September 24, 2026

Private equity in de accountancy: wie trekt er straks aan de touwtjes?

Private equity heeft de Nederlandse accountancy in betrekkelijk korte tijd ingrijpend veranderd. Accountantskantoren worden samengevoegd, kleinere praktijken worden opgekocht en achter steeds meer bekende namen staat inmiddels een financiële investeerder. Aanvankelijk werd daarbij vooral gesproken over de voordelen. Private equity brengt kapitaal mee. Dat geld kan worden gebruikt voor automatisering, digitalisering, kunstmatige intelligentie, uitbreiding en het aantrekken van personeel. Ook schaalvergroting kan in een sector waarin goede accountants schaars zijn voordelen hebben. Maar inmiddels komt een andere vraag steeds nadrukkelijker naar voren: past het bedrijfsmodel van private equity eigenlijk wel bij het bijzondere karakter van het accountantsberoep? Die vraag wordt urgenter nu de eerste grote private-equitypartijen alweer naar de uitgang kijken. De eerste exits komen eraan Accountancy Vanmorgen berichtte onlangs dat Waterland en Avedon de mogelijkheden onderzoeken om hun belangen in respectievelijk De Jong & Laan en Newtone te verkopen. Daarmee begint een volgende fase van de private-equitygolf. Eerst werden accountantskantoren gekocht en samengevoegd; nu moet blijken aan wie de aldus opgebouwde organisaties weer kunnen worden verkocht. Dat is geen onbelangrijk detail. Een private-equityfonds koopt een onderneming immers in beginsel niet om deze gedurende meerdere generaties te exploiteren. Het doel is waardecreatie en vervolgens, na verloop van tijd, verkoop van de investering. De AFM wees er al eerder op dat private-equitypartijen vaak werken met een exithorizon van ongeveer vijf tot zeven jaar. Juist rond zo'n exit kan de commerciële druk toenemen. En daar begint naar mijn mening het probleem. Een accountantskantoor is geen gewone onderneming Een fabrikant van schroeven mag uiteindelijk zoveel mogelijk schroeven tegen zo laag mogelijke kosten produceren. Een commerciële eigenaar die dat proces efficiënter maakt, doet in beginsel precies waarvoor een aandeelhouder is aangesteld. Bij accountants ligt dat ingewikkelder. Een accountant verkoopt niet uitsluitend een product of dienst. Hij vervult ook een maatschappelijke functie. Banken, aandeelhouders, werknemers, belastingdiensten en andere derden moeten kunnen vertrouwen op zijn oordeel. De AFM formuleert dat heel duidelijk: accountants moeten onafhankelijk zijn en mogen zich bij hun werkzaamheden niet laten leiden door commerciële of persoonlijke belangen. Zeker op Curacao weten we dat dat soms wel eens goed misgaat. En er ontstaa derhalve een principiële spanning. De investeerder wil rendement op het geïnvesteerde vermogen. De accountant moet soms juist werkzaamheden verrichten die veel tijd kosten, commercieel onaantrekkelijk zijn of zelfs tot verlies van een cliënt kunnen leiden.
Wat gebeurt er wanneer die twee belangen met elkaar botsen? Meer omzet, hogere marge, lagere kosten Het recept waarmee private equity waarde creëert is bekend: groeien, consolideren, efficiënter werken en de winstgevendheid verhogen. Op zichzelf is daar niets mis mee. Geen enkele accountantspraktijk kan structureel bestaan zonder winst te maken. Maar winstgevendheid wordt problematisch wanneer zij van randvoorwaarde tot primaire doelstelling verandert. Een controleopdracht wordt namelijk niet noodzakelijk beter wanneer er minder uren aan worden besteed. Een accountant wordt niet noodzakelijk onafhankelijker wanneer zijn commerciële targets omhooggaan. En een kantoor wordt niet automatisch professioneler wanneer met hetzelfde aantal mensen steeds meer cliënten moeten worden bediend. De AFM waarschuwt zelf voor precies dit spanningsveld. Zij noemt onder meer de wens om snel te groeien of winstgevender te worden, onzekerheid rond een toekomstige exit, risico's van hefboomfinanciering en mogelijke bedreigingen voor onafhankelijkheid en geheimhouding. De toezichthouder stelde in 2025 zelfs uitdrukkelijk dat zij bij private equity in de accountancy de risico's op dat moment zwaarder woog dan de kansen. Dat is een opmerkelijk harde waarschuwing. Wie bepaalt uiteindelijk het beleid? Een ander probleem is de zeggenschap. Formeel bestaan daarvoor regels. Bij accountantsorganisaties die wettelijke controles verrichten moet onder meer worden voldaan aan wettelijke eisen ten aanzien van het dagelijks beleid en de stemrechten. De meerderheid daarvan kan dus niet eenvoudig aan een private-equityfonds worden overgedragen. Maar juridische zeggenschap en economische macht zijn niet noodzakelijk hetzelfde. Wie het kapitaal verschaft, voorwaarden aan financiering stelt, acquisities mogelijk maakt en uiteindelijk rendement op zijn investering verwacht, hoeft niet iedere dag in de bestuurskamer te zitten om invloed op de koers van een onderneming te hebben. Ook de Raad voor Toezicht van de NBA signaleert problemen. In zijn verslag over 2024 vermeldt de raad dat bij kantoren waarbij private equity betrokken is soms moeilijk valt te achterhalen hoe de stemrechten precies zijn geregeld. In enkele gevallen werden eindoordelen daarom zelfs aangehouden. Dat zou in een beroep waarin onafhankelijkheid een kernbegrip is tot nadenken moeten stemmen. De accountant als productiemiddel Er is nog een aspect dat minder aandacht krijgt. Traditioneel was de eigenaar van een accountantskantoor meestal zelf accountant. De partners liepen commercieel risico, maar hun vermogen, reputatie en beroepsmatige verantwoordelijkheid waren rechtstreeks verbonden met het kantoor. Private equity verandert die verhouding. Het accountantskantoor wordt een investering. De praktijk vertegenwoordigt een waarde. Cliëntenportefeuilles vertegenwoordigen waarde. Terugkerende omzet vertegenwoordigt waarde. En uiteindelijk vertegenwoordigen ook de accountants en medewerkers een economische waarde in het financiële model. Daarmee dreigt een subtiele maar belangrijke verandering: het accountantskantoor is niet langer uitsluitend een professionele organisatie die toevallig ook een onderneming is, maar wordt steeds meer een onderneming waarin professionele dienstverlening het product vormt. Dat verschil lijkt klein. Het is het niet. En dan moet het kantoor weer worden verkocht Misschien is de exit wel het meest ongemakkelijke onderdeel van het gehele model. Stel dat een investeerder een accountantsorganisatie koopt, gedurende vijf jaar tientallen kleinere kantoren toevoegt, de winstgevendheid verhoogt en vervolgens zijn belang verkoopt. Wie is dan de koper? Een andere private-equitypartij? En wat moet die nieuwe eigenaar vervolgens doen om óók weer rendement te behalen? Opnieuw groeien? Opnieuw kosten besparen? Opnieuw kantoren toevoegen? Opnieuw de organisatie na enkele jaren verkopen? Er ontstaat dan het risico van een financiële estafette waarbij een accountantsorganisatie iedere paar jaar tegen een hogere waardering wordt doorgegeven en iedere volgende eigenaar opnieuw rendement uit dezelfde onderneming moet zien te halen. Ergens moet dat rendement worden verdiend. Uiteindelijk kan het alleen komen uit hogere opbrengsten, lagere kosten, grotere volumes of een combinatie daarvan. En precies daar bevindt zich de accountant die voldoende tijd moet blijven besteden aan zijn dossiers en die onafhankelijk “nee” moet kunnen zeggen wanneer dat noodzakelijk is. Het probleem zit niet in winst maken Dit is geen pleidooi voor de stelling dat accountantskantoren geen winst zouden mogen maken. Natuurlijk moeten zij commercieel gezond zijn. Ook betekent de aanwezigheid van private equity niet automatisch dat de kwaliteit van een accountantskantoor achteruitgaat. Kapitaal kan juist noodzakelijk zijn voor technologie, opleiding en innovatie. De internationale beroepsorganisatie IFAC constateerde in 2026 bovendien dat private equity inmiddels een wereldwijd verschijnsel is: meer dan duizend accountantskantoren ontvingen in het afgelopen decennium dergelijke investeringen. Maar de kernvraag blijft wie uiteindelijk aan de touwtjes trekt. Bij een normale commerciële onderneming mag het antwoord daarop in belangrijke mate luiden: de aandeelhouder. Bij een accountantsorganisatie kan dat antwoord nooit zo eenvoudig zijn. De accountant dient niet uitsluitend zijn cliënt en zeker niet uitsluitend zijn aandeelhouder. Hij vervult een functie in het maatschappelijk verkeer. Onafhankelijkheid, professioneel-kritische instelling en kwaliteit mogen daarom geen variabelen worden in een financieel model dat uiteindelijk is gericht op een succesvolle exit. Private equity kan kapitaal leveren. Maar vertrouwen laat zich niet financieren. En onafhankelijkheid hoort al helemaal niet te koop te zijn.

No comments:

Post a Comment