Een betaling door een vennootschap aan haar aandeelhouder
wordt niet automatisch een belastingvrije terugbetaling van kapitaal doordat
zij in de administratie zo wordt genoemd. De fiscale gevolgen worden bepaald
door wat er werkelijk is gebeurd en vooral door de vraag of vóór de betaling
aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan. Fiscalisten, accountants en administrateurs tonen daarbij soms een grote mate van naiviteit.
Een recente Nederlandse uitspraak vormt opnieuw een
duidelijke waarschuwing.
Rechtstreekse betaling aan de aandeelhouder
In de betreffende zaak was een directeur-grootaandeelhouder
enig aandeelhouder van een holding. De holding hield op haar beurt alle
aandelen in een werkmaatschappij.
In 2019 besloot de algemene vergadering van aandeelhouders van de holding tot een uitkering aan de aandeelhouder van € 116.324 uit de agioreserve van de werkmaatschappij. Het bedrag werd echter niet aan de holding betaald, maar rechtstreeks door de werkmaatschappij aan de directeur-grootaandeelhouder overgemaakt.
De aandeelhouder nam het bedrag aanvankelijk niet op in zijn
aangifte inkomstenbelasting. In een herziene aangifte uit 2022 gaf hij het
bedrag alsnog aan als inkomen uit aanmerkelijk belang.
Volgens Gerechtshof Den Haag had de holding recht op de
uitkering van de werkmaatschappij. Doordat de holding toestond dat het bedrag
rechtstreeks aan haar aandeelhouder werd betaald, vond vervolgens een
vermogensverschuiving plaats van de holding naar die aandeelhouder.
Daarmee was sprake van een verkapte winstuitdeling. Zowel de
vennootschap als de aandeelhouder was zich van de bevoordeling bewust, of had
zich daarvan bewust moeten zijn.
Achteraf herstellen werkte niet
In 2023 probeerde de aandeelhouder de betaling alsnog om te
zetten in een belastingvrije terugbetaling van kapitaal.
Dat mislukte.
De benodigde besluitvorming en statutenwijziging hadden vóór
de betaling in 2019 moeten plaatsvinden. Bovendien werden de herstelhandelingen
verricht bij de werkmaatschappij, terwijl de belastbare uitdeling juist had
plaatsgevonden door de holding aan haar aandeelhouder.
Ook een beroep op dwaling bood geen uitkomst. Een
civielrechtelijke vernietiging met terugwerkende kracht betekent niet
automatisch dat ook de fiscale gevolgen met terugwerkende kracht verdwijnen.
De belastingheffing sloot daarom aan bij hetgeen in 2019
daadwerkelijk was gebeurd. Een reparatie vier jaar later kon dat niet meer
veranderen.
De Curaçaose regeling
Ook de Curaçaose Landsverordening op de inkomstenbelasting
1943 bevat een belangrijke bepaling over de terugbetaling van aandelenkapitaal.
Artikel 5, lid 3, bepaalt:
|
“Gehele of
gedeeltelijke teruggave van hetgeen op aandelen is gestort wordt als
dividenduitkering aangemerkt, indien en voorzover deze teruggave kan
geschieden uit de zuivere winst, tenzij tevoren het maatschappelijk kapitaal
van het lichaam dat de teruggave doet, door wijziging in de akte van
oprichting, dienovereenkomstig is verminderd.” |
Het woord “tevoren” is daarbij van doorslaggevende
betekenis. De vereiste vermindering van het maatschappelijk kapitaal moet
plaatsvinden vóórdat de betaling aan de aandeelhouder wordt gedaan.
Wordt eerst betaald en worden pas later notulen,
aandeelhoudersbesluiten of statutenwijzigingen opgesteld, dan bestaat een
aanzienlijk risico dat de betaling fiscaal als dividend wordt aangemerkt.
Administratieve benaming is niet beslissend
In de praktijk worden betalingen aan aandeelhouders
regelmatig geboekt als:
·
terugbetaling van agio;
·
terugbetaling van aandelenkapitaal;
·
aflossing van een rekening-courantvordering;
·
correctie van een eerdere boeking;
·
voorschot op een toekomstige
kapitaalterugbetaling.
Een dergelijke omschrijving in de administratie is op
zichzelf onvoldoende.
De belastinginspecteur en uiteindelijk de belastingrechter
zullen kijken naar de juridische en economische werkelijkheid. Daarbij zijn
onder meer van belang:
·
welke vennootschap de betaling heeft gedaan;
·
welke vennootschap de verplichting tegenover de
aandeelhouder had;
·
of daadwerkelijk voldoende fiscaal erkend
gestort kapitaal aanwezig was;
·
of de aandeelhoudersbesluiten tijdig en correct
zijn genomen;
·
of een statutenwijziging noodzakelijk was;
·
of de betaling uit winstreserves kon worden
gedaan;
·
en of de aandeelhouder door de betaling is
bevoordeeld.
Vooral bij een structuur met een holding en een
dochtervennootschap kan een rechtstreekse betaling door de dochter aan de
uiteindelijke aandeelhouder fiscale gevolgen hebben op meerdere niveaus. Meestal zijn feiten doorslaggevend in het belastingrecht maar ondernemingsrechtelijke vormfouten kunnen dus doorklinken in het belastingrecht.
Een verkapte uitdeling vereist geen formeel dividendbesluit
Voor een belastbare winstuitdeling is niet noodzakelijk dat
de algemene vergadering formeel heeft besloten dividend uit te keren.
Ook zonder dividendbesluit kan sprake zijn van een uitdeling
wanneer:
1. vermogen
van de vennootschap naar de aandeelhouder verschuift;
2. de
aandeelhouder daardoor wordt bevoordeeld;
3. de
vennootschap die bevoordeling heeft gewild;
4. en
zowel de vennootschap als de aandeelhouder zich van de bevoordeling bewust was
of had moeten zijn.
Dit kan zich niet alleen voordoen bij een rechtstreekse
betaling. Ook het betalen van privé-uitgaven, het kwijtschelden van een schuld,
het verstrekken van een onzakelijke lening of het overdragen van
vermogensbestanddelen tegen een te lage prijs kan een verkapte uitdeling
opleveren.
Eerst beoordelen, dan betalen
De les uit deze uitspraak is eenvoudig, maar belangrijk: een
kapitaalterugbetaling moet vooraf juridisch en fiscaal worden voorbereid.
Voordat een bedrag aan een aandeelhouder wordt betaald, moet
worden vastgesteld:
·
wat de exacte herkomst van het kapitaal is;
·
bij welke vennootschap het kapitaal aanwezig is;
·
wie juridisch recht heeft op de betaling;
·
welke vennootschapsrechtelijke besluiten
noodzakelijk zijn;
·
of een statutenwijziging vereist is;
·
en welke fiscale gevolgen de betaling heeft.
De volgorde kan niet achteraf worden omgedraaid.
Wie eerst betaalt en daarna probeert de betaling alsnog als
kapitaalterugbetaling te documenteren, loopt het risico dat de belastingheffing
al definitief is ontstaan.
Bij
kapitaalterugbetalingen geldt daarom: eerst structureren, besluiten en
vastleggen — en pas daarna betalen.

No comments:
Post a Comment