Showing posts with label tax. Show all posts
Showing posts with label tax. Show all posts

January 28, 2020

Changes in Curacao profit tax law

Curacao has once again introduced robust and fundamental changes in its profit tax law. This under influence of "Europe" that could not agree upon previous amendments.

The fundamental change is that Curacao has chosen to tax on the basis of territoriality. Meaning that only income generated in Curacao will be taxed with Curacao profit tax. There needs to be a link -a nexus- between the income and Curacao. Activities on Curacao soil or e.g. the lease of Curacao real estate will fall under the scope of the Curacao profit tax. Same goes for so-called passive income. So in case a Curacao based company has a Swiss bank account yielding (passive) income it will be deemed local income.
Income generated abroad will as a rule of thumb not fall under the scope of the Curacao profit tax.

There will be companies that shall generate local as well as foreign income. It goes without saying that evidence of the place or origin of that income shall be of the utmost importance.

When as a sole proprietor you generate foreign income you should convert to a company structure.

Some qualifying activities will be taxed against a profit tax rate of 3%

A new profit tax rate of 3% has been introduced for income from local enterprise for designated qualifying activities that take place in or from Curacao.

Mentioned activities are:
1      building and improving airplanes and ships, as well as repairing and maintaining airplanes and            ships with a length of at least 10 meters and machines, installations and material located in and            for use on board of these airplanes and ships;

2      services provided by call-, service-, or datacenters in so far as they provide support activities to          enterprises with an annual turnover of at least ANG 50 million  (USD 28 million);

3      services provided by warehousing companies; and,

4      services provided in or from Curaçao to non-related investment companies and managers of                investment companies.


Muller's tax take:
With the newest changes our tax legislation has been further modernized en will offer -specifically for entrepreneurs with a focus on outbound services and trade- quite interesting fiscal possibilities. Once again -as with any change in tax legislation- things have become more complicated. This makes that -if one has plans on starting or converting a business in Curacao- it seems wise to consult a qualified tax lawyer/consultant in an early stage.



Muller & Associates
Curacao
Schouwburgweg 3
Curacao, Dutch Caribbean
Tel:     +599 9 737 49 16
                                


October 02, 2019

Buyer beware; or rather: miracles take time

Just a word of advice for those who want to take up residence in Curacao, or may want buy a second home here or otherwise want to invest. This is not your country of origin so things may be different here.
Let me give you some examples. A few years ago a german speaking client stated that his tax lawyer also did his bookkeeping and made his yearly financials. He was quite upset when I explained to him that I can assist his accountant by looking at the figures from a tax perspective or may be confront the accountant with obvious mistakes (everybody makes mistakes). Recently a client put forward that his issues should be addressed more swiftly. He had not taken his tax position into account for years and now we were hired to clean up the mess. We consider it our job and we are happy to do so of course.


But cleaning up needs the cooperation of the tax authorities and they on average need three quarters of a year to react to correspondence. So logically it will take over a year to settle problems.

I realize that we need to communicate this more to our non-Caribbean clients therefore I thought it wise to put this to writing.

Curacao is not the Netherlands with a nicer climate.
It is more South-America where Dutch happens to be one of the official languages and the legal language for that.

With reference to the cartoon: we are totally happy to extinguish your fiscal fires but allow for some time. We are dependent on the tax authorities. That goes for us and even so for our trusted colleagues in the field. And even better. As a fireman would probably say: prevention is better than extinguishing. So, if are are investing in Curacao please contact a competent tax lawyer before you are buried in a pile of tax assessments. Cleaning up afterwards is always more costly and is time consuming.

August 29, 2019

Een legal transplant in het Curaçaose belastingrecht. De komst van de winstbelasting naar Curacao


Dit  artikel werd eerder geplaatst in Caribisch Juristenblad 2018/2, pagina 130 ev.


mr. P.E. Muller[1]/prof mr L. Rogier

Inleiding
In dit artikel ga ik in de op de komst van de winstbelasting naar Curacao en beschrijf vervolgens de verschillen met haar Indische voorloper. Deze verschillen hebben betrekking op vrijstellingen voor met olie gerelateerde activiteiten.
Daarna beschrijf ik kort de vrijstellingen in huidige wettekst met betrekking tot aan olie gerelateerde werkzaamheden.
Legal transplants
In CJB 2013/4, pag. 10 e.v. verscheen van Lewin een artikel over ondermeer de herkomst van de Wetboeken van Burgerlijke Rechtsvordering van de Caribische gebiedsdelen[2]. Lewin meldde dat “onze” rechtsvordering haar wortels heeft in een regeling die zijn oorsprong heeft in een regeling die gold voor de rechtspleging voor de residentiegerechten op Java en Madoera en in hoger beroep de raden van justitie op Java.

Hieruit blijkt dat ons burgerlijk procesrecht een zogenaamde legal transplant is.
Wat is een legal transplant? Watson heeft dit gedefinieerd als “the moving of a rule or a system of law from one country to another country or from one people to another[3].
Vervolgens het doel van legal transplants: “Rules-not just statutory rules- institutions, legal concepts and structures that are borrowed, not the spirit of the legal system[4].
Legrand is de mening toegedaan dat legal transplants onmogelijk zijn omdat de betekenis van “a rule” afhankelijk is van de interpretatie binnen een gegeven wettelijke context, en een functie is van de historische en culturele conditionering van de vertaler. In zijn beleving is het verhuizen van “concepts of rules” niet een transplant maar een vertaling omdat woorden in een nieuwe context ook een nieuwe betekenis krijgen[5].
Met andere woorden in een andere omgeving kunnen woorden een andere invulling krijgen. Er is dan de facto geen sprake van een legal transplant maar van een tekstuele transplant die in de nieuwe omgeving wellicht een nieuwe invulling krijgt.
Brants beschrijft de insteek van Legrand in genoemd artikel die dat overigens zelf heeft gedaan in ondermeer “The impossibility of legal “transplants”[6].

Dan nog wijze en waarschuwende woorden voor rechtsbeoefenaren en met name rechtzoekenden in Afrika, Latijns-Amerika en Oost Europa:

“…Recognized patterns of weakness in professional law in developing and transitional countries of Africa, Latin America and Eastern Europe mean that the professional law can not be considered the hegemonic pattern of social rule making in these legal systems. In the pattern called rule of political law the legal process is often determined by political relationships. In those social contexts we can not consider a sporadic pathological distortion that the outcome of litigation depends on “who is who” in the political world. This particularly the case when the clash occurs between the government and individual rights. The very notion of limiting powers by formal law is completely inconsistent with the philosophy of rule making in those countries”[7]
Het zal u niet verbazen dat grote delen van onze wetgeving in de Caribische gebiedsdelen de kwalificatie “legal transplant” toebedeeld kunnen krijgen. Dat geldt mijns inziens voor ons huidige burgerlijk wetboek dat grotendeels is ontleend aan zijn Nederlandse evenknie en evenzeer geldt dat voor ons strafrecht. Het geldt ook zeker voor de inkomstenbelasting en grotendeels ook voor de loon-en- omzetbelasting.

Anderzijds kan gesteld worden dat in de meer recente geschiedenis legal transplants ook vanuit de Caribische gebiedsdelen in Nederland neerstrijken. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de invoering van de besloten vennootschap in ons vennootschapsrecht die jaren voordat de flex-bv in Nederland werd ingevoerd hier al haar opgang deed.

Winstbelasting
Het gaat dan ook wat ver om alle legal transplants in ogenschouw te nemen omdat zoals gezegd dit voor tamelijk veel van onze wetgeving speelt. Lewin beschreef echter een transplantatie van Oost naar West in genoemd artikel. In het belastingrecht kennen we ook een legal transplant van Oost naar West te weten de Landsverordening op de winstbelasting 1940. Deze komt namelijk voort uit de (Indische) Ordonnantie op de vennootschapsbelasting 1925. Metry heeft dit uitgebreid beschreven[8].
In dit artikel wil ik kort aandacht besteden aan deze Indische toevoeging aan ons belastingrecht.
De Indische vennootschapsbelasting is goed beschreven. Indische vennootschapsbelasting (ordonnantie op de vennootschapsbelasting 1925) een werk van Steinmetz uit 1933, geeft een uitputtende beschrijving van deze vennootschapsbelasting[9].
Het eerste deel van het boek bevat de wettekst gevolgd door een toelichting op de ordonnantie in 9 hoofdstukken.

Om nog even kort terug te keren naar het gedachtegoed van Legrand; die gaat naar mijn mening niet goed op in het geval van onze Indische vennootschapsbelasting. Dit om een tweetal redenen. De eerste is dat zowel de Indische vennootschapsbelasting als de Curaçaose winstbelasting in de Nederlandse taal werden vastgesteld en ingevoerd zodat van een letterlijke lost in translation geen sprake kan zijn. Waar Legrand spreekt over “vertalen” naar een andere culturele en historische context denk ik dat ook die insteek in dit geval geen opgeld doet. Dat blijkt ondermeer uit het gegeven dat Steinmetz meerdere malen is aangehaald in onze fiscaal-juridische literatuur juist om de Curaçaose winstbelasting te kunnen duiden. Ik verwijs naar Haarmans en Van der Kleij die in artikelen in het Tijdschrift voor Antilliaans Recht-Justicia steun zochten in Steinmetz ter onderbouwing van hun respectievelijke betogen
[10]. Beide schrijvers[11] waren overigens historicus voor zij zich het fiscaal recht eigen maakten, hetgeen wellicht (deels) verklaart waarom zij allebei met zoveel enthousiasme voor interpretatie teruggrepen naar een werk uit 1933.
Hetzelfde zou wellicht betoogd kunnen worden voor ons burgerlijk procesrecht gelet op het artikel van Lewin. Overigens zou ik de mening van Legrand waarschijnlijk wel steunen bij andere legal transplants omdat immers interpretatie altijd binnen contexten zoals hierboven aangegeven plaatsvindt. Lokin en Zwalve beschrijven dat proces aan de hand van een voorbeeld van een Fransman die eerst het Nederlandse woord “hond” voorgelegd krijgt (hetgeen tot geen enkele interpretatie aanleiding zal geven) en vervolgens het Nederlandse woord “hier” dat tot een andere interpretatie zal leiden voor de Fransman dan voor een Nederlander[12].

Van Indische vennootschapsbelasting naar Curaçaose winstbelasting[13]
Het belastingrecht kent net als andere rechtsgebieden voor een ieder bekende onderscheidingen. Een onderscheid wordt bijvoorbeeld gemaakt naar formeel-en- materieel belastingrecht. Een ander onderscheid is of sprake is van een subjectieve heffing (gericht op het heffen van belasting van een subject) of een objectieve heffing (die zich zoals u zult begrijpen richt op een object). De Indische vennootschapsbelasting en ook de Curaçaose winstbelasting zijn objectheffingen. Dat valt eenvoudig vast te stellen door artikel 1 van de Indische variant te lezen waarbij wordt aangevangen met de woorden:

Onder den naam van “vennootschapsbelasting” wordt eene belasting geheven: (en dan volgt lid 1 pm) van de winst van binnen Nederlandsch-Indie gevestigde naamlooze vennootschappen,………..

en de Curaçaose variant (huidige tekst) met de woorden:

Onder de naam van “winstbelasting” wordt een belasting geheven: (en dan volgt a. pm) van de winst van binnen de Nederlandse Antillen gevestigde naamloze vennootschappen,………..”.
Behalve voor de benaming van het heffingsgebied kan gesteld worden dat de aanhef van beide verordeningen identiek is. Tevens toont deze aanhef aan dat inderdaad sprake is van objectheffingen. Er wordt immers niet geheven van het subject maar van het object zijnde de winst van de onderworpen entiteit. Dit maakt overigens dat gesteld kan worden dat de aanduiding van de Indische variant eigenlijk niet correct was. Immers, men spreekt over vennootschap; het subject en niet over de winst het object. Waarmee gesteld kan worden dat de Curaçaose aanduiding nauwkeuriger is.
De invoering van de Winstbelasting in Curacao ging overigens niet zonder horten of stoten.
In hun commentaar op artikel 10 van het ontwerp gingen enkele Statenleden in op de overname van de Indische vennootschapsbelasting:
“ de eerste plaats moge worden opgemerkt dat het huidige ontwerp Winstbelasting een bijna woordelijke kopie is van de uit 1925 daterende ordonnantie op de Vennootschapsbelasting in Nederlands Oost-Indië.
Van deze ordonnantie is de minder fraaie stijl en niet steeds duidelijke begripsverklaring en omschrijving klakkeloos overgenomen. Tevens rijst de vraag waarom in de Curaçaosche winstbelasting niet verwerkt zijn de rectificaties van de feiten die de Oost-Indische ordonnantie in de praktijk ongetwijfeld zal hebben vertoond.
 Uit een oogpunt van bevordering van de Rijkseenheid zou het juister zijn geweest zoveel mogelijk aan te sluiten op de terminologie van de Nederlandse wetten die dezelfde materie regelen
Men schiet het doel voorbij door zonder meer in de Nederland of Oost-Indië bestaande wetten voor Curacao over te nemen.
Immers, gelijkheid van wetgeving is alleen mogelijk bij gelijke omstandigheden in de meest ruime zin van het woord.
Hoezeer Curacao ook bij het Rijk behoort, niemand zal ontkennen dat Curacao een eigen leven heeft met sociaal en economisch van Nederland en Oost-Indië afwijkende omstandigheden.
 Daarom is het uit een oogpunt van beleid noodzakelijk dat Curacao wetten of vorderingen heeft, die aangepast zijn aan en ingesteld zijn op Curaçaosche verhoudingen
Het naamloze-vennootschapswezen in Nederlands Oost-Indië is geenszins op een lijn te stellen met dat op Curacao. `
In eerst genoemde gebieden is het N.V.-wezen reeds tal van jarengeheel volgroeid en werd de dubbele belasting op de opbrengst van de N.V. .’s eerst ingesteld toen de gemeenschap zich deze vorm van bedrijfsuitoefening geheel eigen had gemaakt en daarvan de economische voordelen ten volle had geplukt.
De dubbele belasting is aldaar ingevoerd op een zodanig tijdstip, dat zij geen rem meer kon vormen tegen de ontwikkeling van het N.V.-wezen.”[14]
De klaarblijkelijke kritische leden van de Staten hadden toen zo te zien al feilloos door waar Legrand voor waarschuwde. Wetgeving moet beschouwd worden vanuit het culturele en sociale kader van de samenleving waar deze naar toe wordt getransplanteerd. Ik kan mij er iets bij voorstellen dat deze Statenleden een groot verschil zagen tussen het toenmalige Nederlands-Indië en het toenmalige Curaçao. Dat geldt uiteraard vanuit cultureel perspectief maar evenzeer vanuit economisch oogpunt. Op onvergelijkbare (ei)landen werd identieke belastingwetgeving losgelaten.
Aan de andere zijde van het spectrum merk ik dan echter dat in de rechtsvergelijking met enig dedain op het belastingrecht wordt neergekeken:

“For tax purposes however, and especially with regard to Corporate Income Tax it is submitted that the above-mentioned political considerations are decisive for the design of tax law.”

En dan iets verderop: “Conversely, the design of tax law and the legal transplantation of instruments take place mainly with the main aim to raise revenue. For example, in Colombia, as of 1 January 2002 a new tax on financial transactions already applicable in Brazil was transplanted to the Colombian tax system to “make up for revenues lost by lowering the value-add tax rate”[15].

Met andere woorden: schrijfster is de mening toegedaan dat de intrinsieke problemen van het transplanteren van wetgeving zoals hierboven besproken in mindere mate gelden voor belastingrecht dan voor andere rechtsgebieden zoals privaatrecht. Dat zou dan met terugwerkende kracht het commentaar van de Curaçaose Statenleden moeten weerspreken.
Uiteraard is de vraag die dan opkomt of dit een correcte gevolgtrekking is. Brants[16] schrijft over het Nederlandse strafrecht: “If the determining underlying dynamic of a legal culture of criminal justice is the legitimization and reflection of fundamental notions regarding te individual in relation to  the state,…………”.
Brants geeft daarmee aan dat waar in het strafrecht het individu en de staat tegenover komen te staan de dynamiek van de juridische cultuur bepalend is hoe men aankijkt tegen legitimisatie en hoe men reflecteert op dat individu versus de staat. Individu en staat staan veelal evenzozeer rechtstreeks tegenover elkaar in het belastingrecht. Deze vergelijking treft uiteraard nog beter doel waar het het fiscale strafrecht betreft. Ik ben het dan ook voorshands niet eens met schrijvers die betogen dat inherente problemen van legal transplants in mindere mate gelden voor belastingrecht dan voor andere rechtsgebieden.


Verschillen tussen Indische vennootschapsbelasting en Curaçaose winstbelasting
Aardig is natuurlijk om na te gaan waar de Landsverordening op de winstbelasting 1940 is gaan afwijken van haar Indische voorloper. In de Indische vennootschapsbelasting zijn de bepalingen van materieel belastingrecht opgenomen in de eerste 12 artikelen. De daaropvolgende artikelen bevatten
het formele belastingrecht bestaande uit:
 boekhouding, aangifte en geheimhouding;
het opleggen van de aanslag; bezwaar tegen de aanslag, invordering; en,
het strafrecht der vennootschapsbelasting.
De Landsverordening op de winstbelasting 1940 kende bij invoering dezelfde indeling. Het materiele belastingrecht bevatte echter 2 artikelen meer dan haar Indische moeder. Het verschil zit hem meteen in artikel 2 die in de Curaçaose heffing een vrijstellingsbepaling kent voor winst van lichamen verkregen met het vervoer te water of door de lucht van personen en goederen tussen binnen en niet binnen het gebiedsdeel Curacao gelegen havens en van de winst van deze lichamen behaald met de aankoop, verkoop, opslag en levering van aardolieproducten indien en voorzover die aankoop, verkoop, opslag en levering wordt verricht door of door tussenkomst van de lichamen in artikel 8. En artikel 8 bevatte op zijn beurt een gunstige regeling voor “het aardolieverwerkingsbedrijf”. Curacao kende (en kent) maar een (1) aardolieverwerkingsbedrijf. In de tijd van de invoering van de winstbelasting heette dat bedrijf Curaçaosche Petroleum Maatschappij, later CPIM, nog later Shell en nu PdVSA[17].
Deze vrijstellingen waren bij de komst van de raffinaderij bedongen voor de toen geldende inkomstenbelasting en werden daarna eenvoudig weer doorgezet in de nieuwe winstbelasting.

Onderstaand zal blijken dat reeds voor de komst van de raffinaderij gunstige fiscale voorwaarden werden afgedwongen.
Heij schrijft in haar afstudeerscriptie[18]: “Voor 1920 was er een gescheiden belastingsysteem voor Indonesiërs en Aziatische belastingplichtigen (“vreemde Oosterlingen”) enerzijds en Europeanen anderzijds. Vanaf 1920 kwam er een inkomstenbelasting voor alle bevolkingsgroepen, hieronder vielen niet alleen individuen maar ook ondernemingen.

Deze wetgeving was maar een kort leven beschoren omdat deze wetgeving voor wat betreft –om het maar even ruim te duiden- ondernemingen, in 1925 werd vervangen door de Indische vennootschapsbelasting. De Indische vennootschapsbelasting is overigens eerst in 1984 vervangen door de Pajak Penghasilan 1984[19].
De Surinaamse wet inkomstenbelasting 1922 betrekt overigens zowel natuurlijke personen als ook rechtspersonen in haar heffing zodat het zeer goed mogelijk is dat deze belastingwet een legal transplant is van de Indische inkomstenbelasting van 1920.

Bij invoering van de Indische vennootschapsbelasting bedroeg het tarief 10 procent. De vaststelling van dit tarief is overigens niet zonder discussie verlopen. Vleming
[20] heeft daar een betoog van 83 pagina’s aan gewijd. Vleming, omschrijft zich in genoemd boekje als “-zooals ik in het voorwoord vermeldde –niet als belastingambtenaar, maar als particulier, burger van Nederlands-Indië,….”. Vleming is tegen een te laag belastingtarief in de dan nog in te voeren vennootschapsbelasting omdat hij bang is dat eventuele tekorten op een toch al armlastige bevolking verhaald zullen worden. Voor kapitaalvlucht hoeft men volgens Vleming niet bevreesd te zijn omdat de lage lonen altijd een hoge winstcapaciteit met zich zullen brengen. Vleming neemt het op voor de “inlanders”.

Vermakelijk is zijn weerwoord waar Nederlands-Indië “klakkeloos” wordt vergeleken met “Malakka” of “de Phillippijnen”.
“Dan knapten we het zaakje net zo op als in “Malakka”. De Chineezen halen tin uit den grond………uitvoerrecht; ze rooken opium………invoerrecht; en dobbelen……….speelbelasting”[21].
Later kreeg Vleming alsnog het gelijk aan zijn kant. Het vaste tarief werd vervangen door meerdere tarieven, afhankelijk van het soort onderneming en het soort winst, werd een zeker tarief toegepast[22].
Bovenstaande roept de vraag op waarom de Indische vennootschapsbelasting geen vrijstellingen kende voor met aardolie gerelateerde activiteiten waar deze vrijstelling wel meteen bij haar invoering in de Curaçaose winstbelasting werden opgenomen.
Op deze vraag ga ik hieronder in.
De beslissing om een raffinaderij op Curacao te bouwen werd door, de beroemde, Sir Henry Deterding, genomen op 13 mei 1915[23]. Van Soest beschrijft tot in detail –en op zeer lezenswaardige wijze- alle aspecten en facetten van de komst van “de Koninklijke” naar Curacao. De Curaçaosche Petroleum Maatschappij (“CPM”) werd in 1916 bij notariële akte opgericht. Overigens betrof het hier een Nederlandse vennootschap met zetel in Den Haag[24]. Bij de keuze voor Curacao werd overleg gevoerd met de Minister van Koloniën wat aan Deterding de verzuchting heeft ontlokt: “Wij kunnen speciaal met de Nederlandsche regering niet voorzichtig genoeg zijn, waar deze regering zich gewoonlijk laat verleiden door weinig zakelijke doch zeer ethische redenen.”[25]
De CPM werd van meet af aan gesteund door allerlei regelingen en faciliteiten te creëren. Van Soest[26] noemt een ruime vrijstelling van invoerrechten, verlaging van de loodsgelden voor de aanvoer van ruwe olie uit Venezuela. Van Soest beschrijft verder een uiterst eigengereid opererende vennootschap die inmiddels was omgedoopt tot CPIM. Althans, in 1925 werd de Curaçaosche Petroleum Industrie Maatschappij N.V. opgericht die dan op haar beurt weer in 1959 overging in Shell Curaçao N.V..
Van Soest geeft een voorbeeld van een conflict met de belastingontvanger met betrekking tot opgelegde aanslagen overdrachtsbelasting. De oliemaatschappij wilde de leggerwaarde van de overgedragen onroerende goederen als uitgangspunt nemen waar de ontvanger uitging van de werkelijke waarde[27]. Saillant detail daarbij is uiteraard dat de sterke stijging van de waarde van bepaalde gronden was ontstaan door de koopwoede van de oliemaatschappij.
Fiscale vrijstellingen waren de belangrijkste overweging voor het vestigen van de raffinaderij op Curacao[28]. Met als gevolg dat in 1921 door CPM nog teleurstellend weinig in de koloniale kas werd bijgedragen[29]. Toen de bestuurlijke top van Curacao vervolgens trachtte om dit te compenseren door de te betalen loodsgelden te verhogen werd door de Haagse olielobby er snel voor gezorgd dat deze loodsgelden werden gehalveerd. In tijd betaalde de CPM raffinaderijbelasting, grondbelasting, weeldebelasting en loodsgelden. Van het betalen van invoerrechten en van inkomsten/winstbelasting was geen sprake.
De vraag dringt zich derhalve op waarom in de Indische vennootschapsbelasting niet ook dergelijke vrijstellingsbepalingen waren opgenomen bij haar invoering of later. Immers ook voor het toenmalige Nederlands-Indië had mogen gelden dat Shell haar klaarblijkelijke korte lijntjes met de Minister van Koloniën ingezet kunnen worden. Ik heb nergens in de literatuur die vraag gesteld noch beantwoord zien worden.
Ik vermoed dat het verschil tussen Oost en West daarin was gelegen dat in Nederlands-Indië al meerdere oliemaatschappijen actief waren. Naast Shell was daar namelijk eveneens Standard Oil of New Jersey (van de Rockefellers pm) doende en kwam Caltex
[30] daarbij in 1939. Shell had derhalve geen monopolie en dat verzwakt uiteraard de onderhandelingspositie. Wellicht speelde ook al een rol dat in Nederlands-Indië al veel langer werd verdiend in bijvoorbeeld de plantagecultuur. Voor Curaçao gold dat de komst van de raffinaderij ondermeer economisch van grote invloed was omdat “Van een overwegend commerciële, werd Curaçao tot een overwegend industriële maatschappij[31]
Bij tegenvallende overheidsinkomsten werd echter altijd weer snel in de richting van de raffinaderij gekeken. Zo heeft prof. mr. W.F.G. Vermeend in zijn toenmalige hoedanigheid van adviseur van de Curaçaose overheid in de 70-er jaren getracht een soort horizonvervuilingsbelasting ingevoerd te krijgen. Aangezien een belasting echter nooit op een enkele persoon gericht kan zijn is dat plan uiteindelijk gesneuveld hoewel Metry aangeeft[32] dat bij zijn weten het betreffende A.B. nimmer is ingetrokken[33].
In de huidige winstbelasting (tekst 2017) vindt men de volgende vrijstellingen met betrekking tot de raffinaderij:
1 In artikel 2 lid 1 onderdeel c LWB 1940 eerst een vrijstelling voor een vennootschap waarvan alle aandelen in handen zijn van de rechtspersoon de Nederlandse Antillen en voorzover deze winst is behaald met de winning en verkoop van petroleum. Deze bepaling is er in het bijzonder op gericht om Curoil N.V. vrij te stellen van de heffing van winstbelasting;
2 Artikel 2 lid 1 onderdeel e LWB 1940 bevat een vrijstelling voor de exploitatie-waaronder begrepen de verhuur van- een raffinaderij;
3 artikel 2 lid 1 onderdeel j LWB bevat reeds een voor 90 procent van de winst vrijstelling voor de activiteiten van een LNG overslagstation. Dit overslagstation is er (nog) niet maar de vrijstelling klaarblijkelijk wel.
Conclusies[34]
De Landsverordening op de winstbelasting 1940 is een legal transplant die haar oorsprong heeft in het toenmalige Nederlands-Indië. De Curaçaose Landsverordening op de winstbelasting 1940 is bijkans een kopie van oorspronkelijke Indische vennootschapsbelasting.

De naam winstbelasting is beter dan vennootschapsbelasting nu het een objectheffing betreft.
De stelling van Legrand gaat niet altijd op; zeker niet ingeval van de transplantatie van de Indische vennootschapsbelasting naar Curacao waar vanwege ondermeer de Nederlandse taal op het moment van de transplantatie en ook daarna maakt geen sprake is van “lost in translation”.
Voor wat betreft de culturele context zou dat anders kunnen zijn maar mede ondermeer daardoor dat “Steinmetz” ook beschikbaar was in Curacao en de fiscale begrippen tussen Oost en West niet verschillen, concludeer ik dat in dit geval de stelling van Legrand geen opgeld doet.
Naar mijn mening zijn de intrinsieke problemen die het transplanteren van wetgeving mee kunnen brengen evenzeer van toepassing op belastingrecht als op andere rechtsgebieden.

De twee extra vrijstellingsbepalingen die in de Landsverordening op de winstbelasting 1940 werden opgenomen ten behoeve van de oliemaatschappij zijn daar naar zich laat aanzien in terecht gekomen door de grotere onderhandelingskracht die zij in de West had ten opzichte van die in de Oost.
Ook de huidige winstbelasting kent nog steeds ruimhartige vrijstellingsbepalingen voor aan olie (en inmiddels aan gas) gerelateerde activiteiten.



[1] De auteur is belastingadviseur bij Muller & Associates en redacteur van het Caribisch Juristenblad.
[2] Caribisch Juristenblad, 2013/4, pag. 10 e.v., Lewin, Dr. G.C.C., Hekmeijer en de actieve rechter. Een oude stem in een actueel debat.
[3] Watson, Alan, Legal Transplants, 1st edition, Scottish Academic Press, Edinburgh 1974, pag. 21.
[4] Watson, Alan, Legal transplants and European Private Law, Ius Commune Lectures on European Private Law, 2 (Electronic version). Dutch Institute of Comparative Law.
[5] Brants, C., Legal culture and legal transplants, Electronic journal of comparative law, vol. 14 (December 2010), http://www.ejcl.org pag. 5.
[6] Leblanc, P., The impossibility of legal transplants, Maastricht Journal of European and Comparative law, 1997, p. 111-124.
[7] Mattei, Ugo, Three Patterns of Law: Taxonomy and Change in the World’s Legal Systems, p. 28.
[8] Metry. Mr. F., De geschiedenis van de belastingen in de kolonie Curacao en de Nederlandse Antillen, Curacao, 2006, pag. 391 e. 392.
[9] B.J.F. Steinmetz, De Indische vennootschapsbelasting, Haarlem 1933.
[10] Haarmans, J., Toepasbaarheid van Nederlandse jurisprudentie op Antilliaans belastingrecht, TAR-Justitia 2002, nr. 2, pag. 100 ev.; Haarmans, J. Fiscale positie van de Commanditaire vennoot in het Antilliaanse recht, TAR-Jusiticia 2004, nr. 3. Pag. 190 ev; Kleij, P.W. van der. Navorderingsaanslagen in de winst-en inkomstenbelastingheffing van de Nederlandse Antillen en Aruba, een historisch en vergelijkend opstel.
[11] -zijn ons beide op te jonge leeftijd komen te ontvallen.
[12] Lokin, H.J.A./Zwalve, W.J., Inleiding in de rechtsgeschiedenis, Groningen 1985.
[13] In die tijd heette wat later de Nederlandse Antillen werden: “het gebiedsdeel Curacao”. Daarvoor (tot 1936 was de naam “Curacao en Onderhorigheden en vanaf 1936 tot 1986 “Nederlandse Antillen. Daarna Nederlandse Antillen en Aruba en daarna werd op 10 oktober 2010 Curacao een land binnen het koninkrijk.
[14][14] Metry, t.a.p.
[15] Mosquera Valderrama, Irma J., Legal transplants and comparative law, International Law Journal, December 1, 2004, pp. 261-276.
[16] Brants, C. p. 5.
[17] Petroleos de Venezuela Sociedad Anonima.
[18] Heij, Gitte, Het Indonesische Belastingrecht; nieuwe ontwikkelingen, theorie en praktijk, Groningen, 1993, pag. 25.
[19] Heij, t.a.p., pag 26.
[20] Vleming, J.L. jr, De strijd om de Indische vennootschapsbelasting; overzicht en beschouwingen, Haarlem, 1924.
[21] Vleming, pag. 35.
[22] Heij, t.a.p. pag. 26.
[23] Soest, Dr. J. van, Olie als water, Curacao, 1976, pag. 177.
[24] Soest van, pag.192.
[25][25] Soest van, pag 166.
[26] Soest, van, pag 202 ev.
[27] Soest, van, pag 202.
[28] Soest van, pag 175.
[29] Soest van, pag. 203.
[30] California Texas Oil Corporation (later Chevron Texaco Corporation).
[31] Dekker, J.J.H., Curaçao zonder/met Shell, Zutphen, 1982.
[32] Metry, pag. 752.
[33] https://www.nrc.nl/nieuws/1993/11/13/vermeend-grossiert-in-fiscale-wetten-7203153-a211790.
[34] Dit artikel is mede tot stand gekomen dankzij een aantal boeken die ik heb gekregen dan wel geleend. Mijn dank gaat dan ook uit naar mr. S.R. Vanenburg, drs. H.C.J. Hoogendijk, prof. mr. H.J.A. Lokin, prof mr. F. Brandsma, dr. Gitte Heij, mr. L.F. Delfgaauw, drs. P.L Govers en drs. M.A Scriwanek.

June 04, 2019

Shall I compare thee to an onion

When I was in university we were taught the intricacies of the 1964 Dutch Income Tax. This tax was preceded by the 1941 Income Tax which was introduced during the second world war by the occupying Germans. It remains somewhat stupefying that it took the Dutch government so long to abolish this income tax. The 1941 Income tax was preceded by the 1914 Income Tax on which the current Curacao Income is based.

It is probably better to say that originally our income was a legal transplant of the 1914 Dutch Income Tax. Legal transplants are very much a field of study of my Alma Mater (State University Groningen) but until a few years I had no idea what a legal transplant was. In 2018 however I published an article in our Dutch Caribbean Law Review on the introduction of the Antilles profit tax which is a legal transplant from Dutch East Indies corporate income tax. I am a bit more in the loop now.

With the change of the century the Dutch introduced a complete new income tax which differs quite sttrongly from all the previous income tax legislation. We shall compare both hereunder.



One of the things we were taught is that you could  compare the income tax to an onion (hence the title of this blog).  The idea is to peel of layers of taxable types of income in an obligatory order. In the peeling of you of course see the comparison with an onion.

In the Curacao income tax this order is:
1 income from real estate;
2 income from capital;
3 income from labour and entrepreneurial income;
4 periodical income.

Basically all the income is than put together and taxed against a progressive rate. (The higher the income the higher the tax bracket you will end up in). As all the income is basically taxes against the same rate this is called a synthetic income tax (versus an analytical income tax).  But it would of course not be a real law if there were no exceptions to this tax being synthetic. Income from a substantial interest in a company falls under the scope of income from capital but is not being taxed a progressive rate. Same goes for interest income and e.g. compensation for income one missed out on like when you receive your pension income in one installment and such. So the Curacao is a synthetic income tax with analytical elements.

With the current Dutch income tax it is the other way around. It is a analytical income tax with synthetic elements. The Dutch in 2001 introduced an income tax with what they call boxes.
Box 1 contains your income from labgour and such and also the deemed income of owning your own home. Box 2 contains your income from substantial interest and box 3 your income from capital. Each box has its own tax rate. Box 1 has a progressive tax rate; box 2 a fixed rate and box 3 taxes your capital for a deemed income.
The onion is still in play here as the Dutch income tax also requires to go from box 1 to box 3 in that order to find if you have taxable income and how you will be taxed. As certain types of income are also thrown together there is a synthetic element to this income tax and therefor this is an analytical income tax with synthetic elements.


May 03, 2014

Curacao is FATCA compliant!

The United States of America have enforced other countries to agree on a so-called Foreign Account Tax Compliant Act. Basically this US legislation forces foreign countries to comply with United States' interests. A non-compliant country faces consequences. FACTCA basically demands that Uncle Sam receives information with respect to foreign bank accounts held by US citizens. The intention is to prevent tax fraud and evasion by US citizens. FATCA has enormous implications for foreign financial instutions ("FFI's"). Banks and fiduciary institutions, insurance companies and pension and investment fund all fall under the scope of FATCA.
On the one hand all Curacao financial institutions should feel lucky that  an agreement on substance under FATCA has been reached. On the other hand it is just another example how Uncle Sam seems to be able to influence local legislation to adapt to their wishes.

Out take on FATCA:
The root of FACTA started with the US changing its approach when the so-called "limitation on benefits" articles were imposed on countries either trying to agree on a tax treaty with the US or the ones that were negotiating a new tax treaty with the US. The Dutch 1948 tax treaty was replaced in 1993 with an extensive limitations on benefits article (26).
Nobody is in favor of tax fraud of tax evasion. On the other hand: a nation should not wield its economic power to influence an other nations' legislation.

December 18, 2013

New Fiscal Export Facility

The Curacao parliament has adpted a new and very broad export facility. This is really exciting news and I cannot wait to find out more about this. Sofar the following has been made public:

Expected profit tax rate roughly 4 percent;

Conditions:

At least 90 percent of the intended activities (income I presume) have come from abroad;

Real substance which means real presence on Curacao;


Following activities to fall under the scope of this new regime:

Export of products and services;

International trade and services;

Repair and maintenance of stuff that will be exported afterwards

Repair and maintenance activities executed abroad;

Financial services among other exting loans

Other services to foreign based clients

Excluded are activities like sadly enough those of your tax advisor. Same goes for e-zone by the way.


This new system appears to be competitive and compliant with international tendencies to have a strong substance in the country of domicile.

It is expected that this new regime will enter into force on January 1st 2014. I have the first client lined up for this so I am really excited to have a go at this.


Keep you posted!


Have a nice X-Mas and a great 2014!

August 19, 2013

MEMORANDUM OMZETTING RECHTSVORM VAN NAAMLOZE VENNOOTSCHAP NAAR BESLOTEN VENNOOTSCHAP







§ 1: Inleiding

Vanaf 1 maart 2004 is de nieuwe wetgeving met betrekking tot privaatrechtelijke rechtspersonen officieel van kracht. Vanaf die datum worden de privaatrechtelijke rechtspersonen geregeld in een nieuw boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van Curacao.

Boek 2 Burgerlijk Wetboek bevat bijna uitsluitend regelingen met betrekking tot privaatrechtelijke rechtspersonen. Artikel 1 van boek 2 geeft een opsomming van de rechtspersonen die expliciet geregeld zijn in boek 2:

  • De stichting;
  • De stichting particulier fonds;
  • De vereniging;
  • De coöperatie;
  • De onderlinge waarborgmaatschappij;
  • De naamloze vennootschap en
  • De besloten vennootschap.

Het nieuwe boek 2 van het Burgerlijk Wetboek sluit af met de daarbij ingevoerde mogelijkheden van omzetting, fusie en splitsing van rechtspersonen. In dit memorandum gaan wij kort in op de omzetting van een naamloze vennootschap in een besloten vennootschap

§ 2: Omzetting van een naamloze vennootschap in een besloten vennootschap

Bij de omzetting van een Naamloze Vennootschap (NV) in een Besloten Vennootschap (BV) dient een onderscheid gemaakt te worden tussen een zogenaamde grote NV en een kleine NV. Van een grote NV is sprake indien:

  • Op enig tijdstip in de periode tussen één maand voor en één maand na balansdatum ten minste twintig werknemers (20 mandagen per dag of 100 per week) werkzaam zijn via een arbeidsovereenkomst met de vennootschap, groepsmaatschappij, uitzendbureau of soortgelijke instelling;
  • De waarde van de activa per balansdatum meer dan ANG 5 miljoen bedraagt; en

  • De netto-omzet gedurende het boekjaar meer dan ANG 10 miljoen bedraagt.

Bovengenoemde criteria zijn cumulatief, dit wil zeggen dat aan alle drie de criteria voldaan moet worden. Gevolg van het onderscheid dat tussen de grote en de kleine NV gemaakt wordt, is dat voor de grote NV strengere eisen gesteld worden met betrekking tot de inrichting en publicatie van de jaarrekening, alsmede de controleplicht. De eisen die gesteld worden aan een kleine NV
zijn gelijk aan die van een BV. Het onderscheid in de gestelde eisen tussen de kleine NV c.q. BV en de grote NV kan als volgt weergegeven worden:

  • De jaarrekening van een BV moet binnen 8 maanden na afloop van het boekjaar door het bestuur worden opgemaakt, de jaarrrekening van een NV binnen 6 maanden;

  • De jaarrekening van een grote NV dient te worden opgesteld volgens de normen van de International Accounting Standards Board, wat inhoudt dat de jaarrekening in overeenstemming dient te zijn met de International Financial Reporting Standards. Dit betekent een vergaande informatieverstrekking. De jaarrekening van een BV behoeft slechts te voldoen aan de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. Overigens vermeldt de wet niet wat als aanvaardbaar in het maatschappelijk verkeer moet worden beschouwd;


  • De jaarrekening van de grote NV dient een jaarverslag te bevatten;

  • De BV is bevoegd om een externe deskundige te benoemen om de de jaarrekening te controleren, de grote NV is hiertoe verplicht.

  • De grote NV is verplicht binnen 8 dagen na goedkeuring van de jaarrekening en gedurende twee jaar daarna een volledig afschrift van de jaarrekening ten kantore van de vennootschap ter inzage te leggen voor belanghebbenden. Bovendien moet een mededeling gedaan worden bij de Kamer van Koophandel van het ter inzage leggen van de jaarrekening. Voor de BV geldt dat iedere aandeelhouder gedurende twee jaar na het opmaken c.q. goedkeuren van de jaarrekening recht heeft op inzage in de jaarrekening.

Dit verschil in vereisten kan bij omzetting van de grote NV in een BV aanzienlijke voordelen opleveren. Er zal immers niet meer voldaan behoeven te worden aan de strengere vereisten die gesteld worden aan een grote NV, wat een behoorlijk kostenbesparing met zich zal brengen. Zo is de BV, in tegenstelling tot de grote NV, niet verplicht om een externe deskundige in te schakelen voor het controleren van de jaarrekening.

Om deze voordelen te kunnen behalen, dient voldaan te worden aan de in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gestelde eisen aan de omzetting van een NV in een BV. Deze eisen zijn:


  • Voor de omzetting is een besluit tot omzetting en statutenwijziging vereist. Dit besluit komt tot stand bij notariële akte van omzetting die mede de nieuwe statuten omvat;

  • Het bestuur van de om te zetten rechtspersoon moet het voornemen daartoe aankondigen in een Nederlands Antilliaans nieuwsblad waarin van overheidswege officiële berichten worden geplaatst;

  • De aandeelhouders van de naamloze vennootschap worden van rechtswege in dezelfde verhoudingen aandeelhouder van de besloten vennootschap;

  • Aan de akte van omzetting dient een omzettingsbalans gehecht te worden. Het getoonde eigen vermogen mag daarbij niet negatief zijn. Indien de besloten vennootschap een nominaal kapitaal heeft, mag het eigen vermogen niet lager zijn dan dat nominaal kapitaal;

  • De datum van opmaak van de omzettingbalans mag niet langer dan een maand voor de dag van de akte liggen en dient door alle bestuurders en commissarissen getekend te worden. Met andere woorden, nadat de omzettingsbalans gereed is heeft men 1 maand de tijd om de omzetting te effectueren;

  • Aandeelhouders en andere gerechtigden kunnen de aan het aandeel verbonden rechten pas uitoefenen als zij zijn ingeschreven in het aandeelhoudersregister.




 Dit memorandum is van informatieve aard. Er kunnen derhalve geen rechten aan worden ontleend.