February 17, 2014

Tussen societas en universitas

Een goede vriend gaf mij een exemplaar van dit proefschrift dat ik nu met veel plezier aan het lezen ben:



Focus op duurzaam succes onderneming

Belangen aandeelhouders en andere stakeholders op tweede plaats

Beursvennootschappen moeten zich vooral richten op het duurzame succes van de onderneming. De belangen van aandeelhouders en andere stakeholders komen op de tweede plaats. Dit betoogt Matthijs de Jongh in zijn proefschrift ‘Tussen societas en universitas. De beursvennootschap en haar aandeelhouders in historisch perspectief’. Door een aantal maatregelen kan de uitoefening van zeggenschap door aandeelhouders dat duurzame succes meer ten goede komen. De Jongh verdedigt zijn proefschrift donderdag 23 januari 2014 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Voor zijn proefschrift onderzocht De Jongh de dynamiek in de verhouding tussen aandeelhouders en de beursvennootschap vanuit historisch perspectief. Aan de hand van de relatie tussen aandeelhouders en de vennootschap schreef hij een ontwikkelingsgeschiedenis van de Nederlandse NV.
De promovendus laat zien dat conflicten tussen aandeelhouders en bestuur niet alleen ontstaan bij wanbeleid, maar ook bij belangenconflicten tussen de vennootschap en haar aandeelhouders. Dergelijke belangenconflicten speelden bijvoorbeeld al in 1622 tijdens het conflict tussen VOC en haar aandeelhouders. Zij speelden ook toen aandeelhoudersactivisten in 2007 aandrongen op de splitsing van Stork en ABN AMRO.

Succes op lange termijn
Volgens De Jongh heeft het bestuur van een beurs-NV een grote autonomie om de strategie te bepalen en uit te voeren. De zeggenschap van aandeelhouders fungeert vooral als ‘veiligheidsventiel’: zij hebben het recht om ‘nee’ te zeggen tegen voorstellen die hun belangen schaden. In het uiterste geval kunnen zij bestuurders naar huis sturen. Zo houden aandeelhouders het bestuur scherp en voorkomen zij dat hun belangen in het gedrang komen.
Soms is een aandeelhouder echter niet gericht op het lange termijnsucces van de onderneming, bijvoorbeeld als hij snelle winst belangrijker vindt dan duurzame winst. Uitoefening van zeggenschap door aandeelhouders kan daarom niet alleen het bestuur disciplineren, maar is soms ook een belemmering voor duurzame waardecreatie.
Om te bevorderen dat de uitoefening van zeggenschap door aandeelhouders het succes van de onderneming ten goede komt doet De Jongh een aantal voorstellen. Zo zou bij een vrijwillig openbaar overnamebod de zeggenschap van aandeelhouders van de bieder kunnen worden versterkt. Deze hebben belang bij het langetermijnsucces van de overname. Het bestuur mag kernaandeelhouders meer in de dialoog betrekken dan kortetermijnaandeelhouders als het bestuur daarbij een duidelijk beleid hanteert. Ook denkt De Jongh aan extra stemrechten voor langetermijnaandeelhouders en aan loyalty warrants: optierechten die aandeelhouders na enkele jaren kunnen uitoefenen mits zij hun aandelen niet tussentijds verkopen.

Context
In zijn rechtshistorische dissertatie onderzoekt De Jongh ook het ontstaan en de evolutie van de NV. Hij plaatst het vennootschapsrecht in zijn maatschappelijke en economische context. Door de eeuwen is telkens teruggegrepen op twee van oorsprong Romeinsrechtelijke rechtsvormen: societas (maatschap) en universitas (corporatie). Deze rechtsvormen zijn in veel opzichten elkaars tegenpolen: binnen de societas waren vooral de individuele vennoten belangrijk, terwijl bij de universitas eerder het collectieve belang van de organisatie voorop stond. Zo symboliseren deze rechtsvormen de belangentegenstelling die kan ontstaan tussen individuele aandeelhouders en de vennootschap.
Over de auteur
Matthijs de Jongh (1974) is sinds 2005 verbonden aan het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad. Zijn proefschriftonderzoek verrichtte hij als buitenpromovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij publiceert regelmatig op het gebied van het ondernemingsrecht en sprak tijdens een conferentie aan Yale University over de geschiedenis van het aandeelhoudersactivisme.

NADERE INFORMATIE:

Team Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), T (010) 408 1216 of E press@eur.nl

January 17, 2014

Controleur moet ambtenaar worden


06-01-2014 11:10  3 reacties
Ze worden er vast niet vrolijk van, daar in Amstelveen. Het wegkloppen van fraudes bij Ballast wordt KPMG niet (meer) in dank afgenomen. KPMG onderzoekt nu meer jaarrekeningen van de Jack van R’s uit dezelfde tijd (tussen 2000 en 2003). Topcurator Willem Jan van Andel trekt in de NRCvan 4 januari jl zijn conclusies:
1. Dit is niet het laatste boekhoudschandaal.
2. Controlerende accountants moeten in overheidsdienst.
Beide conclusies zijn niet nieuw. Fraude is van alle tijden en er zullen waarschijnlijk nog wel ergens accountants rondlopen die daar direct of indirect wel aan mee willen werken en er zijn ongetwijfeld ook accountants die fraudes niet opmerken. Ik weet niet wat erger is.
De tweede stelling gaat over de inrichting van het accountantsberoep. Van Andel toont zich hier een echte calvinist die niet in de goedheid van de mens gelooft. Hij ziet de mens als een zwak schepsel en daarom heeft ‘iedereen disciplinerende werking nodig.’ In het interview komen bijna alle grote kantoren langs en niet in positieve zin. Hij heeft daarbij over wat hij noemt ‘een fundamentele weeffout.’ Accountants die wettelijke controle-opdrachten uitvoeren moeten echt onafhankelijk zijn en dat kan volgens hem niet wanneer de gecontroleerde ook gelijk de opdrachtgever is. Doorknippen dat soort banden. Controlerende accountants moeten in overheidsdienst. Wij zijn benieuwd wat u daarvan vindt.
reblog van: http://www.accountancynieuws.nl/commentaar/weblog/controleur-moet-ambtenaar-worden.129077.lynkx

January 14, 2014

A REASONABLE FEE



 A man phones a lawyer and asks, "How much would you charge for just answering three simple questions?"
 The lawyer replies, "A thousand dollars."
 "A thousand dollars!" exclaims the man. "That's very expensive isn't it?"
 "It certainly is," says the lawyer. "Now, what's your third question?

So in our firm, we have long ago decided we did not want to become the object of jokes like these and we started working for fixed fees most of the time. As a tax lawyer you will always have a lot of recurring business for clients when it comes to filing income and profit tax returns on behalf of your clients and reviewing the client's company financials from a tax perspective with internal or external accountants. Our fixed fees make that clients feel comfortable working with us as they know that not every little phone call is billed. For us it gives the satisfaction of being able to establish much sounder relationships with our clients based on mutual trust. Cordiality and a sense of humor comes into play as well. We know that our clients come for us, the people you see on: www.mullertax.com and not so much for a brand name. It's the people that provide the service and not some fancy logo.


We work with standard fees when it comes to income and profit tax where the latter entails the discussions with the accountant with respect to draft financials. With respect to income tax drafting and filing of protest letter to the tax authorities is also included.

Insanity Defense


If you would like a fee offer with respect to you fiscal situation do not hesitate to contact us at: peter.muller@mullertax.com or give us a call at (**)5999 7374916

We can also assist you in finding a suitable accountant with respect to your bookkeeping services. In close cooperation with an independent accountant we may be able to lower your tax lawyer's and accountants fees with over 50% if you and your company are now being serviced by a big four firm.


Nieuw in 2014/reblog van Taxence

Btw 2014: Bitcoin, e-commerce en kortingskaart

Taxence Outlook 2014

dinsdag 14 januari 2014 Redmar Wolf 497x gelezen
Aan het begin van het nieuwe jaar kijkt Taxence met een aantal specialisten naar wat 2014 op fiscaal gebied zal brengen. In deze previews besteden we aandacht aan de wijzigingen die per 1 januari zijn doorgevoerd, maar kijken we ook naar eventuele toekomstige veranderingen. Redmar Wolf kijkt vooruit naar wat 2014 op btw gebied zal brengen. Hij is Senior Counsel bij Baker & McKenzie Amsterdam en bijzonder hoogleraar indirecte belastingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Het jaar 2014 is het eerste jaar zonder interne levering, een btw-rariteit waar met name vrijgestelde ondernemers mee te maken hadden bij het realiseren van vastgoed. Bij 'zelf bouwen' volgde voor dergelijke ondernemers een btw-heffing over de totale voortbrengingskosten, dus inclusief een eventuele looncomponent. Met ingang van dit jaar blijft deze heffing (ook wel: integratieheffing) achterwege. Zelf bouwen is hierdoor goedkoper geworden omdat de loonkosten vrij van btw blijven. In ieder geval een stimulans voor nieuwbouw.

Bitcoins

Als ik mij niet vergis, wordt 2014 het jaar van de Bitcoin en vergelijkbare digitale ruilmiddelen. Wat begon als digitale rariteit, heeft inmiddels wereldwijd de nodige omvang verkregen. De sterk fluctuerende wisselkoersen blijven een probleem, maar als betaalmiddel bieden deze instrumenten ontegenzeggelijk voordelen. Bovendien is het gebruik inmiddels 'hip' geworden; gewoon geld is zo 2013…

De btw-aspecten van Bitcoins zijn echter nog niet geheel uitgekristalliseerd. Zo is het de vraag of het omwisselen van Bitcoins voor regulier geld onderworpen is aan btw. Verder kan men zich afvragen waarover btw is verschuldigd als met Bitcoins is betaald. Deze btw-vragen zullen de komende periode op de internationale btw-agenda verschijnen. Een punt van zorg voor de (fiscale) autoriteiten is verder dat het verhandelen en aanhouden van Bitcoins zich moeilijk laat controleren, maar misschien is dat ook wel een reden voor de toenemende populariteit.

E-commerce

Het jaar 2014 is verder een overgangsjaar naar een nieuw btw-regime voor e-commerce. Per 2015 zijn e-commercediensten altijd belast in het land van de particuliere afnemer. Onder het huidige stelsel is een EU-aanbieder enkel btw verschuldigd in eigen land, onder het nieuwe stelsel moeten EU-aanbieders in elk afnemer-land btw betalen. Het goede nieuws is wel dat deze betalingen via de 'eigen' belastingdienst kunnen lopen (one-stop-shop).

Arresten Hof van Justitie van de Europese Unie

Ten slotte. In 2014 wacht ons een aantal interessante arresten van het HvJ. Ik noem in dit verband de vraag naar reikwijdte van het begrip 'beheer' (vraag van de Hoge Raad van 1 november 2013, zaak C-595/13), de vraag of een kortingskaart een waardepapier of een handelspapier is (Granton, zaak C-461/12) en de vraag naar de reikwijdte van het Sopropé/verdedigingsbeginsel (Datema, zaak C-130/13, Unitrading, zaak C-437/13). Ook zal het HvJ de vraag beantwoorden of een ongeschreven beginsel van EU recht de rechten van een belastingplichtige onder de nationale wet kan doen vervallen (Italmoda, zaak C 131/13). Al met al ligt een spannend btw-jaar in het verschiet.

Eerder in deze serie verschenen

January 08, 2014

Nieuwe bilaterale regeling tussen Nederland en Curaçao, alsmede toepassing artikel 35a huidige BRK in 2016












Nieuwe bilaterale regeling tussen Nederland en Curaçao, alsmede toepassing artikel 35a
huidige BRK in 2016


1. Inleiding 

In december 2013 is tussen Curaçao en Nederland overeenstemming bereikt over de tekst van een
nieuwe bilaterale regeling ter voorkoming van dubbele belasting tussen beide landen. Bedoeling is
dat deze nieuwe bilaterale regeling de huidige uit 1964 daterende Belastingregeling voor het
Koninkrijk (BRK) in de verhouding Nederland- Curaçao gaat vervangen.
De nieuwe bilaterale regeling zal de formele status krijgen van een Rijkswet. Alvorens de nieuwe
bilaterale regeling toepassing kan vinden, dient het parlementaire traject in beide landen doorlopen
te zijn. De verwachting is dat de nieuwe bilaterale regeling vanaf 1 januari 2015 zal gaan gelden.

2. Hoofdlijnen uit de regeling en toepassing artikel 35a huidige BRK

  Tot 5 jaar na emigratie kan erf- en schenkingsrecht worden geheven onder verrekening van
de heffing in het andere land (subsidiair heffingsrecht);

  Nederland en Curacao zullen (automatisch) informatie uitwisselen conform de internationale
standaard;

  naast een bronheffingspercentage voor dividenden van 15 procent zal er voor actieve
vennootschappen een nulprocenttarief komen op deelnemingsdividend. Hierbij zal worden
voorzien in een zogenoemde ‘limitation on benefitsbepaling’;

  voor bestaande participaties van ten minste 25 procent die niet in aanmerking komen voor het
nulprocenttarief geldt tot uiterlijk eind 2019 een bronheffingspercentage op
deelnemingsdividenden van 5 procent;

  voor niet overheidspensioenen geldt een gedeeld heffingsrecht met een bronstaatheffing van
15% in combinatie met eerbiedigende werking (woonstaatheffing) voor ingegane pensioenen
van Nederlanders  die  reeds op Curacao wonen;

  een bronstaatheffing voor de beloningen van sporters en artiesten;

  een bronstaatheffing voor beloningen voor het verrichten van diensten langer dan 183 dagen
(service PE);

  een bronheffingsrecht voor dividenden en vervreemdingswinsten over voor emigratie
opgebouwde aanmerkelijk belangwinsten;

  een regeling gericht op zogenoemde hybride entiteiten;

  een regeling voor onderling overleg met de mogelijkheid van (verplichte) arbitrage;

  in 2014 blijft, vooruitlopend op de nieuwe bilaterale regeling, artikel 35a van de huidige BRK
achterwege met betrekking tot de toepassing van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de
Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met dien verstande dat dit laatste artikel niet wordt
toegepast.