Showing posts with label dutch caribbean tax services. Show all posts
Showing posts with label dutch caribbean tax services. Show all posts

December 18, 2013

New Fiscal Export Facility

The Curacao parliament has adpted a new and very broad export facility. This is really exciting news and I cannot wait to find out more about this. Sofar the following has been made public:

Expected profit tax rate roughly 4 percent;

Conditions:

At least 90 percent of the intended activities (income I presume) have come from abroad;

Real substance which means real presence on Curacao;


Following activities to fall under the scope of this new regime:

Export of products and services;

International trade and services;

Repair and maintenance of stuff that will be exported afterwards

Repair and maintenance activities executed abroad;

Financial services among other exting loans

Other services to foreign based clients

Excluded are activities like sadly enough those of your tax advisor. Same goes for e-zone by the way.


This new system appears to be competitive and compliant with international tendencies to have a strong substance in the country of domicile.

It is expected that this new regime will enter into force on January 1st 2014. I have the first client lined up for this so I am really excited to have a go at this.


Keep you posted!


Have a nice X-Mas and a great 2014!

December 12, 2013

Fout van de behandelende ambtenareren verhinderde navordering (taxence.nl)

Fout behandelende ambtenaren verhinderde navordering

donderdag 12 december 2013 Giniraynha Poulina 110x gelezen
De belastinginspecteur kan de te weinig geheven belasting niet navorderen als een aanslag onjuist is vastgesteld als gevolg van een verwijtbaar onjuiste inzicht van andere belastingambtenaren in de feiten of in het recht. Het verwijtbaar onjuiste inzicht van deze ambtenaren wordt namelijk toegerekend aan de inspecteur.
In beginsel kan de inspecteur de te weinig geheven belasting alleen navorderen als sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft echter geen nieuw feit nodig om na te vorderen in gevallen waarin wegens een fout een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, hetgeen de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is. Hiervan is in ieder geval sprake als de te weinig geheven belasting minstens 30% lager is dan de volgens de belastingwet verschuldigde belasting. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft duidelijk gemaakt dat in dergelijke gevallen een inzichttoets en een discrepantietoets moet plaatsvinden. Er wordt dan gekeken of de fout als gevolg waarvan te weinig belasting is geheven, voortvloeide uit een verwijtbaar onjuiste inzicht van de inspecteur in de feiten of in het recht en of die fout heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd. Volgens het hof was in dit specifiek geval sprake van een verwijtbaar onjuiste inzicht van de ambtenaren die de aangiften hadden behandeld van een man die een pand verhuurde aan een bv waarin zijn echtgenote een indirect aanmerkelijk belang had. De ambtenaren in kwestie hadden namelijk nagelaten de aangiften waarvan de onjuistheid door een boekenonderzoek aan het licht was gekomen, in het traject van geautomatiseerde afdoening en verwerking van aangiften te blokkeren. Dit verwijtbaar onjuiste inzicht in de feiten moest volgens de rechter worden toegerekend aan de inspecteur. Navordering was daarom uitgesloten.

December 07, 2013

Penshonadoregeling

De inhoud van de penshonadoregeling is voor velen welbekend. Boven de 50, eigen woning met een aankoopprijs van minimaal ANG 450.000, in beginsel een verbod om op Curacao te werken (behalve middels een "eigen" vennootschap. Men betaalt dan 10 procent inkomstenbelasting op kwalificerend inkomen, minimaal 1,5% AVBZ en indien men jonger is dan 60 AOV. Curacao wil ook dat de penshonado BZV premie betaalt. Sommige penshonado's betalen echter nul procent inkomstenbelasting en nul procent premies dankzij een goede planning.

November 27, 2013

EEN GOED VERZORGDE OUDE DAG



Memorandum inzake Beschikking Pensioen



Bij Ministeriele Beschikking met algemene werking van 29 juli 2000 (Pb 2000, No 76 is de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 ingrijpend gewijzigd. Vervolgens hebben deze wijzigingen bij Landsverordening van 3 augustus 2001 (Pb, 94) kracht van wet gekregen. Ook zijn door de wetgever in de Landsverordening op de loonbelasting 1976 wijzigingen aangebracht. Onder meer zijn de artikelen 6A en 6B ingevoegd welke een kader scheppen voor een wettelijke regeling omtrent pensioenen. Dit kader is bij Publicatieblad No 35, 2002 (Beschikking pensioenen) nader ingevuld. Onderstaand wordt op deze regeling nader ingegaan.

Artikel 6A geeft een definitie van een pensioenregeling welke er op neer komt dat een dergelijke regeling ten doel heeft de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij invaliditeit of ouderdom alsmede van hun nagelaten betrekkingen. Verder mag een pensioenregelingen niet uitgaan boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk wordt geacht. Tevens dient het lichaam dat als pensioenverzekeraar optreedt de pensioenverplichting tot haar binnenlandse ondernemingsvermogen rekenen.

Lid 2 van artikel 6A geeft dan aan de Minister van Financien de bevoegdheid om nadere regels te geven omtrent het hierboven genoemde en om onder voorwaarden een afwijkende regeling toch als een pensioenregeling in de zin van artikel 6A aan te wijzen.

Artikel 6B bepaalt welke gebeurtenissen aanleiding geven om de pensioenaanspraak aan te merken als loon. Dit doet zich voor bij afkoop en vervreemding en ingeval de regeling voorwerp van zekerheid wordt; de verzekeraar ophoudt binnen de Nederlandse Antillen te zijn gevestigd dan wel het pensioenvermogen niet langer (geheel of gedeeltelijk) tot het binnenlands pensioenvermogen rekent; aan aanspraak ingevolge een pensioenregeling wordt prijsgegegeven.

Afkoop wordt niet getroffen door het hierboven bepaalde indien de pensioenverplichting geheel of gedeeltelijk overgaat naar een binnen de Curacao gevestigde pensioenverzekeraar die de verplichting tot zijn binnenlands ondernemingsvermogen rekent. Onder voorwaarden kan de Minister van Financien dit ook van toepassing verklaren, zo bepaalt lid 3 van artikel 6B, op pensioenverplichtingen welke geheel of gedeeltelijk overgaan op een in Nederland, Aruba dan wel een verdragsland gevestigde verzekeraar.

De Beschikking pensioenen (hierna: “de Beschikking”) geeft nadere invulling aan 6A lid 2 en 6B lid van de Landsverordening op de loonbelasting 1976 (hierna: “LLB”).

De Beschikking is opgebouwd uit 16 artikelen. Artikel 1 geeft aan wie als verzekeraar wordt beschouwd. Op grond van lid 1 letter d van dit artikel kan worden geconcludeerd dat in ieder geval de opbouw in eigen beheer nog steeds mogelijk is. Expliciet is uitgezonderd dat een Stichting Particulier Fonds als verzekeraar van een pensioen kan fungeren.

Artikel 2 geeft aan wat onder een maatschappelijk aanvaardbaar pensioen dient te worden beschouwd. De navolgende criteria zijn van belang:

v  Het pensioen bedraagt maximaal 70 procent van het pensioengevend loon en wordt met een percentage van maximaal 2 per jaar opgebouwd. Er wordt een rekenrente in aanmerking genomen van tenminste 4 procent.

v  De pensioenrichtleeftijd van een ouderdomspensioen is 60 jaar en het pensioen gaat niet eerder in dan op de 55-jarige leeftijd en iet later dan op 65-jarige leeftijd.

v  Gaat het ouderdomspensioen eerder in dan bij de 60-jarige leeftijd dan wordt het pro rata herrekend met inachtneming van actuariele grondslagen.

v  Het ouderdomspensioen kan niet uitgaan boven 70 procent van het pensioengevend loon op het tijdstip van ingang.

v  Het weduwe-of-weduwenpensioen alsmede het wezenpensioen zijn gemaximeerd tot respectievelijk 70 en 14 procent van het ouderdomspensioen en mogen tezamen meer bedragen dan het voordien genoten pensioengevend loon

v  Een invaliditeitspensioen bedraagt maximaal 80 procent van het pensioengevend loon

v  De pensioenuitkeringen mogen in hoogte varieren ten opzichte van elkaar. De mate van variatie moet echter worden vastgesteld en verder geldt dat de laagste uitkering niet lager mag zijn dan 75% van de hoogste uikering.

v  Verder is een partnerpensioen toegestaan. Wordt er verder fiscaal enkel rekening gekeken of men gehuwd of ongehuwd is; de beschikking houdt rekening met degenen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.

Het pensioengevend loon omvat maximaal alle structurele vaste loonbestanddelen. Expliciet is bepaald dat loon in natura eveneens hiertoe gerekend kan worden waardoor bijvoorbeeld de auto van de zaak voor 15% van de cataloguswaarde tot het pensioengevend loon kan behoren. Loonstijgingen welke zich voordoen gedurende 5 jaren voorafgaand aan de pensioendatum mogen slechts in aanmerking worden genomen tot maximaal 2% boven de gemiddelde loonindex. Dit ligt anders indien sprake is van een normale leeftijdsperiodiek of een gangbare functiewijziging. Daartegenover staat dan weer dan met een loonsverlaging wegens demotie of het aanvaarden van een deeltijdfunctie buiten aanmerking kan blijven indien deze zich voordoet binnen 10 jaren voorafgaand aan de ingangsdatum van het pensioen.

De waardering van de pensioenverplichtingen vindt plaats met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariele grondslagen. De te hanteren rekenrente bedraagt mininmaal 4%. Het pensioenlichaam mag echter een algemene reserve van 10% van de wiskundige reserve aanhouden. Een interessante aspect van deze waarderingsregels is de volgende. De Beschikking is een uitvoeringsregeling van de artikelen 6A, tweede lid ne 6B derde lid van de Landsverordening op de loonbelasting 1976. De waardering van pensioenen regardeert de loonbelasting echter niet. Hetgeen de vraag oproept of de Minister van Financien met deze beschikking op dit punt dan ook niet te ver gaat. Volgens mij moet deze vraag bevestigend worden beantwoord en is de Beschikking op dit dan ook onverbindend. Indien de Minister waarderingsregels voor pensioenen wil invoeren zal dat moeten door daarvoor de Landsverordening op de winstbelasting 1940 te wijzigen. Indien deze bijvoorbeeld een kader hiervoor zouden scheppen zouden met een eenvoudige wijziging van de Beschikking –door een verwijzing naar het desbetreffende artikel in de Landsverordening op de winstbelasting 1940- de waarderingsregels voor pensioenopbouw in mijn optiek niet langer onverbindend zijn. De beschikking gaat echter nog verder. In artikel 12 stelt zij dat de waardering van pensioenverplichtingen welke worden opgebouwd door lichamen vallende onder artikel 2 lid 44 van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, onder bovengenoemde waarderingsregels vallen. Hier draait de Minister de zaken echt om. Het kan nooit zo zijn dat een Uitvoeringsregeling van de loonbelasting invulling geeft aan de winstbelasting zonder de in de desbetreffende landsverordening daarvoor ruimte wordt geboden. De Beschikking is immers van lagere orde dan de Landsverordening op de winstbelasting 1940. De Minister schendt in casu dus tweemaal een beginsel. Als eerste door in de beschikking zaken op te nemen welke deze niet mag regelen nu hier enkel invulling mag worden gegeven aan zaken welke de loonbelasting betreffen en als tweede door deze regeling van lagere orde aan te wenden om aan een landsverordening (van hogere orde dus) invulling te geven terwijl daarvoor de basis ontbreekt. Artikel 12 van de Beschikking is mijn visie derhalve eveneens onverbindend.

Artikel 13 bepaalt dan nog dat op 31 december bestaande pensioenaanspraken van een directeur –grootaandeelhouder en andere belastingplichtigen zonder gevolgen voor de belastingheffing tot en met 31 december 2001 respectievelijk 31 juni 2002 in overeenstemming kunnen worden gebracht met artikel 6A van de Landsverordening op de loonbelasting 1976 en de daarop gebaseerde regelgeving. Tot dan mogen er geen dotaties aan het pensioenlichaam en aftrek op het inkomen plaatsvinden. Ook deze bepaling is wederom grotendeels zinledig omdat deze met name kijkt naar pensioenopbouw welke de winstbelasting betreft en niet de loonbelasting. Waar in de Beschikking melding wordt gemaakt van belastingheffing kan dit immers enkel terugslaan op de heffing van loonbelasting omdat de Beschikking niet verder mag gaan dan omtrent nadere invulling te geven.


www.mullertax.com  

November 21, 2013

Balance between Law in theory and Law in practice

The university professors ingrained the idea in me that as a lawyer one should be versed in practice and theory. As a student I have been assisting in a research project for three years. That whole experience taught me a lot and I was very proud that this ended with a PhD with honors. Also I made my own small discovery in the field of sociology of law.
After graduating in 1993 I immediately started writing my first publication. As it was on the levying of taxes by waterships it was probably not much read but still.

Please find hereunder a bibliography of articles sofar.

Tijdschrift voor Antilliaans Recht – Justicia (Antilles law review)

2010 nr 2         “Witwassen, inkeer en de rol van de financiele dienstverlener” (samen met mr L. Jager) (article on moneylaundering and possible criminal consequences for the financial services provider) (co-author)

2005 nr 3         “Time-share, belasting op bedrijfsomzetten, tax holiday en toetsing door de overheid” (article on time share, tax holiday and St. Maarten sales tax)

2003 nr 4         “De belastingadviseur als instrument in de strijd tegen money laundering” (samen met mr L. Jaeger, (co-author) article on the role of the tax lawyer in fighting money laundering)

2003 nr 1         “Een goed verzorgde oude dag?” (samen met drs J. Sybesma) article on fiscal pension planning) (co-author)

2002 nr 3         “Artikel 30 lid 2 Algemene Landsverordening Landsbelastingen” (article on formal tax law)

2001 nr 4         “Aantekeningen bij de Algemene Landsverordening Landsbelastingen” (article on formal tax law)

2001 nr 3         “De nieuwe aanmerkelijk belangregeling” (the new substantial interest legislation)

2001 nr 2         “Invoering Algemene Termijnenlandsverordening” (article on the extension Time limits act)

2001 nr 1         “Deelnemingsdivdenden onder de belastingregeling voor het koninkrijk” (Participation dividends under the scope of the Tax Arrangement of the Kindom)

2000 nr 2         “Vrije vestiging in de Nederlandse Antillen” (Free business establishment in the Netherlands Antilles)

1999 nr2          “Terugwerkende kracht van belastingwetgeving” (co-author Dr L.J.J.Rogier) (Retroactive force of fiscal legislation)

1999 nr 3         “Invoering Landsverordening omzetbelasting” (co-author Dr L.J.J. Rogier) (Introduction of the Sales tax)

1999 nr 1         “De Stichting Particulier Fonds” (The Private Foundation) (co-author Mr. R.O.L. Palm)

1998 nr 2         “Recente wijzigingen in de Nederlands-Antillaanse belastingwetgeving (Recent changes in Netherlands-Antilles fiscal legislation)

Boekenrecencies/Book reviews:

2010 nr 2         Jeroen Adeler en Jacques Gankema, De algemene Landsverordening Landsbelastingen in de Nederlandse Antillen

2004 nr 3         mr F.W. Lunsingh Scheurleer (Bundel onder redactie van) Nederlands-                                                         Antilliaans recht voor de bank- en financieringspraktijk. Nederlands                                                             Instituut Bank-, Verzekerings- en Effectenbedrijf

2003 nr 2      Mr. S.R. Vanenburg, mr. A. Kattouw, Het Nieuw Fiscaal Raamwerk op de Nederlandse Antillen; de Antillen als ‘nieuwe’ vestigingsplaats voor de internationale financiële dienstensector

2001 nr 4         H.F. Munneke; Recht en samenleving in de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname

Forfaitair

1993                “De heffing van omslag door waterschappen” (levying of taxation by waterships)

2002                “Aantekeningen bij de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (bewerking van twee artikelen uit het Tijdschrift voor Antilliaans Recht-Justicia) (edited article on formal tax law previously published in the Antilles law review)

2010                “Witwassen, inkeer en de rol van de financiele dienstverlener” (samen met mr L. Jager) (article on moneylaundering and possible penal consequences for the financial services provider) co-author)

Practical European Tax Strategies

2011                Tax planning opportunities in Curacao: linking Spanish ETVE and a Curacao NABV

Offshore Red

2011                Tax planning opportunities in Curacao: linking Spanish ETVE and a Curacao NABV



October 21, 2013

Woning op Curacao verhuren...........

Onderstaand wordt kort ingegaan op de fiscale consequenties van het verhuren van een woning op Curacao. Gekeken wordt naar woningen die vanuit prive worden verhuurd; naar woningen in bezit van een entiteit zoals bijvoorbeeld een Nederlandse BV; en naar de gevolgen voor de Curacaose omzetbelasting. Ook zal in het kort de fiscaliteit in Nederland worden aangestipt.

1                    Woning in prive-bezit die wordt verhuurd (inkomstenbelasting)
Indien u huuropbrengsten geniet vanwege een op Curacao gelegen woning wordt u daarmee belastingplichtig voor de Curacaose inkomstenbelasting. Het maakt daarvoor niet uit of u wel of niet op Curacao woonachtig bent. Bent u dat namelijk niet dan ontstaat zogenaamde buitenlandse belastingplicht. Hierdoor het ontstaat de navolgende situatie: Jaarlijks dient u een zogenaamd aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting model B in te dienen bij de Curacaose fiscus. Op dit aangiftebiljet vermeldt u 65% van de huuropbrengsten. Als aftrekbare kosten komen enkel in aftrek de financieringslasten van de desbetreffende woning. Indien deze lasten meer bedragen dan de huuropbrengsten ontstaat mag u het dan ontstane negatieve inkomen verrekenen met positieve opbrengsten van de woning in de vijf daaropvolgende jaren. Indien u in Nederland woonachtig bent dient u conform de geldende regels de woning op te geven in box 3 van uw aangifte inkomstenbelasting in Nederland waarbij geldt dat u meteen voor hetzelfde bedrag recht hebt op een vrijstelling omdat heffing over dit inkomen volgens de nieuwe Belastingregeling Nederland Curacao is toegewezen aan het land waar de onroerende zaak zich bevindt.





2                    Indien de woning in bezit is van een Nederlandse vennootschap ontstaat de situatie dat deze vennootschap daarmee een vaste inrichting krijgt op Curacao. Met als gevolg dat de vennootschap jaarlijks een jaarrekening moet opmaken als ware deze vaste inrichting een separate onderneming. Voor 1 april van elk jaar dient dan een voorlopige aangifte winstbelasting te worden ingediend en in beginsel voor 1 juli elk jaar de definitieve aangifte over het voorgaande jaar. Voor aangifte vennootschapsbelasting in Nederland geldt dat in beginsel over het hele inkomen –dus ook dat van de vaste inrichting op Curacao- aangifte dient te worden gedaan. In Nederland dient vrijstelling over de vaste inrichtingswinst te worden verleend omdat ook in deze situatie geldt dat heffing over dit inkomen is toegewezen aan Curacao als situsland van het onroerend goed.

3                    Omzetbelasting

Voor de omzetbelasting geldt in beginsel het navolgende. Een ieder die een vermogensbestanddeel exploiteert om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen wordt aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting. Met uitzondering van de langdurige verhuur van onroerende zaken welke zijn ingericht, bestemd en worden gebruikt voor permanente bewoning. Daarvoor geldt een vrijstelling. Als langdurig wordt aangemerkt 1 jaar of langer. Hetgeen betekent dat voor kortlopende verhuur in beginsel omzetbelasting doorbelast dient te worden aan de huurder. Deze kortlopende verhuur wordt getroffen met 7 procent omzetbelasting.


peter.muller@mullertax.com    www.mullertax.com