführung einer gewissen Rechtssicherheit das Urteil Bestand hat, zumal es Curacao dann auch in wirtschaftlicher Hinsicht für Investoren  interessanter machen dürfte.

In zusammenarbeit geschrieben mit Jens Wuendisch, Anwalt in der Bundesrepublik Deutschland

mailto:ra.wuendisch@me.com; 

September 02, 2019

Immobiliensteuer auf Curacao (Gesetzliche Aenderungen)

Wenn Sie einen Haus besitzen auf Curacao sind folgende besteuerungen leider da fuer Sie:

Einkommensteuer wenn Sie Mieteinnahmen bekommen;
Umsatsteuer auf die Mieteinnahmen wenn Sie nich dauernd an einem Einheimischen vermieten; und,

Immobiliensteuer. Und die hat Sie im formalischen Bereich etwas geandert. Wenn Sie ab den  1en September 2019 Immobilien auf Curacao kaufen brauchen Sie eine Anzeige fuer die Immobiliensteuer beim Steueramt ein zu tragen. Und wenn Sie keine Veranlagung fuer die Immobiliensteuer bekommen brauchen innerhalf 12 Monate nach dem Jahresende auch selber dafuer eine Anzeige beim Steueramt ein zu tragen.




Fuer Fragen oder/und Kontakt bitte schreiben Sie uns ueber:

info@mullertax.com

oder whatsapp nach (00)599 9 6942852.

August 29, 2019

Een legal transplant in het Curaçaose belastingrecht. De komst van de winstbelasting naar Curacao


Dit  artikel werd eerder geplaatst in Caribisch Juristenblad 2018/2, pagina 130 ev.


mr. P.E. Muller[1]/prof mr L. Rogier

Inleiding
In dit artikel ga ik in de op de komst van de winstbelasting naar Curacao en beschrijf vervolgens de verschillen met haar Indische voorloper. Deze verschillen hebben betrekking op vrijstellingen voor met olie gerelateerde activiteiten.
Daarna beschrijf ik kort de vrijstellingen in huidige wettekst met betrekking tot aan olie gerelateerde werkzaamheden.
Legal transplants
In CJB 2013/4, pag. 10 e.v. verscheen van Lewin een artikel over ondermeer de herkomst van de Wetboeken van Burgerlijke Rechtsvordering van de Caribische gebiedsdelen[2]. Lewin meldde dat “onze” rechtsvordering haar wortels heeft in een regeling die zijn oorsprong heeft in een regeling die gold voor de rechtspleging voor de residentiegerechten op Java en Madoera en in hoger beroep de raden van justitie op Java.

Hieruit blijkt dat ons burgerlijk procesrecht een zogenaamde legal transplant is.
Wat is een legal transplant? Watson heeft dit gedefinieerd als “the moving of a rule or a system of law from one country to another country or from one people to another[3].
Vervolgens het doel van legal transplants: “Rules-not just statutory rules- institutions, legal concepts and structures that are borrowed, not the spirit of the legal system[4].
Legrand is de mening toegedaan dat legal transplants onmogelijk zijn omdat de betekenis van “a rule” afhankelijk is van de interpretatie binnen een gegeven wettelijke context, en een functie is van de historische en culturele conditionering van de vertaler. In zijn beleving is het verhuizen van “concepts of rules” niet een transplant maar een vertaling omdat woorden in een nieuwe context ook een nieuwe betekenis krijgen[5].
Met andere woorden in een andere omgeving kunnen woorden een andere invulling krijgen. Er is dan de facto geen sprake van een legal transplant maar van een tekstuele transplant die in de nieuwe omgeving wellicht een nieuwe invulling krijgt.
Brants beschrijft de insteek van Legrand in genoemd artikel die dat overigens zelf heeft gedaan in ondermeer “The impossibility of legal “transplants”[6].

Dan nog wijze en waarschuwende woorden voor rechtsbeoefenaren en met name rechtzoekenden in Afrika, Latijns-Amerika en Oost Europa:

“…Recognized patterns of weakness in professional law in developing and transitional countries of Africa, Latin America and Eastern Europe mean that the professional law can not be considered the hegemonic pattern of social rule making in these legal systems. In the pattern called rule of political law the legal process is often determined by political relationships. In those social contexts we can not consider a sporadic pathological distortion that the outcome of litigation depends on “who is who” in the political world. This particularly the case when the clash occurs between the government and individual rights. The very notion of limiting powers by formal law is completely inconsistent with the philosophy of rule making in those countries”[7]
Het zal u niet verbazen dat grote delen van onze wetgeving in de Caribische gebiedsdelen de kwalificatie “legal transplant” toebedeeld kunnen krijgen. Dat geldt mijns inziens voor ons huidige burgerlijk wetboek dat grotendeels is ontleend aan zijn Nederlandse evenknie en evenzeer geldt dat voor ons strafrecht. Het geldt ook zeker voor de inkomstenbelasting en grotendeels ook voor de loon-en- omzetbelasting.

Anderzijds kan gesteld worden dat in de meer recente geschiedenis legal transplants ook vanuit de Caribische gebiedsdelen in Nederland neerstrijken. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de invoering van de besloten vennootschap in ons vennootschapsrecht die jaren voordat de flex-bv in Nederland werd ingevoerd hier al haar opgang deed.

Winstbelasting
Het gaat dan ook wat ver om alle legal transplants in ogenschouw te nemen omdat zoals gezegd dit voor tamelijk veel van onze wetgeving speelt. Lewin beschreef echter een transplantatie van Oost naar West in genoemd artikel. In het belastingrecht kennen we ook een legal transplant van Oost naar West te weten de Landsverordening op de winstbelasting 1940. Deze komt namelijk voort uit de (Indische) Ordonnantie op de vennootschapsbelasting 1925. Metry heeft dit uitgebreid beschreven[8].
In dit artikel wil ik kort aandacht besteden aan deze Indische toevoeging aan ons belastingrecht.
De Indische vennootschapsbelasting is goed beschreven. Indische vennootschapsbelasting (ordonnantie op de vennootschapsbelasting 1925) een werk van Steinmetz uit 1933, geeft een uitputtende beschrijving van deze vennootschapsbelasting[9].
Het eerste deel van het boek bevat de wettekst gevolgd door een toelichting op de ordonnantie in 9 hoofdstukken.

Om nog even kort terug te keren naar het gedachtegoed van Legrand; die gaat naar mijn mening niet goed op in het geval van onze Indische vennootschapsbelasting. Dit om een tweetal redenen. De eerste is dat zowel de Indische vennootschapsbelasting als de Curaçaose winstbelasting in de Nederlandse taal werden vastgesteld en ingevoerd zodat van een letterlijke lost in translation geen sprake kan zijn. Waar Legrand spreekt over “vertalen” naar een andere culturele en historische context denk ik dat ook die insteek in dit geval geen opgeld doet. Dat blijkt ondermeer uit het gegeven dat Steinmetz meerdere malen is aangehaald in onze fiscaal-juridische literatuur juist om de Curaçaose winstbelasting te kunnen duiden. Ik verwijs naar Haarmans en Van der Kleij die in artikelen in het Tijdschrift voor Antilliaans Recht-Justicia steun zochten in Steinmetz ter onderbouwing van hun respectievelijke betogen
[10]. Beide schrijvers[11] waren overigens historicus voor zij zich het fiscaal recht eigen maakten, hetgeen wellicht (deels) verklaart waarom zij allebei met zoveel enthousiasme voor interpretatie teruggrepen naar een werk uit 1933.
Hetzelfde zou wellicht betoogd kunnen worden voor ons burgerlijk procesrecht gelet op het artikel van Lewin. Overigens zou ik de mening van Legrand waarschijnlijk wel steunen bij andere legal transplants omdat immers interpretatie altijd binnen contexten zoals hierboven aangegeven plaatsvindt. Lokin en Zwalve beschrijven dat proces aan de hand van een voorbeeld van een Fransman die eerst het Nederlandse woord “hond” voorgelegd krijgt (hetgeen tot geen enkele interpretatie aanleiding zal geven) en vervolgens het Nederlandse woord “hier” dat tot een andere interpretatie zal leiden voor de Fransman dan voor een Nederlander[12].

Van Indische vennootschapsbelasting naar Curaçaose winstbelasting[13]
Het belastingrecht kent net als andere rechtsgebieden voor een ieder bekende onderscheidingen. Een onderscheid wordt bijvoorbeeld gemaakt naar formeel-en- materieel belastingrecht. Een ander onderscheid is of sprake is van een subjectieve heffing (gericht op het heffen van belasting van een subject) of een objectieve heffing (die zich zoals u zult begrijpen richt op een object). De Indische vennootschapsbelasting en ook de Curaçaose winstbelasting zijn objectheffingen. Dat valt eenvoudig vast te stellen door artikel 1 van de Indische variant te lezen waarbij wordt aangevangen met de woorden:

Onder den naam van “vennootschapsbelasting” wordt eene belasting geheven: (en dan volgt lid 1 pm) van de winst van binnen Nederlandsch-Indie gevestigde naamlooze vennootschappen,………..

en de Curaçaose variant (huidige tekst) met de woorden:

Onder de naam van “winstbelasting” wordt een belasting geheven: (en dan volgt a. pm) van de winst van binnen de Nederlandse Antillen gevestigde naamloze vennootschappen,………..”.
Behalve voor de benaming van het heffingsgebied kan gesteld worden dat de aanhef van beide verordeningen identiek is. Tevens toont deze aanhef aan dat inderdaad sprake is van objectheffingen. Er wordt immers niet geheven van het subject maar van het object zijnde de winst van de onderworpen entiteit. Dit maakt overigens dat gesteld kan worden dat de aanduiding van de Indische variant eigenlijk niet correct was. Immers, men spreekt over vennootschap; het subject en niet over de winst het object. Waarmee gesteld kan worden dat de Curaçaose aanduiding nauwkeuriger is.
De invoering van de Winstbelasting in Curacao ging overigens niet zonder horten of stoten.
In hun commentaar op artikel 10 van het ontwerp gingen enkele Statenleden in op de overname van de Indische vennootschapsbelasting:
“ de eerste plaats moge worden opgemerkt dat het huidige ontwerp Winstbelasting een bijna woordelijke kopie is van de uit 1925 daterende ordonnantie op de Vennootschapsbelasting in Nederlands Oost-Indië.
Van deze ordonnantie is de minder fraaie stijl en niet steeds duidelijke begripsverklaring en omschrijving klakkeloos overgenomen. Tevens rijst de vraag waarom in de Curaçaosche winstbelasting niet verwerkt zijn de rectificaties van de feiten die de Oost-Indische ordonnantie in de praktijk ongetwijfeld zal hebben vertoond.
 Uit een oogpunt van bevordering van de Rijkseenheid zou het juister zijn geweest zoveel mogelijk aan te sluiten op de terminologie van de Nederlandse wetten die dezelfde materie regelen
Men schiet het doel voorbij door zonder meer in de Nederland of Oost-Indië bestaande wetten voor Curacao over te nemen.
Immers, gelijkheid van wetgeving is alleen mogelijk bij gelijke omstandigheden in de meest ruime zin van het woord.
Hoezeer Curacao ook bij het Rijk behoort, niemand zal ontkennen dat Curacao een eigen leven heeft met sociaal en economisch van Nederland en Oost-Indië afwijkende omstandigheden.
 Daarom is het uit een oogpunt van beleid noodzakelijk dat Curacao wetten of vorderingen heeft, die aangepast zijn aan en ingesteld zijn op Curaçaosche verhoudingen
Het naamloze-vennootschapswezen in Nederlands Oost-Indië is geenszins op een lijn te stellen met dat op Curacao. `
In eerst genoemde gebieden is het N.V.-wezen reeds tal van jarengeheel volgroeid en werd de dubbele belasting op de opbrengst van de N.V. .’s eerst ingesteld toen de gemeenschap zich deze vorm van bedrijfsuitoefening geheel eigen had gemaakt en daarvan de economische voordelen ten volle had geplukt.
De dubbele belasting is aldaar ingevoerd op een zodanig tijdstip, dat zij geen rem meer kon vormen tegen de ontwikkeling van het N.V.-wezen.”[14]
De klaarblijkelijke kritische leden van de Staten hadden toen zo te zien al feilloos door waar Legrand voor waarschuwde. Wetgeving moet beschouwd worden vanuit het culturele en sociale kader van de samenleving waar deze naar toe wordt getransplanteerd. Ik kan mij er iets bij voorstellen dat deze Statenleden een groot verschil zagen tussen het toenmalige Nederlands-Indië en het toenmalige Curaçao. Dat geldt uiteraard vanuit cultureel perspectief maar evenzeer vanuit economisch oogpunt. Op onvergelijkbare (ei)landen werd identieke belastingwetgeving losgelaten.
Aan de andere zijde van het spectrum merk ik dan echter dat in de rechtsvergelijking met enig dedain op het belastingrecht wordt neergekeken:

“For tax purposes however, and especially with regard to Corporate Income Tax it is submitted that the above-mentioned political considerations are decisive for the design of tax law.”

En dan iets verderop: “Conversely, the design of tax law and the legal transplantation of instruments take place mainly with the main aim to raise revenue. For example, in Colombia, as of 1 January 2002 a new tax on financial transactions already applicable in Brazil was transplanted to the Colombian tax system to “make up for revenues lost by lowering the value-add tax rate”[15].

Met andere woorden: schrijfster is de mening toegedaan dat de intrinsieke problemen van het transplanteren van wetgeving zoals hierboven besproken in mindere mate gelden voor belastingrecht dan voor andere rechtsgebieden zoals privaatrecht. Dat zou dan met terugwerkende kracht het commentaar van de Curaçaose Statenleden moeten weerspreken.
Uiteraard is de vraag die dan opkomt of dit een correcte gevolgtrekking is. Brants[16] schrijft over het Nederlandse strafrecht: “If the determining underlying dynamic of a legal culture of criminal justice is the legitimization and reflection of fundamental notions regarding te individual in relation to  the state,…………”.
Brants geeft daarmee aan dat waar in het strafrecht het individu en de staat tegenover komen te staan de dynamiek van de juridische cultuur bepalend is hoe men aankijkt tegen legitimisatie en hoe men reflecteert op dat individu versus de staat. Individu en staat staan veelal evenzozeer rechtstreeks tegenover elkaar in het belastingrecht. Deze vergelijking treft uiteraard nog beter doel waar het het fiscale strafrecht betreft. Ik ben het dan ook voorshands niet eens met schrijvers die betogen dat inherente problemen van legal transplants in mindere mate gelden voor belastingrecht dan voor andere rechtsgebieden.


Verschillen tussen Indische vennootschapsbelasting en Curaçaose winstbelasting
Aardig is natuurlijk om na te gaan waar de Landsverordening op de winstbelasting 1940 is gaan afwijken van haar Indische voorloper. In de Indische vennootschapsbelasting zijn de bepalingen van materieel belastingrecht opgenomen in de eerste 12 artikelen. De daaropvolgende artikelen bevatten
het formele belastingrecht bestaande uit:
 boekhouding, aangifte en geheimhouding;
het opleggen van de aanslag; bezwaar tegen de aanslag, invordering; en,
het strafrecht der vennootschapsbelasting.
De Landsverordening op de winstbelasting 1940 kende bij invoering dezelfde indeling. Het materiele belastingrecht bevatte echter 2 artikelen meer dan haar Indische moeder. Het verschil zit hem meteen in artikel 2 die in de Curaçaose heffing een vrijstellingsbepaling kent voor winst van lichamen verkregen met het vervoer te water of door de lucht van personen en goederen tussen binnen en niet binnen het gebiedsdeel Curacao gelegen havens en van de winst van deze lichamen behaald met de aankoop, verkoop, opslag en levering van aardolieproducten indien en voorzover die aankoop, verkoop, opslag en levering wordt verricht door of door tussenkomst van de lichamen in artikel 8. En artikel 8 bevatte op zijn beurt een gunstige regeling voor “het aardolieverwerkingsbedrijf”. Curacao kende (en kent) maar een (1) aardolieverwerkingsbedrijf. In de tijd van de invoering van de winstbelasting heette dat bedrijf Curaçaosche Petroleum Maatschappij, later CPIM, nog later Shell en nu PdVSA[17].
Deze vrijstellingen waren bij de komst van de raffinaderij bedongen voor de toen geldende inkomstenbelasting en werden daarna eenvoudig weer doorgezet in de nieuwe winstbelasting.

Onderstaand zal blijken dat reeds voor de komst van de raffinaderij gunstige fiscale voorwaarden werden afgedwongen.
Heij schrijft in haar afstudeerscriptie[18]: “Voor 1920 was er een gescheiden belastingsysteem voor Indonesiërs en Aziatische belastingplichtigen (“vreemde Oosterlingen”) enerzijds en Europeanen anderzijds. Vanaf 1920 kwam er een inkomstenbelasting voor alle bevolkingsgroepen, hieronder vielen niet alleen individuen maar ook ondernemingen.

Deze wetgeving was maar een kort leven beschoren omdat deze wetgeving voor wat betreft –om het maar even ruim te duiden- ondernemingen, in 1925 werd vervangen door de Indische vennootschapsbelasting. De Indische vennootschapsbelasting is overigens eerst in 1984 vervangen door de Pajak Penghasilan 1984[19].
De Surinaamse wet inkomstenbelasting 1922 betrekt overigens zowel natuurlijke personen als ook rechtspersonen in haar heffing zodat het zeer goed mogelijk is dat deze belastingwet een legal transplant is van de Indische inkomstenbelasting van 1920.

Bij invoering van de Indische vennootschapsbelasting bedroeg het tarief 10 procent. De vaststelling van dit tarief is overigens niet zonder discussie verlopen. Vleming
[20] heeft daar een betoog van 83 pagina’s aan gewijd. Vleming, omschrijft zich in genoemd boekje als “-zooals ik in het voorwoord vermeldde –niet als belastingambtenaar, maar als particulier, burger van Nederlands-Indië,….”. Vleming is tegen een te laag belastingtarief in de dan nog in te voeren vennootschapsbelasting omdat hij bang is dat eventuele tekorten op een toch al armlastige bevolking verhaald zullen worden. Voor kapitaalvlucht hoeft men volgens Vleming niet bevreesd te zijn omdat de lage lonen altijd een hoge winstcapaciteit met zich zullen brengen. Vleming neemt het op voor de “inlanders”.

Vermakelijk is zijn weerwoord waar Nederlands-Indië “klakkeloos” wordt vergeleken met “Malakka” of “de Phillippijnen”.
“Dan knapten we het zaakje net zo op als in “Malakka”. De Chineezen halen tin uit den grond………uitvoerrecht; ze rooken opium………invoerrecht; en dobbelen……….speelbelasting”[21].
Later kreeg Vleming alsnog het gelijk aan zijn kant. Het vaste tarief werd vervangen door meerdere tarieven, afhankelijk van het soort onderneming en het soort winst, werd een zeker tarief toegepast[22].
Bovenstaande roept de vraag op waarom de Indische vennootschapsbelasting geen vrijstellingen kende voor met aardolie gerelateerde activiteiten waar deze vrijstelling wel meteen bij haar invoering in de Curaçaose winstbelasting werden opgenomen.
Op deze vraag ga ik hieronder in.
De beslissing om een raffinaderij op Curacao te bouwen werd door, de beroemde, Sir Henry Deterding, genomen op 13 mei 1915[23]. Van Soest beschrijft tot in detail –en op zeer lezenswaardige wijze- alle aspecten en facetten van de komst van “de Koninklijke” naar Curacao. De Curaçaosche Petroleum Maatschappij (“CPM”) werd in 1916 bij notariële akte opgericht. Overigens betrof het hier een Nederlandse vennootschap met zetel in Den Haag[24]. Bij de keuze voor Curacao werd overleg gevoerd met de Minister van Koloniën wat aan Deterding de verzuchting heeft ontlokt: “Wij kunnen speciaal met de Nederlandsche regering niet voorzichtig genoeg zijn, waar deze regering zich gewoonlijk laat verleiden door weinig zakelijke doch zeer ethische redenen.”[25]
De CPM werd van meet af aan gesteund door allerlei regelingen en faciliteiten te creëren. Van Soest[26] noemt een ruime vrijstelling van invoerrechten, verlaging van de loodsgelden voor de aanvoer van ruwe olie uit Venezuela. Van Soest beschrijft verder een uiterst eigengereid opererende vennootschap die inmiddels was omgedoopt tot CPIM. Althans, in 1925 werd de Curaçaosche Petroleum Industrie Maatschappij N.V. opgericht die dan op haar beurt weer in 1959 overging in Shell Curaçao N.V..
Van Soest geeft een voorbeeld van een conflict met de belastingontvanger met betrekking tot opgelegde aanslagen overdrachtsbelasting. De oliemaatschappij wilde de leggerwaarde van de overgedragen onroerende goederen als uitgangspunt nemen waar de ontvanger uitging van de werkelijke waarde[27]. Saillant detail daarbij is uiteraard dat de sterke stijging van de waarde van bepaalde gronden was ontstaan door de koopwoede van de oliemaatschappij.
Fiscale vrijstellingen waren de belangrijkste overweging voor het vestigen van de raffinaderij op Curacao[28]. Met als gevolg dat in 1921 door CPM nog teleurstellend weinig in de koloniale kas werd bijgedragen[29]. Toen de bestuurlijke top van Curacao vervolgens trachtte om dit te compenseren door de te betalen loodsgelden te verhogen werd door de Haagse olielobby er snel voor gezorgd dat deze loodsgelden werden gehalveerd. In tijd betaalde de CPM raffinaderijbelasting, grondbelasting, weeldebelasting en loodsgelden. Van het betalen van invoerrechten en van inkomsten/winstbelasting was geen sprake.
De vraag dringt zich derhalve op waarom in de Indische vennootschapsbelasting niet ook dergelijke vrijstellingsbepalingen waren opgenomen bij haar invoering of later. Immers ook voor het toenmalige Nederlands-Indië had mogen gelden dat Shell haar klaarblijkelijke korte lijntjes met de Minister van Koloniën ingezet kunnen worden. Ik heb nergens in de literatuur die vraag gesteld noch beantwoord zien worden.
Ik vermoed dat het verschil tussen Oost en West daarin was gelegen dat in Nederlands-Indië al meerdere oliemaatschappijen actief waren. Naast Shell was daar namelijk eveneens Standard Oil of New Jersey (van de Rockefellers pm) doende en kwam Caltex
[30] daarbij in 1939. Shell had derhalve geen monopolie en dat verzwakt uiteraard de onderhandelingspositie. Wellicht speelde ook al een rol dat in Nederlands-Indië al veel langer werd verdiend in bijvoorbeeld de plantagecultuur. Voor Curaçao gold dat de komst van de raffinaderij ondermeer economisch van grote invloed was omdat “Van een overwegend commerciële, werd Curaçao tot een overwegend industriële maatschappij[31]
Bij tegenvallende overheidsinkomsten werd echter altijd weer snel in de richting van de raffinaderij gekeken. Zo heeft prof. mr. W.F.G. Vermeend in zijn toenmalige hoedanigheid van adviseur van de Curaçaose overheid in de 70-er jaren getracht een soort horizonvervuilingsbelasting ingevoerd te krijgen. Aangezien een belasting echter nooit op een enkele persoon gericht kan zijn is dat plan uiteindelijk gesneuveld hoewel Metry aangeeft[32] dat bij zijn weten het betreffende A.B. nimmer is ingetrokken[33].
In de huidige winstbelasting (tekst 2017) vindt men de volgende vrijstellingen met betrekking tot de raffinaderij:
1 In artikel 2 lid 1 onderdeel c LWB 1940 eerst een vrijstelling voor een vennootschap waarvan alle aandelen in handen zijn van de rechtspersoon de Nederlandse Antillen en voorzover deze winst is behaald met de winning en verkoop van petroleum. Deze bepaling is er in het bijzonder op gericht om Curoil N.V. vrij te stellen van de heffing van winstbelasting;
2 Artikel 2 lid 1 onderdeel e LWB 1940 bevat een vrijstelling voor de exploitatie-waaronder begrepen de verhuur van- een raffinaderij;
3 artikel 2 lid 1 onderdeel j LWB bevat reeds een voor 90 procent van de winst vrijstelling voor de activiteiten van een LNG overslagstation. Dit overslagstation is er (nog) niet maar de vrijstelling klaarblijkelijk wel.
Conclusies[34]
De Landsverordening op de winstbelasting 1940 is een legal transplant die haar oorsprong heeft in het toenmalige Nederlands-Indië. De Curaçaose Landsverordening op de winstbelasting 1940 is bijkans een kopie van oorspronkelijke Indische vennootschapsbelasting.

De naam winstbelasting is beter dan vennootschapsbelasting nu het een objectheffing betreft.
De stelling van Legrand gaat niet altijd op; zeker niet ingeval van de transplantatie van de Indische vennootschapsbelasting naar Curacao waar vanwege ondermeer de Nederlandse taal op het moment van de transplantatie en ook daarna maakt geen sprake is van “lost in translation”.
Voor wat betreft de culturele context zou dat anders kunnen zijn maar mede ondermeer daardoor dat “Steinmetz” ook beschikbaar was in Curacao en de fiscale begrippen tussen Oost en West niet verschillen, concludeer ik dat in dit geval de stelling van Legrand geen opgeld doet.
Naar mijn mening zijn de intrinsieke problemen die het transplanteren van wetgeving mee kunnen brengen evenzeer van toepassing op belastingrecht als op andere rechtsgebieden.

De twee extra vrijstellingsbepalingen die in de Landsverordening op de winstbelasting 1940 werden opgenomen ten behoeve van de oliemaatschappij zijn daar naar zich laat aanzien in terecht gekomen door de grotere onderhandelingskracht die zij in de West had ten opzichte van die in de Oost.
Ook de huidige winstbelasting kent nog steeds ruimhartige vrijstellingsbepalingen voor aan olie (en inmiddels aan gas) gerelateerde activiteiten.



[1] De auteur is belastingadviseur bij Muller & Associates en redacteur van het Caribisch Juristenblad.
[2] Caribisch Juristenblad, 2013/4, pag. 10 e.v., Lewin, Dr. G.C.C., Hekmeijer en de actieve rechter. Een oude stem in een actueel debat.
[3] Watson, Alan, Legal Transplants, 1st edition, Scottish Academic Press, Edinburgh 1974, pag. 21.
[4] Watson, Alan, Legal transplants and European Private Law, Ius Commune Lectures on European Private Law, 2 (Electronic version). Dutch Institute of Comparative Law.
[5] Brants, C., Legal culture and legal transplants, Electronic journal of comparative law, vol. 14 (December 2010), http://www.ejcl.org pag. 5.
[6] Leblanc, P., The impossibility of legal transplants, Maastricht Journal of European and Comparative law, 1997, p. 111-124.
[7] Mattei, Ugo, Three Patterns of Law: Taxonomy and Change in the World’s Legal Systems, p. 28.
[8] Metry. Mr. F., De geschiedenis van de belastingen in de kolonie Curacao en de Nederlandse Antillen, Curacao, 2006, pag. 391 e. 392.
[9] B.J.F. Steinmetz, De Indische vennootschapsbelasting, Haarlem 1933.
[10] Haarmans, J., Toepasbaarheid van Nederlandse jurisprudentie op Antilliaans belastingrecht, TAR-Justitia 2002, nr. 2, pag. 100 ev.; Haarmans, J. Fiscale positie van de Commanditaire vennoot in het Antilliaanse recht, TAR-Jusiticia 2004, nr. 3. Pag. 190 ev; Kleij, P.W. van der. Navorderingsaanslagen in de winst-en inkomstenbelastingheffing van de Nederlandse Antillen en Aruba, een historisch en vergelijkend opstel.
[11] -zijn ons beide op te jonge leeftijd komen te ontvallen.
[12] Lokin, H.J.A./Zwalve, W.J., Inleiding in de rechtsgeschiedenis, Groningen 1985.
[13] In die tijd heette wat later de Nederlandse Antillen werden: “het gebiedsdeel Curacao”. Daarvoor (tot 1936 was de naam “Curacao en Onderhorigheden en vanaf 1936 tot 1986 “Nederlandse Antillen. Daarna Nederlandse Antillen en Aruba en daarna werd op 10 oktober 2010 Curacao een land binnen het koninkrijk.
[14][14] Metry, t.a.p.
[15] Mosquera Valderrama, Irma J., Legal transplants and comparative law, International Law Journal, December 1, 2004, pp. 261-276.
[16] Brants, C. p. 5.
[17] Petroleos de Venezuela Sociedad Anonima.
[18] Heij, Gitte, Het Indonesische Belastingrecht; nieuwe ontwikkelingen, theorie en praktijk, Groningen, 1993, pag. 25.
[19] Heij, t.a.p., pag 26.
[20] Vleming, J.L. jr, De strijd om de Indische vennootschapsbelasting; overzicht en beschouwingen, Haarlem, 1924.
[21] Vleming, pag. 35.
[22] Heij, t.a.p. pag. 26.
[23] Soest, Dr. J. van, Olie als water, Curacao, 1976, pag. 177.
[24] Soest van, pag.192.
[25][25] Soest van, pag 166.
[26] Soest, van, pag 202 ev.
[27] Soest, van, pag 202.
[28] Soest van, pag 175.
[29] Soest van, pag. 203.
[30] California Texas Oil Corporation (later Chevron Texaco Corporation).
[31] Dekker, J.J.H., Curaçao zonder/met Shell, Zutphen, 1982.
[32] Metry, pag. 752.
[33] https://www.nrc.nl/nieuws/1993/11/13/vermeend-grossiert-in-fiscale-wetten-7203153-a211790.
[34] Dit artikel is mede tot stand gekomen dankzij een aantal boeken die ik heb gekregen dan wel geleend. Mijn dank gaat dan ook uit naar mr. S.R. Vanenburg, drs. H.C.J. Hoogendijk, prof. mr. H.J.A. Lokin, prof mr. F. Brandsma, dr. Gitte Heij, mr. L.F. Delfgaauw, drs. P.L Govers en drs. M.A Scriwanek.