July 30, 2026

KG:211:2026:27 Curaçaose naamloze vennootschap

 


Aanleiding

De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Curaçao opgerichte naamloze vennootschap (hierna: Curaçaose nv).

Vraag

Met welke Nederlandse rechtsvorm is een Curaçaose nv vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?

Antwoord

Een Curaçaose nv is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse naamloze vennootschap (hierna: Nederlandse nv) of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (hierna: Nederlandse bv).

Beschouwing

Bij deze kwalificatie kon worden beschikt over:

Algemeen

Via de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is per 1 januari 2025 de rechtsvormvergelijkingsmethode gecodificeerd als wettelijke methode voor de fiscale kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen, waardoor buitenlandse rechtsvormen worden vergeleken met Nederlandse rechtsvormen. Het Besluit VBR geeft uitvoering aan de in artikelen 1.11 en 2.14bis van de Wet IB 2001, artikel 1a van de Wet Vpb 1969, artikel 1 van de Wet DB 1965 en artikel 1.2 van de Wet BB 2021 opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode.

In het Besluit VBR worden regels gesteld aan de hand waarvan wordt bepaald of een naar buitenlands recht opgericht of aangegaan lichaam een met een Nederlandse rechtsvorm vergelijkbare rechtsvorm heeft en, als dat het geval is, met welke Nederlandse rechtsvorm het buitenlandse lichaam dan vergelijkbaar is. De groep van Nederlandse rechtsvormen bestaat enerzijds uit de – in de meeste gevallen in Boek 2 van het BW Nederland benoemde – rechtsvormen die voor Nederlandse fiscale doeleinden als zelfstandig belastingplichtig worden aangemerkt (hierna ook: de BW-rechtsvormen) en anderzijds uit de Nederlandse personenvennootschappen (de vennootschap onder firma, de maatschap en de commanditaire vennootschap), die voor Nederlandse fiscale doeleinden in de regel als transparant worden aangemerkt (zodat de achterliggende participanten in de heffing worden betrokken).

De BW-rechtsvormen hebben gemeen dat zij op basis van het BW Nederland rechtspersoon zijn. Daarnaast geldt dat de BW-rechtsvormen, op de bijzondere rechtsvormen van het kerkgenootschap, de informele vereniging en de Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon na, worden opgericht bij notariële akte. Hoewel de BW-rechtsvormen een aantal kenmerken delen, kennen zij ook veel verschillen.

Voor een personenvennootschap geldt dat in het algemeen sprake is van een overeenkomst tot samenwerking ter uitoefening van een beroep of bedrijf met inbreng door ieder van de participanten met het oogmerk voordeel te behalen en dit met elkaar te delen. Personenvennootschappen hebben civielrechtelijk geen in aandelen verdeeld kapitaal en de (niet-commanditaire) vennoten zijn aansprakelijk voor verplichtingen van de vennootschap tegenover derden.

Het antwoord op de vraag of een buitenlandse rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm wordt in beginsel bepaald aan de hand van de toets of de buitenlandse rechtsvorm naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm.

Om de aard van een buitenlandse rechtsvorm vast te stellen dient aan de hand van het buitenlandse recht geanalyseerd te worden welke plaats de betreffende rechtsvorm in het buitenlandse recht inneemt en welke bedoeling de buitenlandse wet- of regelgever heeft gehad met die rechtsvorm. Bij deze analyse komt onder andere belang toe aan de keuze van de buitenlandse wet- of regelgever om de betreffende rechtsvorm als contractueel samenwerkingsverband (zoals de Nederlandse personenvennootschap) vorm te geven, of bijvoorbeeld als een kapitaalvennootschap (zoals de Nederlandse nv en Nederlandse bv).

De inrichting van een buitenlandse rechtsvorm heeft betrekking op de meer concrete regels die zijn gegeven voor die rechtsvorm in het buitenlandse recht. De inrichting van de Nederlandse rechtsvormen bestaat voor een belangrijk deel uit de wezenlijke kenmerken van verschillende rechtsvormen die per Nederlandse rechtsvorm zijn benoemd in afdeling 2 van hoofdstuk II van het Besluit VBR.

Toepassing van het toetsingskader op een Curaçaose nv

Voorafgaand aan de behandeling van de Curaçaose nv wordt opgemerkt dat de kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen reeds eerder de Curaçaose bv heeft gekwalificeerd, zie daartoe KG:211:2025:6.

De aard van een Curaçaose nv

Een Curaçaose nv wordt beheerst door het Boek 2 BW Curaçao. Sinds 2010 maakt Curaçao, evenals Aruba en Sint Maarten, als zelfstandig land deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (Statuut) regelt de staatkundige relatie tussen de landen. In artikel 39 van het Statuut is opgenomen dat het burgerlijk en handelsrecht in Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zoveel mogelijk op gelijke wijze wordt geregeld (het zogenoemde concordantiebeginsel).

Curaçao heeft sinds 2010 een eigen versie van het BW, maar deze is grotendeels gebaseerd op het Nederlandse systeem. De basisprincipes en veel bepalingen zijn vergelijkbaar, maar er zijn ook enkele verschillen door latere moderniseringen van het civiele recht. Dit zijn overigens geen wezenlijke verschillen die afdoen aan de aard van de Curaçaose nv. De Curaçaose nv en bv zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waar bij de oprichting door de aandeelhouder risicodragend kapitaal wordt ingebracht in ruil voor één of meer aandelen.

Het civiele recht van Curaçao kent, net als Nederland, ook personenvennootschappen, te weten de openbare en de stille personenvennootschappen die kortgezegd worden vormgegeven door middel van een overeenkomst tot samenwerking tussen twee of meer personen. 

Gelet op de ontstaansgeschiedenis en de overeenkomsten tussen het BW Nederland en het BW Curaçao is een Curaçaose nv naar haar aard een kapitaalvennootschap.

De inrichting van een Curaçaose nv

Zoals aangegeven bestaat de inrichting van de Nederlandse rechtsvormen voor een belangrijk deel uit de wezenlijke kenmerken zoals opgenomen in afdeling 2 van hoofdstuk II van het Besluit VBR.

De artikelen 1, 3, 8 en artikel 100 en verder (Titel 5 De naamloze vennootschap) uit Boek 2 BW Curaçao bevatten de meest belangrijke en kenmerkende bepalingen ten aanzien van een Curaçaose nv.

Op basis van de aard van een Curaçaose nv wordt vergelijking gezocht binnen de Nederlandse BW-rechtsvormen. Vanwege de hiervoor omschreven aard en reeds genoemde kenmerken van een Curaçaose nv zal hieronder, op basis van de inrichting van de Curaçaose nv, worden beoordeeld of sprake is van vergelijkbaarheid met de Nederlandse nv of bv. De vergelijking wordt gemaakt aan de hand van de wezenlijke kenmerken van de Nederlandse nv en de bv zoals die zijn opgenomen in artikel 3 van het Besluit VBR.

  1. De vennootschap heeft op grond van de civiele wet- en regelgeving een in aandelen verdeeld kapitaal
    • Een Curaçaose nv is een rechtspersoon met een of meer op naam of aan toonder gestelde aandelen.  (zie artikel 100 en artikel 104 van Boek 2 BW Curaçao).
  2. De vennootschap bezit rechtspersoonlijkheid
    • De Curaçaose nv bezit rechtspersoonlijkheid en kan dus de juridische eigendom hebben van vermogensbestanddelen (zie artikel 100 in combinatie met artikel 3 Boek 2 BW Curaçao).
  3. De vennootschap wordt door een of meerdere personen opgericht
    • Uit artikel 100, lid 2, Boek 2 BW Curaçao volgt dat een Curaçaose nv door een of meerdere personen bij notariële akte wordt opgericht.
  4. De aandeelhouders van de vennootschap zijn op grond van de civiele wet- en regelgeving niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en zijn niet gehouden boven het bedrag dat op hun aandelen in de vennootschap behoort te zijn gestort in de verliezen van de vennootschap bij te dragen
    • De aandeelhouders van een Curaçaose nv zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap (zie artikel 1 en artikel 3 Boek 2 BW Curaçao).
  5. De vennootschap kan winstuitkeringen doen aan de aandeelhouders
    • Uit artikel 118 Boek 2 BW Curaçao volgt dat een Curaçaose nv winstuitkeringen kan doen aan haar aandeelhouders.
  6. Alle aandeelhouders hebben in beginsel stemrecht
    • Ieder aandeel in een Curaçaose nv geeft in beginsel recht op één stem (zie artikel 100 en artikel 132 Boek 2 BW Curaçao).
  7. De vennootschap heeft een bestuur dat de vennootschap vertegenwoordigt
    • Ingevolge artikel 8 en artikel 136 Boek 2 BW Curaçao heeft een Curaçaose nv een bestuur dat de vennootschap vertegenwoordigt.
  8. De vennootschap heeft statuten
    • De Curaçaose nv wordt volgens artikel 100 Boek 2 BW Curaçao opgericht bij notariële akte. Deze akte bevat op grond van artikel 4 Boek 2 BW Curaçao de statuten. Artikel 102 Boek 2 BW Curaçao geeft een opsomming van bepalingen die in de statuten opgenomen moeten zijn.
  9. De vennootschap kan aan een handelsplatform genoteerd zijn
    • Een Curaçaose nv kan aandelen uitgeven die beursgenoteerd zijn (zie artikel 104, derde lid, Boek 2 BW Curaçao).
  10. De aandelen zijn vrij overdraagbaar
    • Op grond van artikel 110 Boek 2 BW Curaçao zijn de aandelen in een Curaçaose nv overdraagbaar. De overdraagbaarheid kan eventueel op grond van artikel 111 Boek 2 BW Curaçao statutair worden beperkt of worden uitgesloten.

Op basis van vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de inrichting van de Curaçaose nv vergelijkbaar is met die van de Nederlandse nv of bv. De kenmerken van de Curaçaose nv komen (nagenoeg) overeen met de wezenlijke kenmerken van de Nederlandse nv en bv, zoals opgenomen in het Besluit VBR. Om die reden kan bovendien geen sprake zijn van vergelijkbaarheid met enige andere Nederlandse rechtsvorm.

Conclusie

De Curaçaose nv is, voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021, vergelijkbaar met de nv of bv naar Nederlands recht. Zij is niet vergelijkbaar met een andere Nederlandse rechtsvorm.


July 29, 2026

GEBRUIKELIJK LOON OP CURAÇAO: MOET DE DGA ZICHZELF ALTIJD CG 50.000 BETALEN?

 GEBRUIKELIJK LOON OP CURAÇAO: MOET DE DGA ZICHZELF ALTIJD CG 50.000 BETALEN?

Een directeur-grootaandeelhouder heeft een wat merkwaardige fiscale positie. Hij is aandeelhouder van de vennootschap, maar verricht doorgaans ook werkzaamheden voor diezelfde vennootschap. Daarmee kan hij in zekere zin zelf bepalen hoeveel salaris hij ontvangt.

Dat bood vroeger een eenvoudige mogelijkheid tot belastingplanning. De directeur betaalde zichzelf weinig of geen loon en liet de winst in de vennootschap zitten of keerde deze later uit als dividend. Omdat loon en dividend fiscaal verschillend worden behandeld, kon dat een aanzienlijk voordeel opleveren.

Om dat tegen te gaan, werd op Curaçao met ingang van 2015 de gebruikelijkloonregeling ingevoerd. De regeling is opgenomen in artikel 6D van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976.

De hoofdregel

De regeling is van toepassing op iemand die werkzaamheden verricht voor een lichaam waarin hij direct of indirect een kwalificerend belang heeft. Voor de meeste directeur-grootaandeelhouders betekent dit dat zij niet vrij zijn om willekeurig een zeer laag salaris vast te stellen.

Als uitgangspunt wordt het gebruikelijk loon bepaald op:

  • 50 procent van de omzet van de vennootschap, indien de omzet niet meer bedraagt dan Cg 100.000; of
  • Cg 50.000, indien de omzet meer bedraagt dan Cg 100.000.

Een vennootschap met een omzet van Cg 80.000 komt dus in beginsel uit op een gebruikelijk loon van Cg 40.000. Bij een omzet van Cg 200.000 bedraagt het uitgangspunt Cg 50.000.

Het bedrag van Cg 50.000 is een brutobedrag. Ook loon in natura, zoals de fiscale bijtelling wegens het privégebruik van een door de vennootschap ter beschikking gestelde auto, kan onderdeel vormen van het fiscale loon.

Sinds 1 augustus 2025 geldt de regeling ruimer

Per 1 augustus 2025 is het bereik van de gebruikelijkloonregeling uitgebreid. De regeling kan sindsdien ook toepassing vinden bij een direct of indirect belang van 5 procent of meer in bepaalde lichamen waarvoor voordien een uitzondering gold.

Het gaat onder meer om een Curaçaose Beleggingsvennootschap, een doelvermogen, bepaalde verzekerings-, scheepvaart- en luchtvaartlichamen, e-zonevennootschappen, buitengaatse vennootschappen met een deviezenontheffing en transparante vennootschappen.

Ook in het buitenland wonende bestuurders en commissarissen met een belang van 5 procent of meer kunnen sinds 1 augustus 2025 met de Curaçaose gebruikelijkloonregeling worden geconfronteerd.

Deze uitbreiding verdient aandacht. Iemand kan immers in het buitenland wonen, slechts beperkt bemoeienis hebben met een Curaçaose vennootschap en toch met een Curaçaose looncorrectie worden geconfronteerd.

Werken voor verschillende eigen vennootschappen

Wie werkzaamheden verricht voor verschillende vennootschappen waarin hij een kwalificerend belang heeft, hoeft niet voor iedere vennootschap afzonderlijk een loon van Cg 50.000 op te nemen.

De omzetten van de betrokken lichamen worden in beginsel gezamenlijk beschouwd. Het aldus berekende gebruikelijk loon geldt vervolgens voor de werkzaamheden voor die lichamen gezamenlijk.

Dat voorkomt dat iemand met bijvoorbeeld drie eigen vennootschappen automatisch driemaal Cg 50.000 salaris zou moeten aangeven. Het betekent wel dat de totale omzet van de vennootschappen voor de berekening van belang kan zijn.

Kan het gebruikelijk loon lager zijn?

Jazeker. De naam zegt het eigenlijk al: het gaat om het loon dat voor de werkzaamheden gebruikelijk is.

Als aannemelijk kan worden gemaakt dat iemand zonder aandelenbelang voor soortgelijke werkzaamheden een lager loon zou ontvangen, kan het gebruikelijk loon op dat lagere bedrag worden gesteld. Ook wanneer de meestverdienende werknemer van de vennootschap een hoger salaris ontvangt dan de directeur, kan onder omstandigheden worden aangetoond dat de functie en verantwoordelijkheden van die werknemer niet met die van de directeur vergelijkbaar zijn.

Maar daar zit onmiddellijk het probleem. Degene die een lager loon verdedigt, moet dat lagere loon aannemelijk maken.

Een algemene opmerking dat de directeur slechts enkele uren per week werkt, met pensioen is of daarnaast nog andere werkzaamheden verricht, zal meestal niet voldoende zijn. Er moet een concreet en controleerbaar beeld worden gegeven van:

  • de aard van de werkzaamheden;
  • het aantal gewerkte uren;
  • de verantwoordelijkheden;
  • de omzet en activiteiten van de vennootschap;
  • het loon voor een werkelijk vergelijkbare functie;
  • de financiële positie van de vennootschap; en
  • de beloning van andere werknemers.

Een agenda, urenadministratie, functiebeschrijving, arbeidsovereenkomst, managementovereenkomst en informatie over vergelijkbare salarissen kunnen daarom belangrijk bewijs vormen.

Parttime werken is geen automatische korting

Er wordt nogal eens gedacht dat iemand die twee dagen per week voor zijn vennootschap werkt automatisch twee vijfde van Cg 50.000 als gebruikelijk loon kan aangeven. Zo eenvoudig ligt het niet.

Ook in de Nederlandse rechtspraak wordt streng geoordeeld over een dergelijke automatische tijdsevenredige vermindering. Het normbedrag wordt daar niet zonder meer naar rato van het aantal gewerkte maanden of uren verminderd. De aard, omvang en waarde van de werkelijk verrichte werkzaamheden moeten een lager loon rechtvaardigen.

Die Nederlandse rechtspraak is niet rechtstreeks beslissend voor Curaçao. De Curaçaose regeling heeft immers een eigen tekst en systematiek. Zij vormt wel een waarschuwing: alleen het woord “parttime” op papier zetten is onvoldoende. Een lagere beloning moet inhoudelijk en met bewijs worden onderbouwd.

Startende vennootschappen

Voor startende vennootschappen bevat de Curaçaose regeling een bijzondere tegemoetkoming.

In het jaar van oprichting en de drie daaropvolgende kalenderjaren kan het gebruikelijk loon, op verzoek, worden gesteld op de commerciële winst van de vennootschap als deze lager is dan het normale gebruikelijk loon. Het loon kan daarbij niet lager worden dan nihil.

Deze regeling voorkomt dat een pas opgerichte vennootschap zonder voldoende winst direct een salaris van Cg 50.000 moet financieren.

Het woord “verzoek” is echter belangrijk. Men moet niet stilzwijgend een laag loon aangeven en pas tijdens een boekenonderzoek uitleggen dat de onderneming nog in de opstartfase verkeerde. Het is verstandig de toepassing van de startersregeling tijdig en schriftelijk aan de Inspecteur voor te leggen.

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft in 2022 overigens bevestigd dat een beroep op deze regeling ook uit de door de belastingplichtige aangevoerde feiten en omstandigheden kan blijken. Toch blijft vooraf duidelijkheid vragen de veiligste weg.

Wat als de vennootschap verlies lijdt?

Een verlies betekent niet automatisch dat geen gebruikelijk loon behoeft te worden aangegeven.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een incidenteel verlies en een structurele verliessituatie die de continuïteit van de onderneming werkelijk bedreigt. In de Curaçaose rechtspraak is een beroep op een lager loon afgewezen toen niet aannemelijk was gemaakt dat de vennootschap zich in een structurele verliessituatie bevond.

Ook hier is bewijs dus essentieel. Alleen een verlies in de aangifte winstbelasting is meestal niet genoeg. Jaarrekeningen, liquiditeitsprognoses, bankstanden, schulden, betalingsachterstanden en toekomstverwachtingen kunnen nodig zijn om aannemelijk te maken dat betaling van het normale loon zakelijk niet verantwoord is.

De kleine-omzetuitzondering

De gebruikelijkloonregeling blijft buiten toepassing als het volgens de omzetmaatstaf berekende loon in een kalenderjaar niet hoger is dan Cg 12.500.

Omdat die maatstaf in beginsel 50 procent van de omzet bedraagt, kan deze uitzondering onder meer van belang zijn wanneer de jaaromzet niet meer bedraagt dan Cg 25.000.

Let wel: bij werkzaamheden voor verschillende eigen vennootschappen moet naar de gezamenlijke omzet worden gekeken. Het is dus niet mogelijk de uitzondering kunstmatig per vennootschap toe te passen.

Geen salaris uitbetalen lost het probleem niet op

Sommige directeuren denken dat geen probleem ontstaat zolang de vennootschap feitelijk geen salaris uitbetaalt. Dat is een misverstand.

Als artikel 6D tot een hoger loon leidt dan het werkelijk uitbetaalde loon, wordt het verschil fiscaal als genoten loon aangemerkt. Over dat fictieve loon kan loonbelasting worden nageheven. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen daarnaast premies, rente en boetes aan de orde komen.

De vennootschap kan dus loonbelasting verschuldigd worden over geld dat zij feitelijk niet aan de directeur heeft betaald. Dat maakt de gebruikelijkloonregeling in de praktijk soms bijzonder onaangenaam.

Onze insteek:

Controleer de gebruikelijkloonpositie niet pas wanneer de Inspecteur een boekenonderzoek aankondigt.

Wie een lager loon dan Cg 50.000 wil hanteren, doet er verstandig aan ieder jaar een dossier op te bouwen. Leg vast welke werkzaamheden zijn verricht, hoeveel tijd daarmee was gemoeid, welk salaris voor een vergelijkbare functie gebruikelijk is en waarom de financiële positie van de vennootschap eventueel een lager loon rechtvaardigt.

Vraag bij twijfel vooraf een voor bezwaar vatbare beschikking of leg het standpunt ten minste schriftelijk aan de Inspecteur voor.

De gebruikelijkloonregeling is namelijk geen onwrikbare verplichting om altijd Cg 50.000 te betalen. Maar wie daarvan wil afwijken, moet wel met een beter verhaal komen dan: “De vennootschap kon het niet betalen” of “Ik werkte maar een paar uur per week.”



In belastingzaken is een goed verhaal belangrijk. Een goed onderbouwd verhaal is nog veel belangrijker.

July 10, 2026

PARTTIME CFO door John van de Pol


PARTTIME CFO door John van de Pol

Financiële topkwaliteit. Alleen wanneer u die nodig heeft.

Is een fulltime CFO voor uw onderneming een stap te ver?

Veel ondernemingen groeien sneller dan hun financiële organisatie. Er ontstaat behoefte aan meer grip op de cijfers, betere managementinformatie, een sterkere financiële structuur en een ervaren sparringpartner voor de directie. Toch is een fulltime CFO voor veel kleine en middelgrote ondernemingen niet noodzakelijk of financieel niet aantrekkelijk.

De oplossing: een Parttime CFO.

Met een Parttime CFO beschikt uw onderneming over dezelfde strategische kennis, ervaring en financiële expertise als een fulltime CFO, maar tegen een fractie van de kosten. Afhankelijk van uw behoefte kan dit variëren van één of twee dagen per week tot enkele dagen per maand.


Wat kan ik voor uw onderneming betekenen?

Verbeteren van winstgevendheid en rendement

Optimaliseren van liquiditeit en cashflow

Professionaliseren van de financiële organisatie

Managementrapportages en KPI-dashboards

Budgetten, forecasting en financiële planning

Financieringen en gesprekken met banken en investeerders

Governance, compliance en risicobeheersing

Strategisch financieel advies aan directie en aandeelhouders


Ruim zeven jaar ervaring in het Caribisch gebied

Sinds 2018 ben ik werkzaam als interim CFO en financieel bestuurder in het Caribisch gebied. Gedurende deze periode heb ik organisaties geholpen hun financiële prestaties, interne organisatie en bedrijfsstructuur aanzienlijk te verbeteren.

Opdrachtgevers onder andere:

• St. Maarten Medical Center (SMMC)

• Van den Tweel Curaçao

• Caribbean Tuna / Salty Seafood

• Damen Shiprepair Curaçao

Mijn kracht ligt in het snel analyseren van organisaties, het creëren van financiële rust en het realiseren van duurzame verbeteringen.


Waarom kiezen voor een Parttime CFO?

✓ Topniveau financiële expertise

✓ Flexibel inzetbaar

✓ Lagere kosten dan een fulltime CFO

✓ Direct toepasbare praktijkervaring

✓ Onafhankelijke sparringpartner voor directie en aandeelhouders


Klaar voor de volgende stap?

Wilt u meer grip op uw onderneming, betere financiële prestaties en een professionele financiële organisatie zonder de kosten van een fulltime CFO?

Laten we vrijblijvend kennismaken.

John van de Pol

Parttime CFO | Interim CFO | Strategisch Financieel Adviseur

📞 Telefoon / WhatsApp
+5999 567 6791

✉️ E-mail
johnvandepol@me.com

"Financiële rust, strategisch inzicht en meetbare resultaten."

 


June 26, 2026

VETERANENDAG 27 juni 2026

 Zo-even zag ik voorbij komen dat morgen in Nederland veteranendag wordt gevierd. Veteranen zijn mensen werkzaam bij defensie die actie hebben gezien. Dat zijn dus mensen die in beginsel dingen hebben ervaren die wij in de burgermaatschappij nooit hebben meegemaakt en ook niet willen meemaken. Je praat over mariniers die, voor observatie, wekenlang aan een bergwand in voormalig Joegoslavie hebben gehangen. Mensen die actie hebben gezien in Afghanistan en ga maar door.


Velen daarvan hebben van Curacao hun thuis gemaakt. En velen daarvan zijn heel slecht voorgelicht door defensie over hun fiscale positie op Curacao. De algemene opmerking was: "Alle heffing is toegewezen aan Nederland". Helaas is deze sweeping statement vaak niet waar. Als men bijvoorbeeld ging werken op Curacao of een tweede huis ging verhuren viel op deze sweeping statement een boel te nuanceren. Ik zal nooit vergeten dat ik ooit een gepensioneerde marinier huilend tegenover mij had vanwege zijn Curacaose fiscale problemen.

Wij hebben toen maar besloten om voor deze helden een veteranentarief te introduceren. Dat kost ons geld maar vergeleken wat deze mannen en vrouwen voor hebben betekend is het de moeite waard of in goed papiamento "bale pena".

TOKAJ!

Ben een verhaal aan het lezen over verliesverrekening en wat mogelijke fiscale strubbelingen daaromheen. In de zoektochten kwam ik een annotatie tegen van Advocaat-Generaal Peter Wattel. De heer Wattel in zijn functie adviseert de Hoge Raad bij het doen van uitspraken. Onze Curacaose stagiaire stond mee te lezen. Ik zie tegen haar dat de heer Wattel mijn tokaj is. Zij kende dat woord niet. Mijn Curacaose echtgenote evenmin en de Curacaose secretaresse van een van onze kantoorgenoten evenmin. Als ik procedeer in belastingzaken zit ook vaak tegenover een rechter die een tokaj van mij is. Ik weet vrij zeker dat deze laatste tokaj aan een bekende Hongaarse dessertwijn denkt als hij dit woord voorbij ziet komen.


Tokaj betekent naamgenoot in het papiamento. Het moet wel een tamelijk oud woord zijn als ik het -niet geboren op Curacao- het ken en (jongere) Curacaoenaars blijkbaar niet.

Enfin, goed weekend voor alle lezers.

June 25, 2026

GEEN BEZWAAR; GEEN GELD TERUG

Ingezetenen van Curacao die aandelen houden in een Curacaose Beleggingsvennootschap doen er goed aan om dit artikel te lezen dat vandaag verscheen op nu.nl:

 https://www.nu.nl/economie/6400709/mensen-die-geen-bezwaar-maakten-tegen-box-3-heffing-krijgen-geld-niet-terug.html


Wat wil het geval? Indien u dus aandeelhouder bent van een dergelijke vennootschap en ingezetene bent van Curacao dient u bij het doen van uw aangifte inkomstenbelasting een fictief rendement aan te geven. Tot 1 augustus 2025 werd dat fictief rendement op 4 procent gesteld, vanaf die datum bedraagt het echter 10 procent. Dat lijkt mij een stevig rendement dat in de praktijk veelal niet haalbaar zal blijken.

In Nederland kent men voor de inkomstenbelasting een boxen systeem met drie boxen. Ik ben al heel lang weg uit Nederland maar naar ik begrijp wordt in box 1 tegen progressief tarief het wonen en werken belast, in box 2 vindt aanmerkelijk belang heffing plaats en in box 3 wordt fictief geheven over opbrengsten van vermogen. Bij invoering van dit systeem begin deze eeuw vond iedereen die box 3 fantastisch omdat het fictief rendement in box relatief laag was en de economie goed draaide. In 2008/2009 draaide dat om vanwege een wereldwijde economische crisis. In latere jaren ging men protesteren tegen de hoogte van het fictieve rendement. Dat werd in beginsel gedaan op basis van het bepaalde in het eerste protocol bij artikel 1 van het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) en die protesten blijken succesvol.

Mijn verwachting is daarom dat protesten tegen een 10 procent rendementsheffing in Curacao ook succesvol zullen zijn. Dus mocht u in een dergelijke situatie verkeren en u ontvangt aanslagen over 2025 en volgende jaren is mijn advies om altijd bezwaar aan te tekenen (of ons kantoor even bellen uiteraard zodat wij dit kunnen verzorgen) omdat nu blijkt dat alleen de bezwaarmakers mogelijke beschermd gaan worden.