December 07, 2016

Eindejaarstip (2) Glijclausule

Een glijclausule voorkomt fiscale uitglijders. Waar hebben we het over? Bent u directeur-grootaandeelhouder en bent u met de vennootschap een overeenkomst aangegaan waarvan u niet zeker bent of deze de fiscale toets der kritiek kan doorstaan (u heeft een auto gekocht van de vennootschap of een computer overgenomen en de prijs is wellicht wat laag). In een dergelijk geval is het handig om een clausule op te nemen die aangeeft dat indien de fiscus en/of de belastingrechter het niet met u eens bent de overeenkomst wijzigt naar een wel fiscaal acceptabele verhouding.



December 02, 2016

FIOD op spoor miljoenenfraude trustkantoor

FIOD op spoor miljoenenfraude trustkantoor 




De FIOD heeft donderdag samen met buitenlandse autoriteiten op veertien plaatsen in de provincie Utrecht, op Curaçao en in Duitsland en Monaco invallen gedaan op verdenking van criminele activiteiten met een trustkantoor.
De eigenaar van het trustkantoor is aangehouden, maakte het Openbaar Ministerie vrijdag bekend. Hij wordt verdacht van belastingontduiking, valsheid in geschrifte, mensensmokkel, oplichting en witwassen. Ook zijn echtgenote staat onder verdenking.

7 miljoen

Met de zwendel zouden zij miljoenen euro's hebben verdiend. Er is voor circa zeven miljoen euro beslag gelegd.
De belastingpolitie vermoedt dat de verdachten onder meer Russen hebben geholpen aan een (tijdelijke) verblijfsvergunning in Nederland. Daarvoor zouden duizenden euro’s per maand zijn betaald aan de verdachten.
Onder andere arbeidsovereenkomsten en loonstroken zouden zijn vervalst en mensen op de loonlijst van een van de betrokken bedrijven zijn gezet.

November 30, 2016

'Het notariaat in de oorlog was nog een gat in de geschiedenis'


'Het notariaat in de oorlog was nog een gat in de geschiedenis'


reblog van advocatie.nl van 30 november 2016



Historicus Raymund Schütz baart deze dagen opzien met zijn proefschrift over de rol van het notariaat bij de onteigening van Joods onroerend goed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn pijnlijke conclusie: ruim de helft van de notarissen werkte hier welbewust aan mee. Schütz promoveerde maandag op dit onderwerp aan de Vrije Universiteit, in aanwezigheid van tal van (ex-)KNB-bestuurders en notariële hoogleraren. “De belangstelling is nu gelukkig groot.”
Door Joris Rietbroek
Zijn band met het notariaat heeft Schütz dankzij een vroeger baantje als administrateur klachtbehandeling bij de KNB. Tegenwoordig beheert hij als historicus het omvangrijke oorlogsarchief van het Rode Kruis. Hij kwam voor het eerst in aanraking met het onderwerp via een seminar over de verhandeling van onroerend goed in de Tweede Wereldoorlog, waar hij in contact kwam met de kleinzoon van een notaris. Dit leidde in 2010 tot zijn eerste artikel over de rol van het Nederlandse notariaat in de onteigening van Joodse woningen, waarin hij vooral keek naar de zuivering in het notariaat na de oorlog, die achter gesloten deuren plaatsvond.
Op dat moment concludeerde hij al: ‘De notarissen verzorgden de overdracht, voorzagen de akte van hun stempel en daarmee werd het onrecht definitief notarieel vastgelegd. Door de verplichte notariële geheimhouding was de rol van notarissen onzichtbaar.’ Daarbij kregen de notarissen die hieraan meewerkten per transactie betaald.
Onbeschreven blad
Het artikel vormde de basis voor zijn uiteindelijke proefschrift annex boek ‘Kille Mist. Het notariaat en de erfenis van de oorlogstijd’. “De meeste mensen die geschiedenis studeren, vinden het notariaat maar een saai onderwerp,” vertelt Schütz. “Ik ontdekte echter dat de rol van het notariaat in de Tweede Wereldoorlog nog een onbeschreven blad was, een gat in de geschiedenis als het ware. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de advocatuur, wiens rol in de oorlogsjaren wel is bestudeerd, door Joggli Meihuizen in het boek Smalle Marges.”
Voor zijn proefschrift trok Schütz zijn onderzoek veel breder: hij onderzocht hoe de juridische status van ‘beheer’ in die jaren leidde tot de manier waarop onteigeningen van woningen van Joden konden plaatsvinden, of anders gezegd: via welke juridische wegen rechten werden ontnomen. Ook bestudeerde hij de rol van Nederlandse notarissen bij de wederopbouw en hoe het notariaat in België en Duitsland in de oorlogsjaren optrad.
Uren bracht hij door in het Nationaal Archief en op het Ministerie van Veiligheid en Justitie, waar een groot deel van de archieven van justitie uit de jaren veertig zich nog bleek te bevinden. “Feitelijk lapt het ministerie daarmee de archiefwet aan zijn laars,” zegt Schütz. “Het viel bovendien niet mee om toegang te krijgen tot die archieven. Zeg maar gerust dat het ministerie actief tegenwerkte. Ik moest bijna een jaar wachten voor ik er eindelijk terecht kon.”
De andere kant op kijken
De conclusies die Schütz trekt in Kille Mist liegen er niet om. Ruim de helft van de circa 850 notarissen in die tijd werkte mee door onteigeningsakten te passeren. Gedurende de oorlogsjaren werden er zo’n 10.000 Joodse panden doorverkocht met een totale waarde van 150 miljoen gulden, wat tegenwoordig zou neerkomen op 750 miljoen euro. Intussen keken de Broederschap van Notarissen (de rechtsvoorganger van de KNB) en de Kamers van Toezicht de andere kant op. Intussen profiteerde de Belastingdienst eveneens door vijf procent belasting te heffen op iedere transactie. Slechts een klein deel daarvan werd na de oorlog gerestitueerd.
Na de oorlog verdienden notarissen er in wezen opnieuw aan, dit keer vanwege het rechtsherstel dat moest plaatsvinden. Wel moesten de betrokken notarissen zestig procent van het met de overdrachten verdiende geld terugbetalen, al gaf niet iedere notaris hier gehoor aan. De minister van Justitie en de Broederschap maakten verder de afspraak om af te zien van rechtsvervolging. “Ruim de helft van de notarissen heeft meegedaan aan het ontnemen van rechten,” stelt Schütz. “Parallel aan de grootscheepse deportatie van Joden in 1942 en 1943 kun je een golf aan woningverkopen met de bijbehorende notariële akten waarnemen.”
Het is een thema dat het notariaat tot op heden liever verzweeg, zegt Schütz. “Die verzwijging heeft wel als gevolg gehad dat ook de notarissen die wél in verzet kwamen uit de historie verdwenen.” De historicus noemt er enkele in zijn onderzoek, onder wie de ‘ethische’ Amsterdamse notarissen Lubbers en Abma, die waarschuwden dat de akten na de oorlog nietig zouden worden verklaard.
Ruim zeventig jaar na dato kan het notariaat wat Schütz betreft nog steeds een gezonde les trekken uit zijn onderzoek. “Een notaris heeft een maatschappelijke, morele verantwoordelijkheid, die veel verder reikt dan strikt het rechtsverkeer. Ik hoop dat mijn proefschrift de discussie hierover nog verder op gang brengt.”

November 23, 2016

Eindejaarstip (1) Transfer pricing

Af en toe kom ik een fiscalist tegen -een hele goede- met wie ik dan uiteraard van gedachten wissel over ons vakgebied. Wij bespraken bijvoorbeeld regelgeving die onlangs werd aangenomen omtrent transfer pricing. Deze fiscalist werkt bij een big four kantoor en hij zei me dat ik met mijn toch wat kleinere kantoor niets te maken zou krijgen met dit ingewikkelde onderwerp. Ik ga straks hierover advies uitbrengen aan een mkb-ondernemer die internationaal werkt en de volgende transfer pricing vragen komen er aan (uit Duitsland). Ben met een Duitse Steuerberater doende om op Curacao een internationale structuur te zetten waarin Curacao een soort hubfunctie gaat vervullen. Alle gesprekken en correspondentie voeren wij overigens in de Duitse taal.

Terug naar het onderwerp. Wat is transfer pricing. Het gaat er om dat gelieerde ondernemingen onderling zakelijk handelen. (Niet-gelieerde ondernemingen doen dat uiteraard altijd dus daar speelt dit onderwerp niet). Transfer pricing gaat er over dat prijsvorming voor producten op een zakelijke wijze tot stand komt. Dat hoeft niet enkel zo te zijn in internationale verhoudingen, ook in lokale verhoudigen dienen gelieerde ondernemingen daarop te letten. Het gaar er verder om dat u een goede vastlegging aanhoudt/opmaakt met betrekking tot de totstandkoming van de prijsvorming.

Midden-en-klein bedrijf op Curacao

Het midden-en-kleinbedrijf vormt in elke samenleving, dus ook op Curacao, de ruggengraat van de samenleving. Toch worden de behoeften van de ondernemers in deze sector vaak niet begrepen en adviseurs en administrateurs weten geen goede producten aan te bieden.

U bent een ondernemer in het mkb; wat heeft u nodig?

1 een goede maar betaalbare administrateur die u helpt met de administratie, de maandelijkse aangiften en het opstellen van de jaarrekening.

2 een goede maar betaalbare belastingadviseur die u hierin bijstaat en uw aangiften inkomsten-en-winstbelasting verzorgt.

Moet die administrateur een hoog opgeleide accountant zijn die naar internationale maatstaven een jaarrerekening opstelt. Welnee. Juridisch moet u een kloppende jaarrekening opleveren. Dat hoeft echter niet naar ingewikkelde maatstaven. De jaarrekening moet wel acceptabel voor de fiscus zijn.

Wat heeft u nog meer nodig. Duidelijkheid van de administrateur en de belastingadviseur over hun kosten.

Muller & Associates werkt in haar compliance praktijk voor vaste tarieven en kan diverse administrateurs aanbevelen die tegen redelijke tarieven een goed product bieden.

November 20, 2016

Inkeer; een waarschuwing

Indien u over zwart geld beschikt en overweegt om in te keren om mogelijke strafrechtelijke vervolging te voorkomen is dat uiteraard toe te juichen. Want dat is wat inkeer tracht te voorkomen Door tijdig en volledig in te keren voorkomt u strafvervolging en krijgt u enkel een administratieve boete die in Curacao momenteel 15 procent van de niet betaalde belasting bedraagt.

Waar wil ik u dan voor waarschuwen? Als u zich tot een rechtshulpverlener richt met de mededeling dat u zwart geld bezit dan zou deze rechtshulpverlener dat in beginsel moeten melden bij -vroeger heette- het meldpunt ongebruikelijke transacties. Dan wordt u echter het strafrecht ingetrokken en dat is nou net niet de bedoeling dus de rechtshulpverlener zal dat niet doen.


Maar stel dat u er achter komt dat inkeren u dusdanig veel centjes gaat kosten dat u afziet van inkeren? Dan herleeft de meldplicht voor de rechtshulpverlener en loopt u het risico alsnog strafrechtelijk vervolgd te worden. Adding insult to injury; de rechtshulpverlener mag u niet berichten dat hij u heeft aangemeld.

Met andere woorden indien u eenmaal het inkeertraject ingaat is er geen weg terug!