Showing posts with label belastingadviseur. Show all posts
Showing posts with label belastingadviseur. Show all posts

October 02, 2020

De wet excessief lenen en mogelijke consequenties in ons deel van de wereld

 Op Curacao heeft Nederland bij sommigen in papiamento de bijnaam "Tera Friu" wat staat voor Koude Grond.

Op de Koude Grond is de laatste jaren gewerkt aan een wetsvoorstel dat ook ons op de "Warme Grond" kan raken. 

Dat is de wet excessief lenen.

Hieronder gaan wij daar kort op in.

De wet excessief lenen tracht te ontmoedigen -zo leert mij de memorie van toelichting- dat zogenaamde directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) teveel van hun vennootschappen lenen. En dat zelfde geldt voor de partner van de DGA alsmede gelieerde vennootschappen. Voor de eigen woning wordt daar dan iets anders tegen aan gekeken.

Waarom is dit van belang voor belastingplichtigen op Curacao? Heel eenvoudig, er zijn de nodige DGA's die in Tera Friu wonen maar een tweede woning hebben op Curacao. 

Indien zij die aankoop hebben gefinancierd vanuit de "eigen" vennootschap en de lening overtreft Euro 500.000,-- wordt het meerdere in box 2 (aanmerkelijk belang) in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting getroffen.

Gepland was om deze wetgeving in te voeren per 1 januari 2022 maar het schuift een jaartje op. 

Mocht u derhalve als DGA in een situatie verkeren waarbij u meer van "uw" vennnootschap heeft geleend dat Euro 500.000,-- dan is het raadzaam om hierover in gesprek te gaan met uw belastingadviseur te Tera Friu. Indien u die niet heeft dan kunnen wij uit ons netwerk putten om er een voor u te vinden.

January 14, 2020

Wijzigingen in de winstbelasting


Zoals we allemaal weten heeft Curaçao met ingang van 1 januari van dit jaar ingrijpende en fundamentele wijzigingen doorgevoerd in de winstbelasting.
Dit is gedaan onder druk van Europa die zich niet kon vinden in de in 2018 getroffen eerdere wijzigingen.
De fundamentele wijziging is dat Curaçao nu winstbelasting heft conform het zogenaamde territorialiteitsbeginsel. Dit betekent dat enkel inkomen dat lokaal wordt gegenereerd, getroffen zal worden met winstbelasting tegen 22 procent. Er moet dus een band zijn tussen het gegenereerde inkomen en het land Curaçao. Activiteiten die zich op Curaçao afspelen of bijvoorbeeld de verhuur betreffen van in Curaçao gelegen onroerende zaken worden in heffing van winstbelasting betrokken. Voor zogenaamd passief inkomen geldt dit altijd wordt aangemerkt als lokaal inkomen. Dus indien uw vennootschap overwinsten laat renderen op een in Zwitserland aangehouden bankrekening, wordt dit rendement tegen het normale tarief van de winstbelasting belast.
In het buitenland gegeneerd inkomen zal in beginsel niet worden getroffen met Curaçaose winstbelasting.
Er zullen vennootschappen zijn die zowel lokaal als ook buitenlands inkomen genereren. Voor deze vennootschappen is het van groot belang om goed vast te leggen (te kunnen bewijzen) welk deel van het inkomen als lokaal en welk deel als buitenlands kan worden aangemerkt.
Een ding kunnen we u nu al meegeven; mocht u als eenmanszaak of personenvennootschap buitenlands inkomen genereren dan lijkt het zaak om zo snel mogelijk over te gaan naar een vennootschap.



Verder geldt dat een aantal activiteiten in de heffing van winstbelasting zullen worden betrokken tegen een tarief van 3 procent.
Dit betreft onder meer:
1 het bouwen en verbeteren van vliegtuigen en schepen als ook het repareren van vliegtuigen en schepen met een lengte van ten minste 10 meter en ook de machines en installaties die nodig zijn aan boord van deze vliegtuigen en schepen;
2 de diensten die worden geleverd door call-services en dergelijke voor zover zij tenminste ANG 50 miljoen per jaar omzetten;
3 veembedrijf;
4 bepaalde diensten die vanuit Curaçao worden aangeboden aan niet-verbonden investeringsmaatschappijen en managers van dergelijke investeringsmaatschappijen.

Muller’s tax take:
Met de nieuwste wetswijzigingen is onze belastingwetgeving verder gemoderniseerd en biedt het met name aan ondernemers die zich richten op het buitenland interessante fiscale mogelijkheden. Het is er echter -zoals altijd bij wijzingen van belastingwetgeving- wederom niet eenvoudiger op geworden. Mocht u plannen hebben dan getuigt het van wijsheid om in een vroeg stadium de hulp van een belastingadviseur in te roepen. Curaçao kent een aantal grote kantoren, een aantal kleinere en evenzo grotere en kleinere accountants- en- boekhoudkantoren die u allemaal graag van dienst zijn.
Hoe dan ook kan gesteld dat worden dat fiscaal Curaçao een interessante jurisdictie blijft zonder een belastingparadijs te zijn. Een punt van aandacht lijkt dat "veembedrijf" niet lijkt te zijn gedefinieerd. Als je een juridisch woordenboek openslaat lijkt er nogal veel onder die definitie te kunnen vallen. Dat werpt de vraag op of men nu achteraf allerlei discussies (ten overstaan van de belastingrechter) gaat krijgen over wat wel en niet onder dat begrip dient te vallen.


Muller & Associates
Curacao
Schouwburgweg 3
Curacao, Dutch Caribbean
Tel:     +599 9 737 49 16

Mob:   +599 9 694 28 52


October 03, 2019

De introductie van transfer pricing in de Curaçaose belastingwetgeving.



Bij PB 2016, no. 37 werd met de Landsverordening pensioensparen, reparatie en modernisering belastingverordeningen wederom een omvangrijke herziening van ons belastingstelsel beoogd. In deze bijdrage richt ik mij op één onderwerp uit deze landsverordening, te weten de introductie van transfer pricing in de Curaçaose fiscale wetgeving.

In het fiscale recht geldt dat het van belang is dat gelieerde partijen telkens in een zakelijke verhouding tot elkaar staan. Dit wordt het “at arm’s length” beginsel genoemd. Toepassing van dit beginsel is van belang in zowel lokale als ook internationale verhoudingen. In lokale verhoudingen kan dit van belang zijn omdat, hoewel gelieerde ondernemingen onder het zelfde belastingtarief vallen, de ene onderneming beschikt over compensabele verliezen en de andere niet. In een dergelijke situatie is het uiteraard voordeliger om winsten zoveel mogelijk te laten vallen bij de onderneming die vanwege die compensabele verliezen daarover geen belasting naar de winst verschuldigd is totdat de te verrekenen verliezen zijn opgesoupeerd.

In fiscalibus wordt ervan uitgegaan dat tussen niet-gelieerde partijen transacties immer een zakelijk karakter zullen hebben. Immers, zelfs als een op het eerste gezicht niet zakelijke prijsvorming is ontstaan tussen niet gelieerde partijen, zal dat een zakelijke grondslag hebben. Gedacht kan worden aan compensatie voor een te hoge prijs bij een eerdere transactie of vanwege het in stand houden van de relatie om andere redenen.


In internationale verhoudingen kan men trachten de totale belastingdruk te mitigeren door winsten te laten vallen in landen waar de belasting naar de winst lager is dan in een ander land. Met andere woorden: men tracht transacties zo in te vullen dat belastingdruk plaatsvindt in het land dat laag belast en kosten in het land dat hoog belast.

Het bepalen van de te hanteren prijzen voor het verlenen van diensten en leveren van goederen tussen gelieerde ondernemingen wordt aangeduid met “transfer pricing” en in het Nederlands met interne verrekenprijzen, hoewel ook in Nederland over het algemeen enkel de term “transfer pricing” wordt gehanteerd.

Dit schuiven met winsten is al langere tijd een doorn in het oog van de OESO, die in 1979 een eerste rapport publiceerde over dit onderwerp getiteld, ”Transfer pricing and multinational enterprises”. In onder meer het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is transfer pricing al onderwerp van wetgeving sedert respectievelijk 1910 en 1917.

Het is derhalve een belangrijk onderwerp dat onder meer moge blijken uit het feit dat het een specialisme is in grote belastingadviespraktijken.

De OESO heeft haar strijd tegen in haar beleving foute toepassing van transfer pricing verder voortgezet door een project op te zetten met de veelzeggende naam “Base Erosion en Profit Shifting” (BEPS).

Voor de Curaçaose wetgever heeft dit aanleiding gevormd om in de Algemene Landsverordening Landsbelastingen artikel 43 aan te vullen met leden 11 en 12. Deze leden bepalen dat gelieerde lichamen voor wat betreft hun onderlinge rechtsverhoudingen dienen vast te leggen hoe de voorwaarden met betrekking tot deze rechtsverhoudingen tot stand zijn gekomen en tevens dient daarbij aannemelijk te worden gemaakt dat deze voorwaarden in het economisch verkeer ook tussen onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen. Inwerkingtreding heeft plaatsgevonden met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 bij PB 2016 no. 56.

Dit betekent, vergeleken met de situatie van voor totstandkoming van deze wetgeving, een verschuiving van de bewijslast van de zakelijke juistheid van transacties tussen gelieerde partijen van fiscus naar belastingplichtige. Immers, voorheen diende de fiscus haar stellingen met betrekking tot onzakelijkheid van onderlingen transacties te onderbouwen. Nu ligt de bewijsplicht daarvoor aan de andere kant.

Overigens is dit niet de eerste fiscale wetgeving die zich richt op zakelijke verhoudingen tussen gelieerde partijen. Bij PB 2009, no. 77 werd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2000 artikel 6B in de Landsverordening op de winstbelasting 1940 ingevoerd. Dat artikel tracht de verhoudingen tussen gelieerde partijen te regelen waar het betreft geldleningen en het verkrijgen en verlenen van gebruiksrechten van bedrijfsmiddelen.

Met de introductie van regels omtrent transfer pricing heeft de Curaçaose fiscus een machtig wapen gekregen om onzakelijke transactie tussen gelieerde partijen te bestrijden. De toekomst moet nu leren of en in welke mate van dit wapen gebruik zal worden gemaakt.

February 26, 2015

Boekenonderzoek

Gisteren een bespreking met cliente, een stevige vennootschap met een grote winkel. Een onderzoeker van de Stichting Belastingaccountantsbureau ("SBAB") had een boekenonderzoek uitgevoerd bij cliente.

Een van de bevindingen was dat de kostprijs verkopen te hoog waren. De man van SBAB omschreef dat in vier zinnen in zijn rapport en pluste vervolgens over 4 jaar ongeveer 1 miljoen aan winst bij. Ik had uiteraard kritiek op dat concept-rapport hetgeen aan de BAB onderzoeker de opmerking ontlokte dat de toonzetting van mijn correspondentie hem niet beviel. Ik vond dat wel een compliment eigenlijk. Ik ben er tenslotte niet voor SBAB maar voor mijn clienten. Zelf gaf hij ook aan dat zijn bevindigingen niet klopten maar klaarblijkelijk om een discussie uit te lokken had hij de boel maar op scherp gezet. Wat je daar mensen mee aandoet ontgaat de SBAB-medewerkers waarschijnlijk. Cliente overwoog al om de tent te gaan sluiten. We zijn wat onvriendelijk uit elkaar gegaan. De SBAB medewerker gaf mij bijvoorbeeld bij vertrek geen hand.

Ben benieuwd hoe het rapport er uit gaat zien na dit gesprek. Ik zie er nu al naar uit om bezwaarschriften te schrijven en een rechtszaak hierover te gaan voeren.


June 30, 2014

Het verkeerde gerecht

Op de website van Sjef van Swaaij las ik bijgaande: http://www.vscc.nl/procesrecht/tijdig-appel-indiening-van-stukken/

Op Curacao heeft zich nu tweemaal in korte tijd de situatie voorgedaan dat een partij bij het verkeerde gerecht een verzoekschrift indiende. Het ging hier niet zoals beschreven in genoemde artikel om de relatieve competentie (men had in Den Haag moeten indienen maar deed dat in De Bosch o.i.d.) maar om de absolute competentie welke bestaat tussen bestuursrechter en burgelijke rechter. De laatste heeft in zijn algemeenheid te gelden als "restrechter". Slechts indien een rechtsgang ontbreekt zal deze zich geroepen voelen een zaak te addresseren. In de Curacaose advocatuur heeft dit tot de nodige hilariteit geleid, de reacties waren bepaaldelijk niet collegiaal te noemen. Het betreft als eerste een zaak van de voormalige rector van de universiteit waarbij men meende voor het juiste forum te staan. De tweede zaak betrof een voormalig statutair directeur van een bank die uit zijn functie was gezet door de Centrale Bank. Men meende dat de Centrale Bank in deze zich administratief-rechtelijk opstelde waar de insteek civiel-rechtelijk van aard was. Voor de clienten van de desbetreffende advocaten uiteraard een klein menselijk drama. Het is oppassen geblazen.

Jesse van Muijlwijck, de tekenaar van deze cartoon is ook een studiegenoot

June 05, 2014

Vermogensetikettering blijft ons bezighouden.

Toepassing foutenleer ten onrechte afgewezen

woensdag 4 juni 2014 Giniraynha Poulina 164x gelezen
Bij de berekening van de stakingswinst die is behaald op een bedrijfspand kan de fiscus niet zomaar ervan uitgaan dat het gehele pand behoort tot het ondernemingsvermogen. Het pand kan immers in de loop der jaren ook voor privédoeleinden worden gebruikt. Dit kan worden rechtgezet door toepassing van de foutenleer.
De eigenaar van een glashandelbedrijf spande een rechtszaak aan tegen de fiscus toen hij een aanslag inkomstenbelasting over 2005 inclusief boete kreeg opgelegd. In geschil was of het pand waarin de man zijn glashandel dreef geheel of slechts voor een deel behoorde tot het ondernemingsvermogen. Dat was van belang voor de berekening van de stakingswinst. Volgens het hof had de man zijn onderneming in 2005 geheel gestaakt. Een gemachtigde van de man had namelijk eerder verklaard dat de onderneming per 1 januari 2006 was overgegaan op de zoon. Het hof vond het aannemelijk dat voorafgaand aan die overname al stappen waren ondernomen om tot staking van de onderneming te komen. Nu vaststond dat de staking al in 2005 had plaatsgevonden, onderzocht de rechter vervolgens of het pand tot het ondernemingsvermogen behoorde. De man had het gehele pand vanaf het moment van aankoop aangemerkt als ondernemingsvermogen. Hij woonde zelf op de bovenverdieping, een deel van de begane grond werd gebruikt voor de onderneming en het andere deel werd verhuurd (keuzevermogen). De rechter was het met de man eens dat door het aanmerken van het woongedeelte als ondernemingsvermogen en niet als privévermogen de grenzen der redelijkheid waren overschreden. De inspecteur had het beroep van de man op de foutenleer dus ten onrechte afgewezen. Dit leidde echter niet tot een vernietiging van de aanslag, want de man kon niet aannemelijk maken dat de aanslag te hoog was vastgesteld. De door de rechter berekende stakingswinst op het pand en het belastbare inkomen uit werk en woning bedroegen zelfs meer dan de ambtshalve vastgestelde bedragen.


Reblog van: http://www.taxence.nl/fiscaal-nieuws/nieuws/uitgelicht-homepage/toepassing-foutenleer-ten-onrechte-afgewezen.79095.lynkx?utm_campaign=05juni2014&utm_content=Nieuws&utm_medium=email&utm_source=

DE INSTEEK VAN MULLER & ASSOCIATES:

Als eerste is van belang om te vermelden dat het hier om een eenmanszaak gaat. Een vennootschap wordt namelijk altijd geacht met zijn gehele vermogen een onderneming te drijven. Met andere woorden indien dit pand eigendom zou zijn van een vennootschap zou bovenstaande discussie niet opdoemen. Het geeft wel aan dat een goede planning vooraf een boel ellende kan voorkomen. U kunt u namelijk voorstellen dat de Glashandel in kwestie nu een boel centjes kwijt is aan deze procedure. Voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen!

May 12, 2014

Cessie; Verzekeringsmaatschappij en banken; Wat is er aan de hand?



Cessie is de naam voor de rechtshandeling die beoogt een vordering over te dragen.

Wat heb je daar in algemene termen voor nodig? Als eerste een geldige titel. Dat betekent niet anders dan de rechtvaardiging van de overgang. En dat is meestal een overeenkomst tussen de oorspronkelijke en de opvolgende schuldeiser. Daarnaast geldt dat een cessie pas kan gelden in ons rechtssysteem indien de schuldenaar is geinformeerd omtrent de overdracht van de vordering. Dat is ook wel een beetje logisch, als de schuldenaar geen kennis draagt omtrent de cessie weet hij niet dat hij aan een ander moet gaan terugbetalen. Verder is van essentieel belang dat de schuldenaar niet in een slechtere positie komt te verkeren door de cessie. Ook wel een beetje logisch uiteraard omdat de schuldenaar op zich buiten de cessie staat. Hij heeft een lening onderhandeld en het kan niet zo zijn dat hij daardoor opeens bijvoorbeeld met slechtere voorwaarden wordt geconfronteerd als de vordering op hem/haar aan een derde wordt overgedragen.

Dat cessie een actueel onderwerp op Curacao is blijkt uit het navolgende. Een verzekeraar op Curacao wilde van haar retail-leningen af en cedeerde deze aan een bank op Curacao. Alle leningen zijn door hypotheek verzekerd. De overdracht moet vlak voor einde 2012 hebben plaatsgehad.
De bank in kwestie liet alle nieuwe clienten in ieder geval twee rekeningen openen, 1 lopende rekening waarop de aflossingen en de interest konden worden gestort en een rekening waarop de desbetreffende schuld werd geadministreerd. Bij de verzekeringsmaatschappij kon uiteraard geen lopende rekening worden geopend omdat die geen bankactiviteiten mag ontplooien. Meteen ontstaat het eerste verschil met de situatie voor cessie. De bank rekent 18 (ja achttien) procent boete-rente op de lopende rekening mocht je rood komen te staan. Verder berekent de bank allerlei kosten door waarvoor de schuldenaar met zijn oorspronkelijke schuldeiser helemaal niets overeen is gekomen. De bank brengt de schuldenaar derhalve in twee instanties in een slechtere positie dan voorheen en dat mag niet. En uiteraard is het zo dat juist door kosten in rekening te brengen die niet zijn overeengekomen en die de schuldenaar dus ook niet verwacht, men vrijwel automatisch rood komt te staan. De bank steelt eerst van haar client en vraagt dan een boete-rente van 18 procent over het bedrag dat ze gestolen heeft.

Wij doen momenteel uitgebreid onderzoek naar deze situatie. Wat ook opvalt is dat in het kadaster, zo een anderhalf jaar na de cessie, de bank nog steeds niet staat vermeld als hypotheekhouder en dat is natuurlijk een beetje raar. De bank heeft er namelijk belang bij om als zodanig te worden ingeschreven in het kadaster om bij wanbetaling haar uitwinningsmogelijkheden -zoals veiling- te kunnen benutten. Het lijkt er dan ook op dat er iets is misgegaan met de cessies. Wij hebben cessie-aktes opgevraagd bij de desbetreffende bank maar krijgen op ons verzoek geen antwoord. Wij zullen dit verder onderzoeken en trachten na te gaan of de bank naast het onterecht in rekening brengen van boete-rente en allerlei kosten ook anderzins niet de rechten van haar nieuwe clienten aantast. Het lijkt er een beetje op of de bank wel mededeling aan haar clienten heeft gedaan omtrent de cessie maar dat de daadwerkelijke cessies nimmer hebben plaatsgehad.

Voor de clienten van de bank is het nu zaak om daadkrachtig stelling te nemen tegen de slechtere positie waarin men nu verkeert in vergelijking met de situatie dat men nog client was bij de verzekeringsmaatschappij.

Banken hebben macht maar het recht kan u beschermen. Nederlandse rechtspraak, die een op een van toepassing is op Curacao, geeft aan dat ook daar (grote) banken telkens kosten aan hun clienten in rekening brengen die men met de clienten niet is overeengekomen. De banken verliezen rechtszaak na rechtszaak op dit terrein. De verwachting is derhalve dat dit op Curacao niet anders zal uitpakken.

Indien u zich herkent in deze situatie en u heeft behoefte aan rechtsbijstand aarzel dan niet om met ons in contact treden. Mocht u vragen of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit bericht dan ook bent u bij deze uitgenodigd om geheel vrijblijvend (en eventueel anoniem) met ons in contact te treden.

Ons doel is er op gericht om de desbetreffende bank te dwingen om zich aan het oorspronkelijke contract met de verzekeringsmaatschappij te houden en om derhalve geen boete-rentes in rekening te brengen noch allerlei andere kosten die niet werden overeengekomen.



Telefoon: 00 599 9 7374916 of info@mullertax.com


December 09, 2013

salary split

Het verdelen van salarissen over meerdere landen van iemand die statutair directeur is van vennootschappen die bijvoorbeeld zijn gevestigd in Curacao of Aruba of Nederland en Curacao kan fors belasting besparen. Waarom? Omdat elk salaris weer vanaf de voet in de heffing van belasting wordt betrokken in het desbetreffende land. Premies zijn veelal geen probleem omdat meestal enkel wordt geheven in het woonland van de desbetreffende statutair directeur.
Het is vaak een eenvoudige maar zeer effectieve manier van belastingbesparen die ook nog recht doet aan de voorliggende verhoudingen. Waarom zou u immers in een land werkzaam zijn als directeur zonder er in dat land een salaris aan over te houden?

peter.muller@mullertax.com