Het vak van jurist kenmerkt zich door een sterke wisselwerking tussen kennis (al dan niet gedeeld) en de praktijk. Soms komen vragen op in de praktijk die in een theoretische beantwoording verdienen of in de theorie doemt een probleem op dat in de praktijk al speelt of soms nog niet. Het kan daarom niet anders zijn dan dat de goede jurist schrijft, en nee niet alleen tijd, ook artikelen en soms zelfs boeken om theorie en praktijk nader tot elkaar te brengen. Hieronder een artikel over het delen van kennis.
SluitDeze website maakt gebruik van cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.
Kennisdeling: Dirkzwager als ultiem voorbeeld voor de Britten
‘Kennis is macht’ begint een achterhaalde zegswijze te worden. ‘Kennis delen is macht’ wordt het nieuwe credo. Of zelfs ‘kennis delen is meer inkomsten.’ Ook binnen de advocatuur, met Dirkzwager uit Arnhem en Nijmegen als trendsettend voorbeeld. Volgens eigen schatting heeft het kantoor inmiddels vijf tot tien procent van zijn business te danken aan kennisdeling en een slimme inzet van social media.
Door Joris Rietbroek
Onderzoekers van het Britse Byfield Consultancy kregen de zendingsdrang van Dirkzwager ook in de gaten. Om in hun onderzoeksrapport ‘The Law Says Tweet’ – over de zakelijke inzet van social media door de honderd grootste Britse kantoren - een goed voorbeeld te geven van een innige omhelzing van social media door de advocatuur, kwamen zij bij het Nederlandse Dirkzwager uit.
Het is een hele eer, vinden bestuurder-directeur Marcel Hielkema en marketing manager Pieter Sonneveld. “Volgens het onderzoeksbureau komt datgene wat wij doen in Engeland nog niet voor”, zegt Hielkema. “Dat verbaasde ons eerlijk gezegd wel enigszins. Het internet bestaat immers al een tijdje, maar de meeste kantoren doen zoiets als social media er nog steeds ‘maar een beetje bij’.”
Toch blijkt volgens de onderzoeksuitkomsten in ‘The Law Says Tweet’ dat steeds meer Britse kantoren – ‘not known for their speedy embrace of change’ – weldegelijk het zakelijke nut van social media inzien. Het ‘grote voorbeeld’ Dirkzwager wordt in het onderzoeksrapport geprezen om de voortvarende aanpak van (online) kennisdeling in een vroeg stadium, onder meer via de uitgebreide website Partnerinkennis.nl en de juridische app KennisApp, plus de toepassing van social media hierin. De KennisApp belandde onlangs nog op de eerste plaats in een ranking van beste businessapps van Het Financieele Dagblad. In 2011 won het kantoor bovendien al de Gouden Zandloper van Sdu Uitgevers voor ‘de beste en meest innovatieve kennisdeler'. Maakt evengoed deel uit van de Dirkzwager-aanpak van kennisdeling: een openbaar toegankelijke juridische bibliotheek die op de begane grond van de vestiging in Arnhem is ingericht.
De vraag naar juridische informatie De advocaten en notarissen van Dirkzwager begonnen zo’n drieënhalf jaar geleden met het schrijven en online publiceren van eerste artikelen. Dat liep al snel uit de hand: inmiddels zijn er duizenden artikelen te vinden op Partnerinkennis.nl, geschreven door zo’n 120 bij Dirkzwager werkzame advocaten en notarissen. Na een periode van gewenning is het voor hen een normale gang van zaken, gemiddeld een keer per maand een artikel aanleveren voor het kennisplatform van het kantoor. De afzonderlijke websites van Dirkzwager trokken over 2012 480.000 unieke bezoekers, qua pageviews staat de teller voor 2013 al op anderhalf miljoen. Meerdere Twitter-accounts die verbonden zijn aan de websites, hadden begin 2013 circa 6500 volgers. “Die getallen zeggen heel veel over de vraag naar juridische informatie”, zegt Sonneveld.
Al deze initiatieven op het gebied van online kennisdeling en social media hebben Dirkzwager bepaald geen windeieren gelegd. Vijf tot tien procent van de huidige business heeft het kantoor naar eigen inschatting inmiddels te danken aan kennisdeling en de hiermee verbonden inzet van social media als LinkedIn, Twitter en Facebook. Een schatting die te maken is doordat het kantoor cliënten steevast vraagt hoe zij bij Dirkzwager terecht zijn gekomen.
Inspelen op de actualiteit Een hoge ranking in Google en goede SEO (search engine optimization) zijn hierbij onontbeerlijk, benadrukt Sonneveld. De hoge positie in Google wordt behouden door in de blogs op Partnerinkennis.nl geregeld in te spelen op de actualiteit. De dag nadat Henk Krol opstapte als fractievoorzitter van de partij 50Plus, schreef een pensioenrechtadvocaat direct een juridische analyse over de kwestie op de website.
“Driekwart van de bezoekers op onze sites komt via Google binnen nadat ze op zoek zijn gegaan naar specifieke juridische informatie. Twitter staat op de tweede plaats, dat ook door steeds meer mensen als search engine wordt gebruikt.” Hielkema vult aan: “We hebben zojuist nog een grote opdracht rond pensioenrecht gekregen, omdat de cliënt meerdere malen op Google naar dit onderwerp zocht en steeds weer op onze website uitkwam. Los van de omzet werkt deze vorm van kennisdeling dus een ontzettende imago-impuls in de hand. ‘Blijkbaar zijn jullie expert in pensioenkwesties’, concludeert de nieuwe cliënt.”
Nieuwe ontwikkelingen Uiteraard staan de ontwikkelingen geen seconde stil. In samenwerking met 25 Europese kantoren is nu ook de nieuwe Engelstalige website www.legalknowledgeportal.com gelanceerd, waar eveneens honderden verschillende juridische onderwerpen, vraagstukken en actualiteiten worden behandeld. Een app voor deze website is in de maak, terwijl de app Kennisboek ferm wordt doorontwikkeld met mogelijkheden tot videocontent, een voorleesfunctie en publish on demand waarmee de mogelijkheid wordt geboden om een zelfgekozen selectie artikelen in boekvorm te laten drukken. Uiteindelijk is het nadrukkelijk de bedoeling om niet enkel informatie te zenden via kennisdeling, maar om online meer de dialoog op te zoeken.
Natuurlijk, een groot kantoor als Dirkzwager heeft de mensen en de financiële middelen om kennisdeling zo grootscheeps aan te pakken. Daar zouden kleinere kantoren of eenpitters met jaloezie naar kunnen kijken. Toch is het volgens Sonneveld ook op kleinere schaal uitstekend mogelijk om als kleiner bedrijf de vruchten te plukken van kennisdeling en een effectieve inzet van social media. “Ik hoor vaak dat advocaten niet weten waar ze moeten beginnen”, vertelt Sonneveld. “Ga in ieder geval niet schrijven om maar wat te schrijven, maar bepaal van tevoren duidelijk waar je het over wilt hebben. Zoek je specialisme op en denk goed na over wat je wilt delen en welke middelen je daarvoor wilt gebruiken. Maak daar duidelijke keuzes in. Strategie, content en continuiteit zijn belangrijker dan schaal. Op het web is iedereen even groot.”
Kijk ook naar een recent interview dat Pieter Sonneveld en Jeroen Zweers van Dirkzwager gaven over de Dirkzwager-manier van kennisdeling, voor innovatieplatform Fast Moving Targets.
Onderstaand wordt kort ingegaan op de fiscale
consequenties van het verhuren van een woning op Curacao. Gekeken wordt naar
woningen die vanuit prive worden verhuurd; naar woningen in bezit van een
entiteit zoals bijvoorbeeld een Nederlandse BV; en naar de gevolgen voor de
Curacaose omzetbelasting. Ook zal in het kort de fiscaliteit in Nederland
worden aangestipt.
1Woning in prive-bezit die wordt
verhuurd (inkomstenbelasting)
Indien u
huuropbrengsten geniet vanwege een op Curacao gelegen woning wordt u daarmee
belastingplichtig voor de Curacaose inkomstenbelasting. Het maakt daarvoor niet
uit of u wel of niet op Curacao woonachtig bent. Bent u dat namelijk niet dan
ontstaat zogenaamde buitenlandse belastingplicht. Hierdoor het ontstaat de
navolgende situatie: Jaarlijks dient u een zogenaamd aangiftebiljet voor de
inkomstenbelasting model B in te dienen bij de Curacaose fiscus. Op dit
aangiftebiljet vermeldt u 65% van de huuropbrengsten. Als aftrekbare kosten
komen enkel in aftrek de financieringslasten van de desbetreffende woning.
Indien deze lasten meer bedragen dan de huuropbrengsten ontstaat mag u het dan ontstane
negatieve inkomen verrekenen met positieve opbrengsten van de woning in de vijf
daaropvolgende jaren. Indien u in Nederland woonachtig bent dient u conform de
geldende regels de woning op te geven in box 3 van uw aangifte
inkomstenbelasting in Nederland waarbij geldt dat u meteen voor hetzelfde
bedrag recht hebt op een vrijstelling omdat heffing over dit inkomen volgens de nieuwe Belastingregeling Nederland Curacao is toegewezen aan het land waar de onroerende zaak zich bevindt.
2Indien de woning in bezit is van
een Nederlandse vennootschap ontstaat de situatie dat deze vennootschap daarmee
een vaste inrichting krijgt op Curacao. Met als gevolg dat de vennootschap
jaarlijks een jaarrekening moet opmaken als ware deze vaste inrichting een
separate onderneming. Voor 1 april van elk jaar dient dan een voorlopige
aangifte winstbelasting te worden ingediend en in beginsel voor 1 juli elk jaar
de definitieve aangifte over het voorgaande jaar. Voor aangifte
vennootschapsbelasting in Nederland geldt dat in beginsel over het hele inkomen
–dus ook dat van de vaste inrichting op Curacao- aangifte dient te worden
gedaan. In Nederland dient vrijstelling over de vaste inrichtingswinst te
worden verleend omdat ook in deze situatie geldt dat heffing over dit inkomen
is toegewezen aan Curacao als situsland van het onroerend goed.
3Omzetbelasting
Voor de omzetbelasting geldt in beginsel het navolgende. Een ieder die
een vermogensbestanddeel exploiteert om er duurzaam opbrengsten uit te
verkrijgen wordt aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting. Met
uitzondering van de langdurige verhuur van onroerende zaken welke zijn
ingericht, bestemd en worden gebruikt voor permanente bewoning. Daarvoor geldt
een vrijstelling. Als langdurig wordt aangemerkt 1 jaar of langer. Hetgeen
betekent dat voor kortlopende verhuur in beginsel omzetbelasting doorbelast
dient te worden aan de huurder. Deze kortlopende verhuur wordt getroffen met 7 procent omzetbelasting.
So, when you are a Curacao or Bonaire based entrepreneur currently being serviced by a "Big Four" firm with respect to bookkeeping/accountancy and fiscal advice; How about we can save like 60 percent on those costs. You do not believe me? Call me and we will make you the proverbial offer you just cannot refuse.
Your truly,
Peter Muller
Muller & Associates
Curacao
Bonaire
Schouwburgweg
3
Bonaire Mall
Curacao,
Dutch
Carribean
Kaya Grandi/Main street 24 - unit 37
De eigenaars van Pico, Trixie, Loebas, Wammes en Fluffie kunnen vandaag hun lol op: Gemeenten mogen hondenbelasting heffen van de Hoge Raad. De poepende viervoeters kosten namelijk klauwen met geld. Per slot van rekening: wie ruimt de hondendrollen op die niet door de baasjes worden opgeruimd? De Hoge Raad meent dat de kosten gewoon moeten worden verhaald op hondenbezitters en ziet dat niet als discriminatie. Het kost de gemeente immers geld om de openbare weg en plaatsen voor honden schoon te maken, meent de Hoge Raad.
Uiteraard ben ik in zijn algemeenheid geen voorstander van meer belastingen maar ik pleit al jaren voor een hondenbelasting op Curacao. Op ons eiland lijkt het namelijk niet mogelijk te zijn om de hondenpopulatie onder controle te houden. Met name komt door het gegeven dat men op Curacao veelal de hond niet "helpt" om het zo maar uit te drukken. Wellicht kan een hondenbelasting maken dat mensen minder honden nemen. Zelf zijn wij overigens eigenaar van 1 hond die we van een vriendin hebben gekregen; 1 hond uit het asiel en 3 die we op straat gevonden hebben. Wij zouden dus ook meteen een stevige belastingbetaler worden.
Verhouding van het oordeel "wanbeleid" van de Ondernemingskamer tot de (eventueel) daarop volgende civiele aansprakelijkheidsprocedure
Meepo Holding BV en de curator van een aantal dochtermaatschappijen van Meepo, vorderen in deze procedure voor de Rechtbank Zwolle een verklaring voor recht dat twee oud-bestuurders jegens hen aansprakelijk zijn op grond van onbehoorlijke taakvervulling (art. 2:9 BW), althans uit hoofde van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), en vorderen hoofdelijke veroordeling tot vergoeding van schade.
Over grotendeels dezelfde feiten loopt ook een enquêteprocedure, waarin de Ondernemingskamer een aantal beschikkingen heeft gegeven.
De rechtbank overweegt dat de centrale vraag in deze procedure is, of de oud-bestuurders betrokken zijn geweest bij onregelmatigheden in de administratie van Meepo en dat deze vraag ook aan de orde is bij het door de Ondernemingskamer bevolen tweede aanvullende onderzoek. De rechtbank acht het “om proceseconomische redenen noodzakelijk het verslag van het onderzoek van de deskundigen af te wachten” en wil kennisnemen van de komende beslissing van de Ondernemingskamer wat betreft het verzoek om wanbeleid vast te stellen. De rechtbank beveelt daarom eiseres Meepo om het onderzoeksrapport en de opvolgende beschikking van de Ondernemingskamer te zijner tijd in te brengen.
Op het eerste gezicht is deze aanhouding uit proceseconomische overwegingen begrijpelijk. Het is niet de eerste keer dat een rechter zijn oordeel over een ondernemingsrechtelijk geschil opschort, omdat een enquêteprocedure aanhangig is, of aanhangig kan worden gemaakt.
Noodzakelijk is deze aanhouding niet. Het onderzoeksrapport, noch de te volgen beschikking van de Ondernemingskamer, zal in de rechtbankprocedure uitsluitsel geven over de relevante feiten en de kwalificatie van de taakvervulling door de voormalig bestuurders. Het onderzoek in het kader van de enquêteprocedure strekt naar het inzicht van het Europees Hof niet tot het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen.
Ook het aanstaande oordeel van de Ondernemingskamer, of al dan niet sprake is geweest van wanbeleid, heeft in de rechtbankprocedure beperkte betekenis. Als de Ondernemingskamer wanbeleid vaststelt, kan de rechtbank “voorshands bewezen achten” dat de bestuurder – objectief bezien – tegenover de rechtspersoon zijn taak niet behoorlijk heeft vervuld, maar daarmee is nog niet bepaald dat de bestuurder zo zeer in een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak is tekortgeschoten dat hij aansprakelijk is voor de schade die de rechtspersoon dientengevolge heeft geleden.
Deze uitspraak bevestigt dat de enquêteprocedure in het litigieuze ondernemingsrecht een bijzondere positie inneemt, waarbij de begrenzingen ten opzichte van andere ondernemingsrechtelijke procedures soms moeilijk bepaalbaar zijn. Gaandeweg worden deze grenzen in jurisprudentie bepaald.
Heel lang geleden had je de afdeling Successie en Registratie bij de Inspectie der Belastingen. Dat was vergeleken met de afdeling die zich bezig hield met inkomstenbelasting en dergelijke een beetje de zelfverklaarde fine fleur van de fiscus. In het onlangs verschenen boek van Peter Essers; "Belast verleden; Het Nederlandse belastingrecht onder nationaalsocialistisch regime" is dat mooi beschreven.
Registreren betekent eigenlijk niet veel meer dan het verkrijgen van een datumstempel bij de fiscus waardoor men (later) kan bewijzen dat een bepaald document op een bepaalde datum inderdaad bestond.
De fiscus te Curacao vereist dat ondermeer bij geruisloze inbreng. Wij maken graag gebruik van deze mogelijkheid omdat het relatief goedkoop en is en wat is immers mooier dan in het hol van de leeuw iets ten bewijze aanleveren. De registratie kost ANG 5,-- per pagina en nog een keer ANG 5,-- voor de registratie van het hele document. Overigens een erg mooi zegel in een art deco ontwerp. Gisteren ging ik naar de ontvanger in verband met de teruggave inkomstenbelasting voor een client. Client kon alleen zijn teveel betaalde belasting geretourneerd krijgen na aankoop van een zegel.
hieronder de stand van zaken in Nederland mbt registratie door het notariaat:
Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft de Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970 gepubliceerd. Deze regeling vervangt de Uitvoeringsbeschikking Registratiewet 1970 en bevat de uitvoeringsbepalingen van de Registratiewet 1970 zoals die wet luidt na de inwerkingtreding van de Wet elektronische registratie notariële akten op 1 januari 2013. Op grond van laatstgenoemde wet neemt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) de rol van de Belastingdienst over bij de registratie van notariële akten.
Voor de registratie kan nu door de notaris volstaan worden met het verzenden van een elektronisch afschrift bij de KNB. In verband hiermee kan ook de aangifte overdrachtsbelasting die voorheen gebeurde via een voetverklaring op de akte, voortaan langs elektronische weg geschieden. De onderhavige uitvoeringsregeling bevat daartoe de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen.
Voor notarissen die nog niet zijn overgegaan op het nieuwe stelsel blijft de wet van kracht zoals die luidde onmiddellijk vóór 1 januari 2013 en in het verlengde hiervan blijft ook de Uitvoeringsbeschikking Registratiewet 1970 van kracht.