www.mullertax.com/ Schouwburgweg 3/ Curacao, Dutch West Indies (**) 599 9 7374916/ info@mullertax.com
September 12, 2026
Tourist Entry Tax: een nieuwe pijler onder de begroting van Curaçao
Curaçao wil vanaf 2027 een Tourist Entry Tax invoeren. Volgens de begrotingsplannen moet deze belasting direct een forse bijdrage leveren aan de overheidsinkomsten. Voor 2027 wordt gerekend op ongeveer Cg 82 miljoen, waarna de opbrengst in de daaropvolgende jaren verder zou moeten oplopen.
Dat is ambitieus. Misschien zelfs iets té ambitieus.
Op zichzelf is er namelijk best iets te zeggen voor een belasting op toeristen. Bezoekers maken gebruik van wegen, stranden, veiligheid, afvalverwerking en andere collectieve voorzieningen. Het is dus niet vreemd dat zij daaraan bijdragen.
Toch is er bij deze discussie iets dat mij opvalt. De nieuwe Tourist Entry Tax wordt in de begroting al bijna behandeld als een zekere en structurele inkomstenbron, terwijl de belasting nog moet worden ingevoerd en de precieze uitvoering nog niet vaststaat.
Daarmee wordt de volgorde eigenlijk omgedraaid: eerst wordt de opbrengst al uitgegeven en daarna moet nog blijken of de belasting daadwerkelijk zoveel gaat opleveren.
In de discussie wordt regelmatig gezegd dat de Tourist Entry Tax de huidige logeerbelasting van 7 procent gaat vervangen.
Dat is fiscaal-juridisch niet helemaal juist.
De vroegere logeergastenbelasting is al jaren geleden opgegaan in de omzetbelasting. Het huidige tarief van 7 procent op kortdurend logies is dus onderdeel van de omzetbelasting en geen zelfstandige logeerbelasting meer.
Dat onderscheid is belangrijk, vooral omdat de geschiedenis van deze heffing een nogal bijzondere is.
Internationale hotelketens hebben in het verleden namelijk vrijstelling genoten van de logeergastenbelasting. Lokale hotels werden wél met die heffing geconfronteerd. Daarover is zelfs geprocedeerd.
Er bestond dus jarenlang een situatie waarin niet iedere hotelondernemer fiscaal gelijk werd behandeld.
Juist daarom kan een Tourist Entry Tax vanuit het oogpunt van neutraliteit voordelen hebben.
Wanneer iedere niet-ingezeten bezoeker bij binnenkomst in beginsel dezelfde belasting betaalt, maakt het immers niet meer uit of iemand verblijft in een groot internationaal hotel, een lokaal hotel, een appartement, een vakantiewoning of via Airbnb.
De belasting wordt dan geheven van de toerist en niet langer via de exploitant van de accommodatie.
Dat kan eenvoudiger en eerlijker zijn.
Maar hoeveel kan een toerist betalen?
Volgens de plannen wordt gesproken over een bedrag in de orde van USD 65 per bezoeker.
Op het eerste gezicht lijkt dat misschien niet veel voor iemand die duizenden dollars uitgeeft aan vliegtickets, hotel en restaurants.
Maar voor een gezin van vier personen gaat het al om USD 260.
En een toerist vergelijkt Curaçao natuurlijk niet alleen met Curaçao. Hij vergelijkt onze bestemming met Aruba, de Dominicaanse Republiek, Mexico, Jamaica, Florida en andere vakantiebestemmingen.
Daarom is de juiste vraag niet of een toerist USD 65 kán betalen.
De juiste vraag is of hij bereid is dat te betalen boven op alle andere kosten.
Toeristen hebben misschien geen stemrecht op Curaçao, maar zij kunnen wel degelijk stemmen. Zij stemmen met hun voeten.
Als Curaçao te duur wordt, gaan zij eenvoudig ergens anders naartoe.
De overheid wordt afhankelijker van toerisme
Daar zit naar mijn mening het grootste risico.
Curaçao zegt al jaren dat de economie minder afhankelijk moet worden van toerisme.
Maar met de Tourist Entry Tax gebeurt voor de overheidsfinanciën eigenlijk het tegenovergestelde.
Hoe meer de begroting afhankelijk wordt van belastinginkomsten uit toeristen, hoe gevoeliger de overheid wordt voor dalingen in het toerisme.
Dat kan door van alles gebeuren: een recessie in de Verenigde Staten of Europa, hogere vliegtarieven, geopolitieke spanningen, orkanen of simpelweg veranderend reisgedrag.
De coronaperiode heeft laten zien hoe snel toeristenstromen kunnen verdwijnen.
Juist daarom is het riskant om structurele uitgaven te financieren met een belasting die afhankelijk is van een conjunctuurgevoelige sector.
Een toeristenbelasting heeft voor een regering nog een ander aantrekkelijk aspect.
De mensen die de belasting betalen, stemmen hier niet.
Het verhogen van de inkomstenbelasting of omzetbelasting voor inwoners is politiek gevoelig. Een belasting op buitenlandse bezoekers is veel eenvoudiger te verkopen.
Maar ook daar zit een grens aan.
Toeristenbelasting is geen onbeperkte inkomstenbron. Uiteindelijk telt de totale prijs van een vakantie.
Als die te hoog wordt, daalt het aantal bezoekers. En dan daalt niet alleen de opbrengst van de Tourist Entry Tax, maar ook de omzet van hotels, restaurants, winkels, autoverhuurders en andere bedrijven.
Daarmee dalen uiteindelijk ook andere belastingopbrengsten.
Op zichzelf geen slecht idee
De Tourist Entry Tax is dus niet per definitie een slechte belasting.
Integendeel. Een uniforme heffing bij binnenkomst kan eenvoudiger en neutraler zijn dan een systeem waarbij belasting wordt geheven via hotels en andere accommodatieverstrekkers.
Zeker gezien de historische vrijstellingen voor internationale hotelketens kan een algemene entry tax zelfs bijdragen aan een gelijker speelveld.
Maar er is een groot verschil tussen zeggen dat de belasting een goed idee is en zeggen dat de verwachte opbrengst onmiddellijk als vaste pijler onder de begroting kan worden gelegd.
Dat laatste gaat mij wel een beetje snel.
Eerst moet blijken hoeveel de belasting werkelijk oplevert. Vervolgens moet worden bekeken wat het effect is op het aantal bezoekers en hun bestedingen.
Pas daarna kan worden beoordeeld of deze inkomsten ook werkelijk geschikt zijn om structurele overheidsuitgaven mee te financieren.
Een Tourist Entry Tax kan best een nuttige nieuwe belasting zijn.
Maar een begroting bouwen op geld dat nog moet worden geheven, is iets anders.
Eerst invoeren, meten en evalueren. Daarna pas structureel uitgeven.
mr. P.E. Muller
fiscaal-jurist
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

No comments:
Post a Comment