De belangstelling van Nederlanders voor een verhuizing naar Curaçao wordt niet uitsluitend veroorzaakt door het klimaat. Ook de hoge Nederlandse belastingdruk op vermogen, pensioen en inkomen speelt een rol. Vooral vermogende particulieren, gepensioneerden en directeur-grootaandeelhouders laten steeds vaker onderzoeken wat een emigratie fiscaal voor hen zou betekenen.
Daarbij wordt Curaçao soms voorgesteld als een belastingparadijs waar nauwelijks belasting wordt geheven. Dat beeld is onjuist. Curaçao kent een volwaardig belastingstelsel, met inkomstenbelasting, sociale premies, winstbelasting, omzetbelasting, onroerendezaakbelasting en successiebelasting. Wie op Curaçao woont, is in beginsel onderworpen aan inkomstenbelasting over zijn wereldinkomen.
Toch kan een daadwerkelijke emigratie in bepaalde situaties een aanzienlijke fiscale besparing opleveren. Het voordeel zit niet in één algemeen laag belastingtarief, maar in de combinatie van het Curaçaose belastingstelsel, de bijzondere penshonadoregeling en de beperkingen die na emigratie aan het Nederlandse heffingsrecht worden gesteld.
Het einde van de Nederlandse box 3-heffing over een groot deel van het vermogen
Voor vermogende Nederlanders is box 3 vaak de belangrijkste reden om emigratie te onderzoeken. Zolang iemand in Nederland woont, wordt hij in beginsel belast over zijn wereldvermogen. Tot de Nederlandse box 3-grondslag kunnen onder meer banktegoeden, effectenportefeuilles, vorderingen, verhuurde woningen en tweede woningen behoren.
Na een werkelijke emigratie is iemand niet langer binnenlands belastingplichtig in Nederland. Nederland belast dan niet meer het volledige vermogen. Een Nederlandse bankrekening en een gewone effectenportefeuille behoren bij een buitenlands belastingplichtige in beginsel niet meer tot de Nederlandse box 3-grondslag.
Nederlandse onroerende zaken blijven daarentegen wel in Nederland belast. Hetzelfde geldt voor bepaalde rechten die rechtstreeks betrekking hebben op Nederlands onroerend goed. De Nederlandse Belastingdienst vermeldt uitdrukkelijk dat een buitenlands belastingplichtige niet zijn gehele vermogen in box 3 hoeft aan te geven, maar onder meer wel zijn Nederlandse onroerende zaken.
Curaçao kent geen met box 3 vergelijkbare algemene jaarlijkse vermogensbelasting. Dat betekent echter niet dat vermogen of de opbrengsten daarvan geheel onbelast blijven. Rente, dividend, huurinkomsten en andere vermogensopbrengsten kunnen in de Curaçaose inkomstenbelasting worden betrokken. Het Curaçaose Ministerie van Financiën bevestigt dat Curaçao geen vermogensbelasting kent.
Het verschil is wezenlijk. Nederland belast in box 3 jaarlijks het vermogen of het rendement daarop volgens de Nederlandse wettelijke systematiek. Curaçao belast in beginsel de inkomsten die uit het vermogen worden genoten en kent daarnaast bijzondere regels voor bepaalde vermogensbestanddelen en beleggingsstructuren.
Voor iemand met een omvangrijke bank- of effectenportefeuille kan het wegvallen van de Nederlandse box 3-heffing daarom een belangrijke reden zijn om emigratie naar Curaçao te overwegen.
De penshonadoregeling
De bekendste Curaçaose fiscale faciliteit voor nieuwe inwoners is de penshonadoregeling. De naam kan de indruk wekken dat de regeling uitsluitend bestemd is voor gepensioneerden, maar dat is niet het geval. De regeling staat onder voorwaarden open voor nieuwe inwoners die bij hun inschrijving op Curaçao ten minste 50 jaar oud zijn.
Op grond van artikel 23B van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 kan de zuivere opbrengst van buitenlandse bronnen worden belast tegen een tarief van 10 procent, inclusief opcenten. Voor zeer hoge buitenlandse inkomens kent artikel 23C daarnaast een alternatieve forfaitaire regeling. Daarbij kan het buitenlandse inkomen onder voorwaarden worden gesteld op Cg 500.000, waarna daarover belasting wordt berekend volgens het gewone tarief.
Tot de buitenlandse inkomsten kunnen onder meer behoren:
inkomsten uit een buiten Curaçao uitgeoefende dienstbetrekking;
buitenlandse pensioen- en lijfrente-uitkeringen;
inkomsten uit een buitenlandse onderneming of vaste inrichting;
inkomsten uit buiten Curaçao gelegen onroerende zaken;
rente op buitenlandse banktegoeden en schuldvorderingen;
dividenden van buitenlandse vennootschappen;
winst bij de verkoop van een buitenlands aanmerkelijk belang.
De wettelijke omschrijving van buitenlandse bronnen is opgenomen in artikel 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943.
De voorwaarden van de penshonadoregeling
De regeling kent strikte voorwaarden.
De belastingplichtige moet direct voorafgaand aan het eerste jaar waarin hij gebruikmaakt van de regeling gedurende ten minste zestig maanden buiten Curaçao hebben gewoond. Hij moet bij inschrijving in het bevolkingsregister 50 jaar of ouder zijn en zich binnen twee maanden na die inschrijving bij de Inspecteur der Belastingen aanmelden.
Daarnaast moet hij binnen achttien maanden na inschrijving een eigen woning in gebruik nemen. Die woning moet voor eigen gebruik onverhuurd ter beschikking staan en volgens de huidige wettelijke tekst bij verkrijging een waarde hebben van ten minste Cg 450.000.
Lokale werkzaamheden zijn in beginsel niet verenigbaar met de penshonadoregeling. De faciliteit kan buiten toepassing blijven wanneer de penshonado of diens echtgenoot op Curaçao inkomsten ontvangt uit een lokale dienstbetrekking, een zelfstandig beroep of andere lokale werkzaamheden.
De wet kent daarop enkele belangrijke uitzonderingen. Lokale werkzaamheden zijn bijvoorbeeld toegestaan in het kader van een dienstbetrekking bij een Curaçaose vennootschap waarin de penshonado onmiddellijk of middellijk ten minste 40 procent van het nominaal gestorte kapitaal bezit. Ook bepaalde werkzaamheden als commissaris zijn toegestaan.
De regeling is daarom vooral aantrekkelijk voor iemand die zijn inkomen hoofdzakelijk uit het buitenland blijft ontvangen en niet van plan is om na aankomst een gewone lokale dienstbetrekking of zelfstandige praktijk te beginnen.
Een Nederlands pensioen wordt niet altijd alleen tegen 10 procent belast
Rond de penshonadoregeling bestaat een hardnekkig misverstand. Regelmatig wordt aangenomen dat ieder Nederlands pensioen na emigratie naar Curaçao uitsluitend tegen 10 procent wordt belast. Dat is te eenvoudig.
De Belastingregeling Nederland-Curaçao verdeelt het heffingsrecht tussen beide landen. Artikel 17 bepaalt als hoofdregel dat pensioenen en lijfrenten belastbaar zijn in het woonland. Nederland mag als bronland echter eveneens heffen wanneer het pensioen of de lijfrente fiscaal in Nederland is gefacilieerd.
Bij periodieke uitkeringen mag de Nederlandse belasting op grond van artikel 17, derde lid, BRNC niet meer bedragen dan 15 procent van het brutobedrag. Curaçao kan als woonland eveneens belasting heffen, waarbij de BRNC voorziet in een verrekening ter voorkoming van dubbele belasting.
Een penshonado kan dus in Curaçao onder de 10-procentregeling vallen, terwijl Nederland daarnaast maximaal 15 procent over het brutopensioen heft. De Nederlandse belasting wordt vervolgens, binnen de daarvoor geldende regels, op Curaçao verrekend. Dat betekent dat de uiteindelijke belastingdruk niet zonder meer gelijk is aan 10 procent.
Voor een afkoop of andere niet-periodieke uitkering geldt de beperking tot 15 procent niet zonder meer. Dergelijke handelingen moeten daarom afzonderlijk worden beoordeeld.
AOW en overheidspensioenen
Voor AOW en andere uitkeringen uit het Nederlandse socialezekerheidsstelsel geldt een andere regeling. Artikel 17, tweede lid, BRNC bepaalt dat dergelijke uitkeringen ook in Nederland mogen worden belast.
Ook Nederlandse overheidspensioenen nemen een bijzondere positie in. Pensioenen die zijn opgebouwd in een publiekrechtelijke dienstbetrekking mogen op grond van artikel 18 BRNC in beginsel in het betalende land worden belast.
Wanneer een pensioen gedeeltelijk is opgebouwd in een particuliere dienstbetrekking en gedeeltelijk in overheidsdienst, moet het pensioen naar rato van de opbouwjaren worden gesplitst.
Bij de fiscale beoordeling moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:
een particulier bedrijfspensioen;
een overheidspensioen;
een AOW-uitkering;
een lijfrente;
een pensioen dat deels particulier en deels publiekrechtelijk is opgebouwd.
Zonder die uitsplitsing kan geen betrouwbare berekening worden gemaakt.
Rente en beleggingen
Voor rente kent de BRNC in beginsel een exclusieve woonstaatheffing. Rente uit Nederland die wordt ontvangen door een uiteindelijk gerechtigde die inwoner is van Curaçao, is daarom in beginsel alleen in Curaçao belast.
Voor een penshonado kan de zuivere buitenlandse rente vervolgens tegen 10 procent worden belast. Dat kan gunstig zijn voor iemand met omvangrijke banktegoeden, obligaties of andere rentedragende vorderingen.
Bij dividenden ligt dat anders. Dividenden van een Nederlandse vennootschap mogen in Curaçao worden belast, maar Nederland mag als bronland eveneens dividendbelasting heffen. Voor een particuliere aandeelhouder is die Nederlandse bronheffing op grond van artikel 10 BRNC in beginsel beperkt tot 15 procent van het brutodividend.
Ook hier geldt dat per inkomensbestanddeel moet worden vastgesteld welk land mag heffen en welke verrekening mogelijk is. De enkele toepassing van de penshonadoregeling betekent niet dat buitenlandse bronbelasting verdwijnt.
De vijfjaarstermijn voor Nederlandse erf- en schenkbelasting
Een belangrijk fiscaal voordeel van emigratie naar Curaçao betreft de Nederlandse erf- en schenkbelasting.
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Nederlandse Successiewet 1956 wordt een Nederlander die Nederland heeft verlaten, volgens de nationale Nederlandse wet nog gedurende tien jaar geacht in Nederland te wonen.
In de verhouding tussen Nederland en Curaçao wordt deze tienjaarstermijn echter beperkt door artikel 28 BRNC.
Artikel 28 bepaalt dat een Nederlander die in Europees Nederland heeft gewoond en binnen ten hoogste vijf jaar na zijn emigratie naar Curaçao overlijdt of een schenking doet, voor de Nederlandse schenk- en erfbelasting nog geacht wordt in Nederland te wonen.
De relevante termijn bedraagt bij emigratie naar Curaçao dus geen tien, maar vijf jaar.
Overlijdt een Nederlandse emigrant binnen vijf jaar na vertrek, dan kan Nederland op grond van de woonplaatsfictie nog erfbelasting heffen. Doet hij binnen die periode een schenking, dan kan Nederland nog schenkbelasting heffen.
Na het verstrijken van vijf jaar kan Nederland niet meer uitsluitend op grond van deze woonplaatsfictie heffen. Uiteraard moet nog wel worden onderzocht of Nederland op een andere grond een heffingsrecht heeft.
De memorie van toelichting bevestigt uitdrukkelijk dat Nederland tot vijf jaar na emigratie naar Curaçao schenk- en erfbelasting kan heffen ter zake van het overlijden van de emigrant of een door hem gedane schenking.
Voor vermogende Nederlanders kan deze verkorting van tien naar vijf jaar een belangrijk onderdeel zijn van de estateplanning. Het is echter een planning voor de langere termijn en geen onmiddellijke vrijstelling bij vertrek.
Directeur-grootaandeelhouders moeten rekening houden met de conserverende aanslag
Voor een directeur-grootaandeelhouder met aandelen in een Nederlandse vennootschap is emigratie aanzienlijk ingewikkelder.
Bij emigratie behandelt Nederland de aandelen voor de inkomstenbelasting alsof zij op dat moment zijn vervreemd. Over de tot de emigratiedatum opgebouwde waardestijging kan een conserverende aanslag worden opgelegd.
De belasting hoeft doorgaans niet onmiddellijk te worden betaald zolang uitstel van betaling geldt en geen verboden handeling plaatsvindt. Bij emigratie naar Curaçao kan Nederland zekerheid verlangen, bijvoorbeeld door middel van een bankgarantie, hypotheekrecht of verpanding.
De BRNC laat Nederland bovendien toe om de tijdens de Nederlandse woonperiode opgebouwde waardestijging van het aanmerkelijk belang te belasten. Artikel 13, vijfde lid, BRNC bevat daarvoor een termijn van tien jaar. Ook kan Nederland onder voorwaarden gedurende tien jaar na emigratie heffen over dividenduitkeringen zolang van de conserverende aanslag nog een bedrag openstaat.
Deze tienjaarstermijn voor het aanmerkelijk belang moet niet worden verward met de vijfjaarstermijn van artikel 28 voor de Nederlandse erf- en schenkbelasting. Het gaat om verschillende belastingen en afzonderlijke bepalingen.
Een dga moet vóór emigratie daarom onder meer laten onderzoeken:
wat de waarde van de aandelen is;
hoe hoog de latente Nederlandse box 2-claim is;
of op korte termijn dividend zal worden uitgekeerd;
of de vennootschap zal worden verkocht;
welke zekerheid Nederland voor het betalingsuitstel kan verlangen;
waar de feitelijke leiding van de vennootschap na emigratie zal worden uitgeoefend.
Een emigratie naar Curaçao is voor een dga dus niet automatisch een eenvoudige ontsnapping uit de Nederlandse box 2-heffing.
Nederlandse onroerende zaken blijven in Nederland belast
Wie na emigratie een woning, vakantiewoning of verhuurd pand in Nederland aanhoudt, blijft daarover in Nederland belasting betalen. De BRNC wijst het heffingsrecht over inkomsten uit onroerende zaken toe aan het land waar die zaken zijn gelegen.
Ook de Nederlandse box 3-regels voor buitenlands belastingplichtigen brengen mee dat Nederlands onroerend goed in Nederland belast blijft.
Het aanhouden van Nederlands vastgoed kan daarom een groot verschil maken voor de fiscale uitkomst. Iemand die uitsluitend een effectenportefeuille bezit, verkeert na emigratie in een andere positie dan iemand die zijn vermogen grotendeels in Nederlandse verhuurpanden heeft belegd.
De expatriateregeling voor werknemers
Niet alleen penshonado’s kunnen een fiscaal voordeel genieten. Curaçao kent ook een bijzondere expatriateregeling voor werknemers die vanuit het buitenland worden aangetrokken vanwege een bijzondere deskundigheid.
Onder voorwaarden kan de werkgever bepaalde vergoedingen onbelast verstrekken. Ook kan een nettoloonafspraak worden gemaakt zonder dat het afgesproken nettoloon volledig hoeft te worden gebruteerd.
De Curaçaose Belastingdienst noemt onder meer als voorwaarden dat de werknemer vóór de tewerkstelling gedurende een bepaalde periode in het buitenland heeft gewoond, over schaars beschikbare deskundigheid en relevante werkervaring beschikt en ten minste Cg 150.000 per jaar verdient.
Deze regeling kan Curaçao aantrekkelijk maken voor gespecialiseerde managers, artsen, technici en andere werknemers die door een Curaçaose werkgever worden aangetrokken.
Uitschrijving is niet hetzelfde als fiscale emigratie
De fiscale voordelen ontstaan alleen wanneer iemand werkelijk emigreert. Uitschrijving uit de Nederlandse basisregistratie en inschrijving op Curaçao zijn belangrijke aanwijzingen, maar zijn niet altijd beslissend.
De fiscale woonplaats wordt naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld. Er wordt onder meer gekeken naar:
de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft;
de verblijfplaats van de partner en het gezin;
de beschikbaarheid van een woning in Nederland;
de plaats waar de werkzaamheden worden verricht;
de locatie van bankzaken, verzekeringen en administratie;
de sociale en maatschappelijke bindingen;
de plaats waar het dagelijkse leven zich daadwerkelijk afspeelt.
De Nederlandse Belastingdienst bevestigt dat de feitelijke omstandigheden een belangrijke rol spelen bij de vaststelling van het fiscale woonland. Ook de Curaçaose Landsverordening op de inkomstenbelasting bepaalt dat de woonplaats naar de omstandigheden wordt beoordeeld.
Wie op papier naar Curaçao verhuist, maar zijn woning, gezin, onderneming en dagelijkse leven grotendeels in Nederland achterlaat, loopt het risico dat Nederland hem nog steeds als inwoner behandelt.
Een fiscale emigratie vereist daarom een werkelijke en duurzame verplaatsing van het middelpunt van het persoonlijke en economische leven.
Niet alleen naar het inkomstenbelastingtarief kijken
Een goede emigratieanalyse beperkt zich niet tot een vergelijking van inkomstenbelastingtarieven.
Ook de volgende onderwerpen moeten worden onderzocht:
de gevolgen voor de Nederlandse volksverzekeringen en AOW-opbouw;
de Curaçaose premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ;
de ziektekostenverzekering;
de conserverende aanslagen voor pensioen, lijfrente of aanmerkelijk belang;
de belastingheffing over Nederlandse onroerende zaken;
de Nederlandse dividendbelasting;
de gevolgen voor erf- en schenkbelasting;
de woonplaats van een Nederlandse vennootschap waarvan de emigrant aandeelhouder of bestuurder is;
de gevolgen voor de partner en andere gezinsleden.
Een emigratie die op grond van één belastingsoort voordelig lijkt, kan door de gevolgen voor pensioen, sociale zekerheid of een onderneming uiteindelijk minder aantrekkelijk zijn.
Conclusie
Curaçao kan fiscaal aantrekkelijk zijn voor Nederlanders met een omvangrijke effectenportefeuille, buitenlandse inkomsten of een hoog pensioeninkomen.
De voornaamste voordelen zijn:
het wegvallen van de Nederlandse box 3-heffing over veel banktegoeden en beleggingen;
het ontbreken van een algemene Curaçaose vermogensbelasting;
de mogelijkheid om buitenlandse inkomsten onder de penshonadoregeling tegen 10 procent te laten belasten;
de woonstaatheffing voor bepaalde rente-inkomsten;
de beperking van de Nederlandse woonplaatsfictie voor erf- en schenkbelasting tot vijf jaar.
Daartegenover staan belangrijke aandachtspunten. Nederlands vastgoed blijft in Nederland belast. Nederland mag over bepaalde pensioenen en dividenden blijven heffen. Dga’s kunnen worden geconfronteerd met een omvangrijke conserverende aanslag en een tienjarige Nederlandse claim op het aanmerkelijk belang. Bovendien moet de emigratie werkelijk en duurzaam zijn.
Curaçao is geen fiscaal niemandsland. Het is een land met een eigen, volwaardig belastingstelsel. Voor bepaalde nieuwe inwoners kan dat stelsel echter aanzienlijk gunstiger uitpakken dan het Nederlandse.
De fiscale voordelen zijn het grootst wanneer de emigratie vooraf zorgvuldig wordt gepland en ieder inkomens- en vermogensbestanddeel afzonderlijk wordt beoordeeld.
In onze clientele bevinden zich veel particulieren die de sprong naar Curacao hebben gemaakt. Wij verzorgen dan de fiscale consequenties vanuit het perspectief van Curacao. Over twee weken krijgen wij versterking van een belastingadviseur die gepokt en gemazeld is in de Nederlandse fiscale consequenties.



